Te veel beng beng bij David Copperfield

Voorstelling: The magic of David Copperfield. Gezien: 8/10 in Ahoy', Rotterdam. Aldaar t/m 10/10; daarna Rijnhal, Arnhem, 12 t/m 14/10. Inl. 071-5617457.

David Copperfield is ongelooflijk. Hij laat zich in twee helften zagen door een draaiende zaag, zijn benedenlijf loopt weg terwijl zijn bovenlijf zich daaraan vastklampt, hij verwisselt van plaats met een danseres in wat niet meer lijkt dan één tel, hij weet twee danseressen weg te toveren (en weer terug, dat spreekt) en hij vliegt - nu ja, hij lijkt metershoog boven de toneelvloer te zwemmen, als een gewichtloze astronaut.

Waarschijnlijk is hij de beste illusionist die er op dit moment bestaat, en in elk geval de man die het meeste publiek trekt. Misschien niet in Rotterdam, waar hij gisteravond in een niet volledig uitverkocht Ahoy' de eerste van een korte reeks Nederlandse shows speelde. Maar elders wel, en zeker in zijn thuisland Amerika, waar hij een top-ster is. Hij richt daar spektakels aan, die om logistieke redenen moeilijk mee kunnen naar Europa. Eén ervan vertoont hij hier dan maar op grootbeeld-video: ondersteboven in een dwangbuis hangend aan een brandend touw boven een piste vol stalen punten, en natuurlijk net op tijd nog los.

Al die andere illusies laat David Copperfield echter ook hier in levenden lijve zien. Ongetwijfeld zijn ze gebaseerd op eeuwenoude trucs, maar hij heeft ze een nieuwe verpakking gegeven - met veel rook, veel harde muziek (van Carl Orff tot en met Phil Collins) en veel gevoel voor de high tech-vormgeving van de huidige mega-musical. Een fenomenaal show-man is hij in die scènes, en zelfs wie sceptisch wil blijven bij alle visuele bombarie, moet toegeven dat veel van zijn snelle metamorfoses voor de niet-ingewijde onverklaarbaar zijn.

De faam van die theaterstunts was hem al vooruitgesneld. Des te verbaasder was ik dan ook over het veelvuldige oponthoud dat voor mij de betovering telkens verbrak. Na elke grote scène gaat het zwarte gordijn dicht, en terwijl daarachter hoorbaar het changement gaande is (beng beng, klonk klonk), komt Copperfield de tijd vullen met gekeuvel en kleinere trucjes. En hoe mooi die ook vaak zijn - hij schakelt ringen van bezoeksters aaneen, tovert een witte roos uit een papieren zakdoekje en verandert een aas in een harten heer - ze halen wel de vaart uit de show.

Daar kwam gisteravond bij dat Copperfield, die in werkelijkheid als zoon van een Russisch immigrantenpaar de achternaam Kotkin draagt, ook wéét dat hij goed is. Hij straalde ietwat verveeld uit hoe tevreden hij met zichzelf is, en wist zodoende nauwelijks contact te maken met het in die holle Ahoy'-hal verzamelde publiek, dat bovendien in een vijandige sfeer verkeerde omdat de show ruim een half uur te laat begon. Het bleef nogal ijzig onder zijn geroutineerde kwinkslagen.

Maar zodra het zwarte doek opengaat is David Copperfield weer de meester van een gepolijst soort magie waarvan het mysterie altijd bewaard zal blijven. Ook wat dat betreft is hij een waardig opvolger van de fameuze voorgangers, wier grote geheimen tot op de dag van vandaag geheim zijn gebleven.