Schoon en eerlijk; De Max Havelaar-broek komt!

De kledingbranche staat onder druk om 'schone' en 'eerlijke' producten aan te bieden. Over modes in het ethisch ondernemen.

DE STICHTING Natuur en Milieu heeft C&A uitgeroepen tot ethisch kampioen van modeland. Uit recent onderzoek blijkt dat C&A op sociaal en ecologisch gebied met kop en schouders uitsteekt boven de rest van de Nederlandse grootwinkelbedrijven in kleding. Postorderbedrijf Otto en Peek & Cloppenburg bekleden de tweede en derde plaats. Hekkensluiter is Zeeman.

C&A is jarenlang achtervolgd door actiegroepen die eisten dat Nederlands grootste kledingzaak een einde zou maken aan de uitbuiting van confectiearbeiders in Derde-Wereldlanden. 'De stille gigant' ging vorig jaar door de knieën en voerde een gedragscode in. Daarin staat dat kinder- en dwangarbeid niet worden getolereerd, dat lonen en arbeidsvoorwaarden aan lokale wetten moeten voldoen en dat bij de productie rekening gehouden moet worden met gezondheid en veiligheid. Verder zegt de code dat C&A z'n leveranciers ondersteunt “bij het voldoen aan onze gemeenschappelijke verplichtingen ten opzichte van het milieu”. Welke verplichtingen dat zijn, wordt niet toegelicht.

De ommezwaai bij C&A is volgens Jaap Bosman, woordvoerder van het bedrijf, het gevolg van een besluit van 'de familie'. Wat de drijfveer is geweest voor de familie Brenninkmeijer, eigenaar van C&A, weet Bosman niet. Volgens ingewijden was de familie bang dat de onderneming een slecht imago zou krijgen.

Voorlichter Bosman is er duidelijk trots op dat C&A nu wordt beschouwd als voorloper op ethisch gebied. “Wij waren niet slechter dan de anderen”, zegt hij. “Maar omdat we de grootste zijn, was alle aandacht op ons gevestigd. Daar kwam natuurlijk bij dat we goedkoop zijn. In actiekantoren hing de tekst: C&A. Door uitbuiting toch voordeliger.”

Grote ondernemingen moeten soms eerst publiekelijk op hun vingers worden getikt voordat ze beseffen dat ze zich als goede burgers moeten gedragen. In de kledingbranche zijn multinationals als Levi Strauss, Nike en C&A, die het hardst werden getroffen door acties, nu het meest actief in het bestrijden van sociale en ecologische misstanden. De meeste grote Nederlandse kledingbedrijven erkennen wel dat er veel mis is bij de productie van textiel en kleding, maar doen weinig daarin verbetering te brengen. Alleen van kinderarbeid, een onderwerp dat in de publieke opinie gevoelig ligt, distantiëren ze zich nadrukkelijk. Maar uit het onderzoek van de Stichting Natuur en Milieu blijkt dat ze daarop nauwelijks controle uitoefenen.

C&A controleert wel. Het concern heeft daartoe Socam opgericht, een onafhankelijk van de inkoop opererende controle-organisatie. Socam is gevestigd in Brussel waar ook Mundial zit, het centrale inkoopkantoor voor de C&A-vestigingen in Europa. Socam heeft een supporting office in Singapore. Van daaruit gaan flying squads de risicogebieden in. De controles worden volgens Bosman niet van tevoren aangekondigd. “Meestal werken de controleurs in koppels, maar ze gaan ook wel eens met z'n tienen tegelijk een stad binnen. De ervaring heeft geleerd dat fabrikanten elkaar bellen. Zo van: let op, C&A is in town. Veeg de kinderen onder het tapijt.” Bosman zegt dat de controleurs grosso modo een acceptabele situatie aantreffen. Misstanden komen ze bij minder dan vijf procent van de bedrijfsbezoeken tegen. Meestal zijn dat gevallen van kinderarbeid of gevaarlijke arbeidssituaties. Bosman: “Als we een overtreding van de code constateren, hebben we het recht de relatie te verbreken. In het begin deden we dat ook. Maar daarvan zijn we teruggekomen. We doen het nu alleen als er sprake is van criminele intentie, zoals het vastbinden van kinderen aan machines om ze harder te laten werken. In het geval van onwetendheid of slordigheid schorten we de relatie op en geven we de leverancier de gelegenheid een oplossing te zoeken voor het probleem. Bij kinderarbeid kan bijvoorbeeld een leraar worden aangesteld, zodat kinderen 's morgens naar school kunnen, voordat ze aan het werk gaan.”

Wat C&A over de bestrijding van kinderarbeid zegt, klinkt mooi, zegt Yvonne Fijneman van de Landelijke India Werkgroep. “Maar in de praktijk doet het bedrijf veel minder dan ze zouden kunnen. Aan een initiatief in de Zuid-Indiase stad Tirupur om de arbeidsplaatsen van kinderen in de kledingindustrie in te laten nemen door volwassen familieleden werkt C&A niet mee. Dat is niet te controleren, zeggen ze.”

Ineke Zeldenrust, onderzoekster bij de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) in Amsterdam, vindt wel dat C&A de naleving van z'n gedragscode goed aanpakt, maar zegt dat de code zelf onder de maat is. “In de code staat dat lonen aan plaatselijke normen moeten voldoen, maar dat hoeft niet hetzelfde te zijn als een leefbaar loon. Over het recht op vakbondsorganisatie wordt in de code helemaal niets gezegd. C&A moet, naar onze mening, de basisnormen van de International Labour Organisation aanvaarden en akkoord gaan met externe onafhankelijke controle. Zolang ze dat niet doen, blijven wij ze achter de broek zitten.”

SOMO publiceerde in 1989 het boek C&A, de stille gigant. Het sloeg in als een bom. Tot op dat moment realiseerden maar weinig mensen zich onder welke soms mensonterende omstandigheden de productie van kleding plaatsheeft. Op de eerste acties tegen C&A volgde de oprichting van de Schone Kleren Kampagne (SKK), een organisatie die zich inzet voor mens- en milieuvriendelijker productie van kleding. De campagne wordt ondersteund door verscheidene vakbonden en milieu-organisaties. Sinds een jaar voert de SKK overleg met kledingproducenten en detaillistenorganisaties over de invoering van het Eerlijk Handels Handvest voor kleding, een combinatie van gedragscode en winkelkeurmerk. Onlangs is een principe-overeenkomst gesloten met twee branche-organisaties (Mitex en Fenecon) om de invoering van het Eerlijk Handels Handvest verder uit te werken. De Vereniging van Grootwinkelbedrijven in Textiel (VGT), waarbij veertig kledingketens zijn aangesloten (40 à 50 procent van de detailhandel), wil zich daarbij nog niet aansluiten. Jan Huisman, directeur van M&S Mode en voorzitter van de vereniging, licht toe: “Wij weten niet wat zich afspeelt bij de onderaannemers van onze leveranciers en kunnen daarvoor dus ook geen verantwoordelijkheid dragen. En we hebben moeite met de onafhankelijke controle. In verband met concurrentie willen wij niet openbaar maken waar wij produceren.

“De Schone Kleren Kampagne richt zich nu op alle grootwinkelbedrijven die kleding verkopen. In diverse Europese landen zijn de afgelopen jaren dergelijke campagnes opgezet. Samenwerking tussen diverse Europese organisaties moet uiteindelijk leiden tot één gedragscode en één controlesysteem voor alle Europese kledingbedrijven.”

Er is wereldwijd nog geen enkel kledingbedrijf dat onafhankelijke controle op z'n productie toestaat. Maar daarin lijkt verandering te komen. In Frankrijk ontwikkelt Auchan, een grote keten, een gedragscode samen met de Franse Schone Kleren Kampagne. De controle op de uitvoering daarvan zal naar het zich laat aanzien door een onafhankelijke instantie worden uitgevoerd. “Als dat lukt bij Auchan hebben andere bedrijven geen argument meer om onafhankelijke controle tegen te houden”, aldus Ineke Zeldenrust van SOMO.

Hennes & Mauritz, een Zweeds bedrijf met 450 winkels in tien Europese landen, laat op dit moment vooral zijn inkopers optreden als controleurs. Het bedrijf streeft naar gezamenlijke controle met andere grote ketens als C&A of Otto Versand. In de tijd van de ecomode, 1993-'94 had Hennes & Mauritz twee milieuvriendelijke collecties. Die werden uit de handel genomen toen ecomode niet meer populair was. “Maar de kennis die we in die tijd hebben opgedaan, werkt door in ons totale assortiment”, zegt Jurgen Andersson, hoofdinkoper mannenkleding van H&M.

Bij Peek & Cloppenburg lijkt het omgekeerde te gebeuren. Het concern zette tussen 1993 en 1995 met overheidssteun een milieuvriendelijker productiesysteem op. Dat is nu aan het afbrokkelen. “Het milieu-aspect bij P&C Nederland sterft een langzame dood. We leveren onze voorsprong in”, zegt Ed Peters, hoofd van een afdeling die de milieuvriendelijke productielijn opbouwde. Hij schrijft de afbraak van zijn milieulijn toe aan de overname van het Nederlandse P&C door het gelijknamige Duitse concern. “De inkoop van onze dames- en herenkleding gebeurt nu in Duitsland. Wij doen hier alleen nog kinderkleding. In Duitsland hebben ze geen interesse in onze milieukennis. Ze houden zich daar strikt aan de wet en zijn niet van plan om meer te doen. P&C Duitsland wil de grootste kledingzaak van Europa worden, het milieu heeft geen prioriteit.” Terwijl de grote kledingketens worstelen met hun sociale en ecologische verantwoordelijkheid is Solidaridad in Utrecht bezig met de opbouw van een bedrijf dat 'schone' en 'eerlijke' spijkerbroeken gaat maken. Solidaridad is een interkerkelijke ontwikkelingsorganisatie voor Latijns Amerika. De organisatie nam acht jaar geleden het initiatief voor de oprichting van de Stichting Max Havelaar. Naast de Max Havelaar-koffie is er sinds vorig jaar ook de Oké-banaan met Max Havelaar-keurmerk. Deze volgens strenge milieunormen geteelde banaan waarvoor boeren een eerlijke prijs krijgen, had binnen enkele maanden in Nederland een marktaandeel van 7 procent.

Aangemoedigd door dat succes wil Solidaridad een Max Havelaar-spijkerbroek op de markt brengen. Samen met een aantal koffiepartners heeft de ontwikkelingsorganisatie in Mexico twee spijkerbroekenfabrieken opgezet waar in totaal 4.000 mensen werken. Er worden broeken gemaakt in opdracht van een groot Amerikaans bedrijf. Ze gaan in Amerika van de hand voor 60 tot 70 dollar. De producenten krijgen 6,25 dollar per broek, de stof inbegrepen. “Dat is een afbraakprijs”, zegt Nico Roozen van Solidaridad. “Maar het was de enige manier voor ons om het vak te leren. Op het moment dat we de hele keten in de vingers hebben, zetten we de afnemers buiten de deur en gaan we zelf de marketing van de broeken organiseren.”

Over twee jaar is het zover. Dan hangen de eerste spijkerbroeken met Max Havelaar-keurmerk in de winkels. Of het initiatief een kans heeft, is de vraag. Als de Schone Kleren Kampagnes flink hun best doen, komen Levi Strauss en andere spijkerbroekenfabrikanten al voor die tijd met 'schone' en 'eerlijke' spijkerboeken op de markt.