Peru wil babylijkje, hoofden terug

DEN HAAG, 9 OKT. Peru heeft Nederland gevraagd om teruggave van de zeven hoofden en een babylijkje die de Nederlandse douane afgelopen april in beslag heeft genomen. Onderzoek heeft aangetoond dat het hier gaat om etnografische voorwerpen uit Peru. Het cultuurgoed blijkt zonder de daarvoor vereiste vergunningen Peru te zijn uitgesmokkeld met als eindbestemming België. De zeven hoofden en het babylijkje zijn in Nederland onderschept en liggen nog op Schiphol.

Dit heeft mevrouw C.E. van Rappard, hoofd van de Inspectie Cultuurbezit van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW), desgevraagd meegedeeld. De vondst van de zeven hoofden en het babylijkje volgde niet lang nadat een 45-jarige man in de Bijlmer was aangehouden in verband met drie babylijkjes die eveneens afkomstig waren uit Zuid-Amerika. Die drie lijkjes werden volgens de politie gebruikt bij 'voodoo-achtige praktijken'.

De Peruaanse ambassade in Den Haag heeft de Inspectie Cultuurbezit deze week schriftelijk gevraagd de vondst van de zeven hoofden en het babylijkje aan de Peruaanse autoriteiten te overhandigen. Van Rappard acht de kans “heel groot” dat de vondst inderdaad wordt geretourneerd. Daarvoor is evenwel eerst overleg nodig met de ministeries van Justitie en Buitenlandse Zaken.

Volgens de Peruaanse ambassade in Den Haag is de vraag niet of, maar wanneer de voorwerpen zullen terugkeren naar Peru. “Het is ons culturele erfgoed”, stelt de ambassaderaad, mevrouw C. Ronquillo. “We hebben meteen na de vondst om teruggave verzocht. En nu vragen we het ministerie van Cultuur ons te helpen bij het inpakken en transporteren van het materiaal.”

Het zou niet de eerste keer zijn dat Nederland een verzoek inwilligt tot teruggave van geroofde cultuurgoederen. Eerder al gingen in Nederland onderschepte voorwerpen van het Cambodjaanse tempelcomplex Angkor Wat terug naar het land van herkomst, vertelt Van Rappard. De Nederlandse overheid loopt daarmee vooruit op het zogeheten Unidroit-verdrag dat nog moet worden geratificeerd en dat dit najaar in de Tweede Kamer zal worden besproken. Het verdrag heeft mede ten doel de cultuurroof uit de Derde Wereld tegen te gaan.

De douane trof de zeven hoofden en het babylijkje destijds aan bij een routinecontrole, omdat sprake was van een zogeheten risicolading. Op de doos stond als vermelding crafts (kunstnijverheid). De resten zaten verstopt tussen onder meer vazen en natuursteen.

Over de ouderdom van de schedels is nog niets bekendgemaakt, evenmin als de leeftijd van de baby. De resten zijn ingedroogd, wat betekent dat ze zijn ontdaan van de 'inhoud'. De schedels hebben alleen nog dunne stukjes huid en wat haren. Er zijn geen sporen van geweld aangetroffen.

Volgens mevrouw Van Rappard is een dergelijke lading nog niet eerder aangetroffen in Nederland. De Leidse anatoom G. Maat waarschuwde in het dagblad Trouw al eerder dat in de afgelopen jaren op grote schaal Inca-graven zijn geschonden in de salpetervelden Chili en Peru. In deze zoute grond ondergaan de lichamen volgens Maat hetzelfde proces als stokvis: ze drogen geheel in. De grafschenners zijn uit op de sieraden en textiel die de Inca-doden werd meegegeven. Maat ziet de handel in mummies als een 'bijproduct' van deze activiteit.