Ouderen; Als de rok tegen de schenen hangt en het colbertje opkruipt

Ouderen kunnen alles dragen. Het is een kwestie van durf en van de juiste pasvorm. Een pleidooi voor maatkleding, het betere ondergoed en kniekousen.

DE OUDERE VROUW gaat voor de spiegel staan en bekijkt zichzelf van opzij. In één opslag kan ze zien of haar rok de juiste pasvorm heeft. De zijnaden moeten loodrecht naar beneden lopen en de benen behoren precies in het midden van de rok te staan. Hangt de voorkant van de rok tegen de schenen, dan heeft de vrouw te weinig taille voor de rok. Raakt de rok de achterkant van haar benen, dan is haar buik te dik voor de rok. Ophijsen helpt niet meer.

De spiegel toont ook onverbiddelijk de pasvorm van een colbertje. Kruipt het jasje van achteren op en hangen de voorpanden te veel op de bovenbenen, dan zijn dat tekenen van een kromme rug. Schouders ophalen helpt niet meer.

Het lichaam van mannen en vrouwen verandert bij het ouder worden. Vrouwen verliezen hun taille en de strakke huid rondom de bovenarm of in de hals. Mannen gaan voorover lopen en hun billen verliezen volume. De ongemakken zijn te camoufleren, maar helemaal weg te stoppen zijn ze niet.

Ontwerpster Maartje Pijnenburg (25) studeerde afgelopen juli af aan de St. Joost Academie in Breda. Zij dacht wel eens na over haar uiterlijk in de toekomst. De bloemetjesjurk is het schrikbeeld dat volgens haar hoort bij de ouderdom. In haar scriptie Je bent nooit te oud om jong te blijven beschrijft zij wat ouderen dragen, maar vooral wat zij zouden willen dragen en kunnen dragen. Zij heeft enkele ontwerpen gemaakt die voldoen aan zowel haar eigen wensen als die van mensen die de vijftig zijn gepasseerd.

Oudere mensen conformeren zich volgens de ontwerpster te veel aan de traditie. Pijnenburg raadt ouderen aan juist “een beetje gek” te doen. Pijnenburg: “Ik vroeg traditionele ouderen wat zij van extravagantie vonden. Heerlijk om naar te kijken maar niet om zelf in te lopen, was steeds het antwoord.”

Het Nederlands Mode Instituut (NMI) roept ouderen op zich meer te manifesteren en opvallende kleding te dragen. Ouderen zijn verreweg in de meerderheid dus waarvoor zouden ze bang hoeven zijn, vraagt directeur S. Verlaan zich af. Eén van de taken van het instituut is het voorspellen van het modebeeld in de komende jaren. De industrie zal zich meer richten op ouderen, zo luidt de prognose. Ouderen gaan zich steeds jonger kleden en vormen een draagkrachtige groep.

In het buitenland lijkt de oudere man of vrouw serieuzer te worden genomen op modegebied. In modebladen prijken prachtige advertenties waarin het fotomodel de zestig ruimschoots is gepasseerd. Meestal zijn het sterren van weleer - zangeressen, toneelspeelsters, fotomodellen - die het beeld van de modebewuste man of vrouw weten over te brengen. In Nederland maakt Levi's, bijna als enige, fraaie advertenties die ook op ouderen zijn gericht. Meestal worden ouderen in Nederlandse advertenties een beetje belachelijk gemaakt. Mary Dresselhuys, André van den Heuvel, Ellen Vogel of Ruud Lubbers? Zij zouden overtuigend mode aan de man kunnen brengen. Waar wachten al die kledingmerken nog op?

Leeftijd mag worden getoond, daarover zijn deskundigen het eens. Modedocente Hennie van Esch (51) begon, na vijfentwintig jaar regulier mode-onderwijs, zes jaar geleden een privéschool om cursussen te geven in het maatwerkvak. Sindskort maakt zij in haar eigen atelier ook maatkleding voor vrouwen. Van Esch: “Dames- en herenconfectie is gebaseerd op standaardmaten van een lichaam dat proportioneel goed in elkaar zit. De taillelijn is horizontaal, de heup is breder dan de bovenwijdte en de rug is vanzelfsprekend kaarsrecht. Bijna iedereen die ouder wordt, heeft moeite met standaardmaten. Bij gebrek aan passende kleding koopt men dan maar iets wat in de buurt komt.”

Bij een kleermaker kiest men zelf het patroon, de stof en de kleur. Wat is er mooier dan kleding die op maat gemaakt is? De ruglengte van het colbert wordt een paar centimeter verlengd en de aangepaste coupe- of zijnaden van een jurk laten het lichaam mooier uitkomen.

De kosten van een door de kleermaker gemaakt kledingstuk liggen hoger dan in de winkel. Een op maat gemaakt mantelpak kost al gauw duizend gulden. Tel daarbij de kosten van exclusieve stof en het totaal loopt op tot tweeduizend gulden. Een rok laten maken kost ongeveer tweehonderd gulden exclusief de stof. Bij de duurdere modezaken betaalt men al snel vergelijkbare prijzen.

Van Esch: “Een zelfgemaakt kledingstuk betaalt zichzelf terug doordat het langer meegaat. Het voldoet aan de smaak van de drager. Confectie wordt eerder afgedankt omdat de pasvorm niet deugt. Dat ligt niet zozeer aan de standaardkleding maar aan het ouder wordende lichaam.”

Voor iedere vrouw die goed gekleed wil gaan, is de keuze voor het ondergoed bepalend. Een grote boezem, een kleine boezem - alles kan en alles mag. Maar zorg wel voor een goedpassende bh want daardoor komt ieder kledingstuk beter tot zijn recht. Mode-ontwerpster Pijnenburg is zelfs een voorstander van push up-bh's, de bh die aan de onderkant kussentjes bevat waardoor de boezem enigszins opgetild wordt. Pijnenburg: “Alle borsten, hoe mooi ook, worden nog mooier door zo'n bh. Het is als met een steunpanty. Die dragen we ook zonder dat we die steun werkelijk nodig hebben; een prachtige uitvinding, want de benen zien er strak en mooi uit.”

Minderwaardigheidscomplexen over het lichaam zijn overigens niet leeftijdgebonden maar horen volgens Pijnenburg een beetje bij het vrouw-zijn. “Als ik nu wel eens klaag over mijn 'buikje' weet ik zeker dat ik dat op mijn 72ste nog steeds zal doen.”

De ontwerpster gaat steeds op zoek naar de mooie, en dus toonbare delen van het lichaam. Op haar eindexamen-presentatie liepen de oudere modellen in rokken tot ver over de knie met een hoge split van achteren. Pijnenburg: “De achterkant van de benen van vrouwen kan zeer de moeite waard zijn. Door de hoge split accentueer je dat op subtiele wijze zonder meteen ordinair te zijn.”

Kees van der Valk is mode-trendwatcher, gespecialiseerd op het gebied van herenmode. Van der Valk (49) opende kortgeleden een hotel alias private guesthouse aan de Prinsengracht waar bedrijven hun klanten in 'huiselijke sfeer' kunnen ontvangen. De aankleding van de suites en zalen is geheel gebaseerd op mode voor mannen. Banken zijn bekleed met dure voeringstoffen. Iedere man kan de stof van zijn colbert wel ergens in de gordijnen terugvinden.

Van der Valk adviseert bedrijven, zoals de Bijenkorf, bij hun inkoop van herenmode. Zo 'verraadt' hij alvast dat de wollen polo met lange mouwen over ongeveer een jaar een aanval gaat doen op het overhemd en dat blauwe en wijnrode glanzende giletjes worden vervangen door een sportief herenvest.

Mannen moeten volgens Van der Valk meer eisen stellen aan hun kleding. Dat hun bouw verandert, hoeft nog niet te betekenen dat hun trots afneemt. Zij moeten verkopers hun wensen kenbaar maken en zich niet laten afschrikken door de desinteresse van menig verkoper. “Vraag om de goede lengte en wijdte van de broekspijp en laat u niet afschepen met zinnetjes als: dat is tegenwoordig nu eenmaal de mode.”

Adviezen, adviezen. Modespecialist Van der Valk heeft er wel honderd, maar de belangrijkste gaat over sokken. Van der Valk: “Die zouden vanaf vandaag niet meer gedragen mogen worden. In alle landen om ons heen dragen mannen kniekousen. Het gaat om een detail maar het haalt het hele lichaam op.”