Onderzoek van Erasmusuniversiteit: Niet roken drijft medische kosten op

ROTTERDAM, 9 OKT. Massaal stoppen met roken maakt de gezondheidszorg op lange termijn duurder. Rokers lijden weliswaar aan meer ziekten dan niet-rokers, maar niet-rokers leven langer en hebben meer jaren de tijd om hun doktersrekening te laten oplopen.

Dit blijkt uit een berekening van het Instituut Maatschappelijke Gezondheidszorg van de Erasmusuniversiteit in Rotterdam, vandaag gepubliceerd in The New England Journal of Medicine.

De omvang van de besparingen die door stoppen met roken kunnen worden behaald zijn internationaal onderwerp van debatten. Het Nederlandse overheidsstandpunt is tot nu toe dat stoppen met roken besparingen oplevert. In 1990 schreef staatssecretaris Simons van Volksgezondheid aan de Tweede Kamer dat de kosten van de gezondheidszorg met 1 miljard kunnen dalen. Hij baseerde zich op onderzoek van het Nederlands Economisch Instituut. Simons noemde “de onderzoeksresultaten van groot belang voor de verdere ontwikkeling van het (...) tabaksontmoedigingsbeleid. (...) Door middel van preventie kunnen in principe immers op korte termijn aanzienlijke maatschappelijke kosten worden vermeden.”

De onderzoekers drs. J.J. Barendregt, dr. L Bonneux en prof.dr. P.J. van der Maas berekenden dat de kosten van de gezondheidszorg eerst dalen, maar dat op termijn een bevolking met niet-rokers duurder uit is. Het minimum wordt bereikt vijf jaar nadat iedereen is gestopt. Daarna lopen de kosten weer op. Na vijftien jaar zijn de jaarlijkse kosten weer net zo hoog en daarna stijgen ze.Niet-rokers lijden vaker aan dementie en andere chronische ouderdomsziekten dan rokers. Rokers sterven vooral aan longkanker, wat een vrij snelle dood betekent.

Barendregt berekende de kosten van het stoppen met roken op basis van Nederlandse 'overlevingstafels'die met ziektegegevens werden uitgebreid. In overlevingstafels worden de Nederlandse sterftecijfers in een bepaald jaar in een rekenmodel toegepast op een 'geboortecohort', een grote groep mensen die in hetzelfde jaar zijn geboren. De sterftecijfers geven aan hoeveel mensen van welke leeftijd en van welk geslacht aan welke doodsoorzaak sterven. Door het geboortecohort in een computermodel te laten verouderen, neemt de omvang langzaam maar zeker af. Zo wordt de gemiddelde levensverwachting berekend. In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid breidden de onderzoekers het model uit met ziektegegevens en de kosten ervan, zodat niet alleen de dood maar ook ziekte en de zorgkosten kunnen worden voorspeld. Barendregt crëerde drie cohorten: een met mensen die allemaal gingen roken, een met rokers en niet-rokers, en een cohort van niet-rokers.