Onderzoek naar aard van lading El Al-toestel

DEN HAAG, 9 OKT. Minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) wil een nieuw onderzoek naar de aard van de lading aan boord van het El Al-vrachtvliegtuig dat vijf jaar geleden in de Bijlmer verongelukte. Jorritsma kondigde dat gisteren aan tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer. Verder wil de minister een onafhankelijke commissie laten nagaan hoe het komt dat dit gedeelte van het onderzoek zo gebrekkig is verlopen.

Minister Jorritsma zal haar collega Sorgdrager van Justitie verzoeken het openbaar ministerie in Haarlem, waar Schiphol onder valt, een aanwijzing te geven om het ontbrekende deel van de vrachtbrieven op te vragen in de Verenigde Staten. Het gaat daarbij om de zogenoemde house airwaybills met gedetailleerde informatie.

Het OM in Haarlem heeft vorig jaar al een onderzoek ingesteld, nadat een ex-medewerker van El Al op Schiphol aangifte had gedaan van fraude met vrachtbrieven. Toen werden geen strafbare feiten geconstateerd. Het OM bleek evenwel een deel van de lading niet te kunnen verantwoorden, zo blijkt uit het proces-verbaal.

De El Al-Boeing stortte op 4 oktober 1992 neer in de Bijlmer, nadat twee motoren van de rechtervleugel waren gevallen. Daarbij werd die vleugel ernstig beschadigd. Bij de ramp verloren 43 mensen het leven.

De Rijksluchtvaartdienst en de Raad voor de Luchtvaart wisten de (technische) oorzaak van het ongeluk vrij snel te achterhalen, hoewel de cockpit voice recorder (CVR) onvindbaar was. Volgens de onderzoekers was de constructie van de motorophanging niet voldoende veilig. Vliegtuigfabrikant Boeing erkende dit en begon twee jaar na de ramp aan een nieuwe constructie, die inmiddels is aangebracht in niet meer dan eenderde van alle daarvoor in aanmerking komende toestellen.

Volgens een woordvoerder van Boeing in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag zullen nog 640 oudere Jumbo's van het type 747 moeten worden verbeterd. Het Tweede Kamerlid R.van Gijzel (PvdA) heeft hierover schriftelijke vragen gesteld aan de minister. Hij wil van haar weten hoeveel van deze toestellen Schiphol aandoen en of er hierdoor sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico. “Zo ja, welke stappen gaat u dan nationaal en/of internationaal nemen?”, aldus Van Gijzel.

Kon de oorzaak van de ramp snel worden aangetoond, over de samenstelling van de vracht, deels militaire goederen, is altijd onduidelijkheid blijven bestaan.

Volgens de minister is er sinds vorige week sprake van nieuwe feiten. Ze verwees naar de onder ede afgelegde verklaringen van twee voormalige medewerkers van het El Al-vrachtkantoor op het vliegveld Keulen/Bonn in een documentaire van de WDR, waarvan een gedeelte op zaterdagavond is uitgezonden in de actualiteitenrubriek NOVA. “Als het concern-policy is om een dubbele boekhouding te voeren, dan wil ik precies weten hoe het zit”, aldus Jorritsma.

Eerder heeft El Al geweigerd de vrachtbrieven ter beschikking te stellen. Wel zijn verzamelstaten (Masterairwaybills) vrijgegeven.

Een ander belangrijk punt voor de minister was het gesprek dat een kleine onderzoekscommissie uit de Tweede Kamer vorige week heeft gehad met medewerkers van de Luchtvaartpolitie (tegenwoordig het Korps Landelijke Politiediensten) en van de Economische Controledienst. Daaruit bleek onder meer dat beide diensten over geheel verschillende informatie beschikken waar het de vracht betreft. De Kamerleden werden bovendien geconfronteerd met de mededeling dat zo'n 5.000 kilo goederen die volgens de ECD aan boord had gestaan, volgens andere diensten nooit is ingeladen.

Op een vraag van Van Gijzel gaf de minister toe dat de onderzoekende instanties geen poging hebben ondernomen alle vrachtbrieven (house airwaybills) ter beschikking te krijgen. “Men was vooral bezig met het vinden van de oorzaak”, aldus de minister.

De te benoemen onafhankelijke commissie zal volgens Jorritsma een analyse moeten maken van de informatie-uitwisseling die de verschillende diensten tijdens het onderzoek na de ramp hebben toegepast. De commissie valt rechtstreeks onder de minister en zal onder meer aanbevelingen moeten doen voor een betere werkwijze.

Jorritsma toonde zich bijzonder ontevreden over het feit dat tijdens het onderzoek na de ramp de ene dienst totaal andere informatie had dan de andere dienst over precies hetzelfde onderwerp.

Jorritsma: “Na de ramp was er grote verwarring en eerlijk gezegd ben ik er nu ondanks deze nieuwe poging van overtuigd dat we nooit alle informatie boven water zullen krijgen.”