Onder de permanente dreiging van Microsoft

De Nederlandse programmeur Arthur van Hoff richtte anderhalf jaar geleden samen met anderen Marimba op. Nu is het een van de meest succesvolle bedrijfjes in de Amerikaanse Silicon Valley. Marimba exploiteert de nieuwe programmeertaal Java, waarmee het de softwaregigant Microsoft te lijf gaat.

Eens in de zoveel tijd is er een bedrijf dat de aandacht trekt van iedereen in de hi-tech wereld. Dat kan zijn vanwege een sensationeel product, een succesvolle aandelenemissie of vanwege de personen die achter het bedrijf zitten. De ouderen onder ons herinneren zich ongetwijfeld 3DO en meer recent zijn er Netscape en Yahoo. Op dit moment is in de hi-tech wereld het bedrijf Marimba het gesprek van de dag.

“De pers heeft ons in een hoek gedrukt met PointCast en BackWeb”, zegt Arthur van Hoff, chief technology officer en mede-oprichter van Marimba. “Wij doen echter niet hetzelfde als zij. Wij verkopen geen inhoud maar technologie. Wij helpen bedrijven om gemakkelijk en relatief goedkoop toepassingssoftware te verspreiden en te beheren via Internet.”

Van Hoff (34) komt net als Kim Polese, de CEO (chief executive officer) van Marimba, bij Sun Microsystems vandaan. Samen met nog twee andere voormalige Sun-werknemers, Jonathan Payne en Sami Shaio, besloten ze een eigen bedrijf te beginnen. Jarenlang hadden Van Hoff en Polese aan de programmeertaal Java gewerkt. Nu wilden ze daarvan de vruchten plukken en ze vonden dat er bij Sun meer aandacht was voor andere zaken. “Wij zagen dat Java enorme kansen bood”, zegt Van Hoff. “Daarom besloten we met z'n vieren weg te gaan en Marimba te beginnen.”

Van Hoff is Nederlander en groeide op in Zuidwolde in Drenthe. Daarna studeerde hij op de HTS in Enschede informatica. Zijn vrouw komt uit Oldenzaal. Na een stage bij het Turing Instituut in Schotland en bij IBM in Duitsland begon hij een bedrijf in Nederland, dat programma's voor de Mac ontwikkelde. “Ik had geen aandelen in het bedrijf en zag daar eigenlijk weinig toekomst voor mijzelf”, zegt hij in zijn werkkamer bij Marimba. Daarna ging Van Hoff weer naar Schotland, werkte in kunstmatige intelligentie en haalde zijn doctoraal computerwetenschappen aan de Strathclyde University in Glasgow. In diezelfde periode verbleef hij ook nog een half jaar in Canada. Eigenlijk kwam hij toen uit heimwee terug naar Nederland en pendelde een tijdje heen en weer tussen Nederland en Schotland.

Een management buy-out van het Turing Instituut leidde tot een samenwerking van industrie en universiteit waar Van Hoff nog met genoegen op terugkijkt. Hij werkte aan de programmeertaal News Window System en ontwikkelde instrumenten voor Sun Microsystems die gebaseerd waren op PostScript. Sun beëindigde echter het project maar haalde Van Hoff naar Californië. Daar kwam hij te werken in een groot project binnen Sun met honderden mensen, waar hij zich eigenlijk wat verloren voelde.

“Toen kwam ik op een feestje James Gosling tegen”, vertelt Van Hoff, “want zo gaat dat hier echt, en die vroeg of ik bij Java wilde komen werken. Het Java-project was al twee jaar gaande. Ik heb daar aan meegedaan en me beziggehouden met het 'afmaken'. Allerlei details moeten in de loop van de ontwikkeling van een dergelijke taal worden aangepast en sommige worden overbodig. Vervolgens heb ik ook nog de compiler geschreven.” De compiler vormt eenvoudig gezegd de brug tussen de taal en de nullen en enen. Toen was het Java-team klaar. Van Hoff deelde in de feestvreugde en kreeg diverse onderscheidingen, waaronder PC Magazine's onderscheiding voor Technical Excellence. Van Hoff heeft ook de HotJavabrowser nog mede-ontwikkeld maar hij en zijn collega's wilden verder.

“De keuze voor Marimba was moeilijk”, zegt Van Hoff. “Alle vier hadden we een goede baan en die moesten we opgeven. Weggaan bij Sun betekende ook het opgeven van alle opties op aandelen in het bedrijf want die mag je pas verzilveren na vijf jaar. Het was erg onzeker en mijn vrouw was er dan ook eigenlijk op tegen.” Alle vier de oprichters legden 15.000 dollar in en zo werd het bedrijf opgericht. “Het is gemakkelijk om hier een bedrijfje te beginnen. We openden een klein kantoortje, kochten computers en voor 1.500 dollar meubilair en sloten de telefoon aan.”

Dat was in januari 1996. Een half jaar lang werd er gepraat over structuur, over het product, over en met klanten, en er werd een naam bedacht. Voor een goed idee krijg je in de VS al gauw geld los, maar dan wil de investeerder ook meteen een flink belang. De oprichters van Marimba waren op eigen houtje al iets verder en zij verkochten voor vier miljoen dollar een minderheidsbelang aan Kleiner Perkins, een zeer bekende verschaffer van kapitaal voor hi-tech starters in Silicon Valley.

“De venture capitalists helpen ook met kantoorruimte, personeel en andere zaken”, vertelt Van Hoff. “Ze hebben veel ervaring omdat ze voortdurend bedrijfjes op weg helpen. Ze gaan er vanuit dat twee van de vijf het halen en dat het succes van die twee de andere verliezen ruimschoots compenseert.” Een jaar na het van start gaan heeft Marimba nu zeventig man in dienst, en het bedrijf wil nu meer geld want de volgende stap is groei tot ongeveer tweehonderd. “Financiers vragen ook naar je exit-strategie”, zegt Van Hoff glimlachend. “Dat is wat ons betreft duidelijk. We willen niet verkopen, we willen ooit naar de beurs. Daar wordt geen termijn voor gesteld. Ze laten je vrij en ze hopen gewoon dat je succes hebt.”

Marimba verdient al behoorlijk en dat is verrassend snel voor een bedrijf dat nog maar zo kort bezig is. Het heeft grote namen als Time Warner, Aetna en Lehman Brothers als klant. Het bedrijf heeft twee producten, Castanet en Bongo. Castanet creëert een kanaal waarlangs software kan worden gestuurd en beheerd. Het kanaal is interactief. Normaal gesproken is de bandbreedte niet toereikend om via Internet - dus meestal via telefoonlijnen - snel grote hoeveelheden informatie te sturen. De gebruiker zit na het inloggen dan eerst te wachten tot zijn hele programma is vernieuwd. Castanet stuurt echter niet telkens het hele pakket maar alleen wat is veranderd. Geen download, maar update. Bongo, het tweede product van Marimba, biedt een interface voor Java, zodat het voor iemand die daarmee werkt veel gebruiksvriendelijker wordt. “Onze kreet is Marimba gets your software down to business”, zegt Van Hoff.

Het voordeel van toepassingsprogramma's die in Java zijn geschreven is dat het aansluit bij alle standaarden. Opeens maakt het niet meer uit of je met Windows 3.1, Windows 95 of een MAC OS te maken hebt. “De software van Microsoft is moeilijk te installeren en is veel te ingewikkeld”, aldus Van Hoff. “Java-applicaties zijn gemakkelijker en je hebt meer controle. Castanet is dan ook een betere manier om je programma's te beheren.” Castanet werkt minder goed op Windows dus bedrijven zouden moeten overgaan op Java. Bestaat er niet enorme weerstand van mensen die niet zomaar al hun applicaties willen herschrijven?

Van Hoff: “Vijf jaar geleden zou niemand daar aan beginnen omdat het zoveel werk is maar nu is dat anders. Internet is opeens alom aanwezig en bedrijven en instituten willen hun databases toegankelijk maken voor klanten. Dat gaat moeilijk met Windows. Daarnaast is er nu ook de networkcomputer, met een centraal systeem dat op Java loopt. En dan nogmaals: met Java zijn programma's veel gemakkelijker te beheren dan met wat er nu is.”

In filosofie is Marimba een tegengestelde van Microsoft. Het adagium in Palo Alto is open standaarden, terwijl Microsoft altijd zijn systemen exclusief probeert te houden. Zelfs de open programmeertalen maakt Microsoft exclusief door er iets eigens aan te plakken, zodat die alleen nog aansluiten bij Windows. Van Hoff: “Microsoft is een groot bedrijf en moeilijk om een relatie mee op te bouwen. Ze willen controle over hun software houden.” Van Hoff beschouwt de softwaregigant dan ook als de grootste concurrent en een permanente dreiging.

Nadruk legt Van Hoff ook op de geschiktheid van Castanet voor computergebruikers die mobiel zijn. Veel mensen zijn op reis, nemen hun computer mee en moeten op het eind van de dag hun gegevensbestanden snel kunnen bijwerken. Maar niet alleen mensen die onderweg zijn, ook mensen die gewoon vanaf elke computer willen kunnen werken, hebben baat bij Castanet. Van Hoff: “CNN's financiële zender biedt via Internet de mogelijkheid voor kijkers en gebruikers om een eigen beleggingsportefeuille aan te leggen waarvoor CNN de informatie verschaft. Daarin zitten variabelen, zoals laatste beurskoers, koers-winstverhouding en zo, die voortdurend moeten worden bijgewerkt. Dat kan goed met Castanet.” Een ander voorbeeld van gebruik van Castanet is een toepassingsprogramma voor thuisbankieren, waarbij voor de consument het voordeel is dat de bank niet ook even in de pc van de klant kan kijken waar hij nog meer is geweest.

Het oprukken van informatie-apparaten, zoals mobiele telefoons en laptops, dringt de rol van de personal computer terug. Vooral de komst van de networkcomputer (nc) heeft de discussie daarover aangezwengeld. Hoe denkt Van Hoff daarover? “De pc verdwijnt niet, maar is geen alleenheerser meer. Ik heb een grote pc, een laptop, een pilot, een pager en een mobiele telefoon. Straks wordt de nc belangrijk, vooral bij grote bedrijven. Dat betekent dat informatie snel naar een werkterminal moet kunnen gaan. Pc's blijken enorm duur in onderhoud als je ze een tijd hebt. Nc's hebben geen harde schijf en dat is een voordeel. Als je een pc laat vallen kan dat een ramp zijn. Als je een nc laat vallen, pak je gewoon een nieuwe en kun je verder.”