Nieuwe aanklacht Kabila

NEW YORK, 9 OKT. De organisatie voor de rechten van de mens Human Rights Watch/Africa heeft gisteren nieuwe bewijzen op tafel gelegd dat het Rwandese regeringsleger en de troepen van de Congolese president Kabila massale slachtingen hebben uitgevoerd onder Hutu-vluchtelingen in het oosten van het voormalige Zaïre, thans Congo.

In een 40 pagina's tellend rapport stelt Human Rights Watch dat troepen van de afgelopen mei verdreven (en inmiddels in Marokkaanse ballingschap overleden) Zaïrese dictator Mobutu, in samenwerking met uit Rwanda uitgeweken Hutu-milities, zich schuldig hebben gemaakt aan moorden, verkrachtingen en andere misdaden. Dat is ook wat de opvolger van Mobutu, president Kabila, beweert. Maar, stelt Human Rights Watch, de moordpartijen die vanaf het begin van de opmars van Kabila in november vorig jaar tot afgelopen mei werden uitgevoerd door de (toen nog) rebellen van Kabila en het Rwandese Tutsi-leger “verschilden opvallend” van die van de troepen van Mobutu, afgaande op omvang, de aard van de slachtingen en de redenen ervoor.

Human Rights Watch heeft afgelopen zomer zes weken lang uitgebreid gesproken met burgers en vluchtelingen. Haar bevindingen worden in New York gepubliceerd op een moment dat de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, een besluit moet nemen over verder onderzoek naar de berichten over genocide in Congo. Vorige week keerde een onderzoeksteam van de VN onverrichter zake terug uit Congo na meningsverschillen met de regering in Kinshasa over de opzet van het onderzoek. De VN beraden zich over de te nemen stappen. (Reuter)