Motie van wantrouwen tegen Russische regering

MOSKOU, 9 OKT. De door een meerderheid van communisten en nationalisten beheerste Doema, de Russische Tweede Kamer, weigert Ruslands overheidsbegroting voor 1998 goed te keuren en wil volgende week een motie van wantrouwen in stemming brengen tegen de hervormingsgezinde regering.

Een vurig pleidooi van premier Viktor Tsjernomyrdin om af te zien van een confrontatie kon gisteren de kou niet uit de lucht halen: de aanwezige 380 Doema-leden (van de 450) namen unaniem een niet-bindende resolutie aan waarin het sociaal-economische beleid in de eerste negen maanden van dit jaar als 'onbevredigend' werd afgekeurd.

Dinsdagavond al had de communistenleider Gennadi Zjoeganov, die president Jeltsin en de regering verantwoordelijk houdt voor “het ruïneren van het land”, 146 handtekeningen verzameld voor het aan de orde stellen van de vertrouwenskwestie. De regering, die de markt vergaand wil hervormen, ligt voortdurend overhoop met de Doema, die het liberale economische beleid juist wil terugdraaien.

Premier Tsjernomyrdin rekende voor dat de Russische economie in 1997 voor het eerst na zeven magere jaren weer groeit, zij het slechts met 0,2 procent. De directe en indirecte buitenlandse investeringen zijn opgelopen tot 14 miljard gulden in de eerste helft van dit jaar. Het wegstemmen van de regering, juist op het moment dat het beleid vruchten begint af te werpen, noemde de premier “ontoelaatbaar”.

Bij aanvang van het debat van vandaag over de overheidsbegroting voor 1998 (volgens de regering het eerste realistische budget, volgens de Doema een “rampzalige bezuiniging”), kwam minister van Economische Zaken Jakov Oerinson de verwachte groeicijfers voor 1998 presenteren: twee procent stijging van het bruto nationaal product, drie procent meer productiviteit in de landbouw en industrie, een reële inkomensstijging van twee tot drie procent.

De door hardliners gedomineerde Doema leek niet onder de indruk. Volgens de communist Zjoeganov wil de regering “het land in een destructieve richting duwen”. Een lid van de tegen de communisten aanleunende Agrarische Partij voorspelde “de langzame dood van het Russische dorp”, terwijl aan de andere kant van het politieke spectrum het liberale parlementslid Javlinksi, voor wie de hervormingen juist niet radicaal genoeg zijn, waarschuwde voor “een kolossale financiële crisis” in 1998.

President Jeltsin dreigde vorig week tot tweemaal toe de Doema te ontbinden, als de begroting en het nieuwe belastingwetsontwerp worden verworpen. In dat geval komen er tussentijdse parlementsverkiezingen. Waarnemers verwachten niet dat het zover zal komen. De motie van wantrouwen maakt wel kans, maar krijgt volgens de grondwet pas gevolgen als binnen drie maanden opnieuw het vertrouwen in de regering wordt opgezegd.

Als dat daadwerkelijk gebeurt, staat president Jeltsin voor de keus: of hij stuurt de Doema naar huis, of zijn regering.