Lessen uit de grote stad

Ach, dat moment van die eerste kleine diefstal. Geld uit de portemonnee, een reep uit de snoepwinkel, trillend van angst maar bevend van opwinding. De donderslag verwachtend, maar genietend van de zonde.

Zo moet het ongeveer zijn gegaan met Robin de Vilder. Hij stal geen chocola, maar verduisterde 5.5 miljoen gulden van twee reclamemensen, Jan van Buuren en Wim Laverman. Dat eerste was niet verstandig en het tweede nog minder, want Van Buuren en vooral Laverman begonnen een unieke, nu al tien jaar durende publiciteitscampagne tegen de Vilder en diens vader. Zij aten het gerecht wraak koud, zij aten het warm, als voorspijs en als toetje. Voornamelijk in restaurant De Telegraaf, dat in die cuisine een uitgebreide menukaart heeft.

De Vilder, die inmiddels een studie en promotie cum laude plus een jaar gevangenisstraf achter de rug heeft, reageert nu voor het eerst in het openbaar, in Vrij Nederland. Goed van VN, maar nog beter voor De Vilder die, niet gehinderd door enige kritische vraag van interviewer Peter van der Klugt, zijn verhaal mag vertellen. Het is een plausibele verklaring: weerbarstig zoontje uit rijke familie wil niet deugen, leert geen vak maar gaat in opties handelen en wordt binnen een jaar miljonair.

Laverman (al multi-miljonair) wil snel nóg meer geld en geeft de stuurloze Ferrari-yup 10 miljoen gulden, waarvan hij er vier miljoen terugkrijgt. Veel is verloren aan speculaties maar De Vilder erkent dat een deel (anderhalf miljoen, drie miljoen?) is opgegaan aan drank en privé-vliegtuigen en hij is bereid dat terug te betalen. Als hij zou kunnen, helaas kan hij dat niet. Maar hoe zit dat dan met de erfenis van zijn inmiddels overleden vader? Van der Klugt vraagt er niet naar.

Het is een modern grotestadsverhaal. Juist omdat De Vilder er niet uitkomt als een echte boef - wel als een roekeloze, lichtelijk normloze man - moge dit verhaal een les zijn voor jonge mensen!

Elsevier portretteert er daarvan vijftig, een selectie talenten uit de generatie tussen 1965 en 1970. Ze komen eraan, die nuchtere, hardwerkende kinderen van de babyboomers. Ze werken zich te pletter (de helft 72 uur) slapen weinig (10 procent maar vijf uur) en 63 procent gelooft niet in God. Een aantal van hen is al miljonair in detachering, software of opties (pas toch op!) maar er zit ook een priester bij, en een meisje dat onderzoek doet naar palingvangst rond 1550. Ze lijken allemaal nog heel degelijk, blij en positief, maar dat kan ook aan Elsevier liggen. Want de grenzen zijn verdwenen in medialand. Vroeger was links optimistisch (het dageraad gloort!) en rechts pessimistisch (de zeden verruwen, alles wordt slechter). Sinds de Club van Rome en De Muur is er geen peil meer op te trekken.

Dat blijkt ook uit een discussie tussen drie linkse voormannen in De Groene Amsterdammer. Amsterdams gemeenteraadslid Roel van Duijn, die nu in Groenoord slaapt om de ME af te wachten, is nogal somber over de toekomst. Jan Marijnissen (Socialistische Partij) put moed uit zijn hoop dat het huidige systeem in elkaar zal storten en is in die zin hoopvol. (“Ik heb in dat boekje van mij, Tegenstemmen, gezegd dat groen voor mij ondenkbaar is zonder rood. Sterker: groen is per definitie rood.”) De fractieleider van GroenLinks Paul Rosenmöller deinst ook niet terug voor een Mierloïaanse formulering. Wanneer Van Duijn stelt dat links tekort schiet in zorg voor de natuur, antwoordt Paul dat die uitspraak te ver gaat. “Volgens mij is het zo dat als je probeert het milieutekort op te lossen door het vergroten van het onrechtvaardigheidstekort, dat je er dan niet komt. Ons alternatief is juist dat er minder aandacht zou moeten zijn voor het financieringstekort en veel meer voor het rechtvaardigingstekort én het milieutekort.” Zo spreekt de moderne idealist die 'in de marges van het kapitalisme' (Rosenmöller) opereert. Maar de echte Doemdenkers zijn toch wezenlijk reactionair, concludeert Leo de Haes in het Groene-essay. Nietzsche, Spengler, Plato, Burckhardt, Ortega Y Gasset, Mailer, Toynbee - ze wilden bewaren wat verdwenen was of eigenlijk nooit bestaan had.