Hoger onderwijs

In NRC Handelsblad van 25 september gaat Frederiek Weeda in op de rendementen van opleidingen in het hoger onderwijs. De cijfers die de opleidingen geven zouden volgens haar niet kloppen. Er wordt zelfs gesuggereerd dat de universiteiten en HBO-instellingen dit bewust doen. Terwijl het volgens Weeda toch zo eenvoudig is: in september stroomt er een aantal studenten in, na zes jaar tel je hoeveel er afgestudeerd zijn. Een eenvoudige deelsom levert het rendement op. Weeda geeft hiermee een te simpele en onjuiste voorstelling van zaken.

Stel dat we de suggestie van Frederiek Weeda zouden overnemen, dan ontstaan er de volgende problemen:

- De propedeuse heeft een zogenaamde selecterende, verwijzende functie. Dit leidt ertoe dat er veel meer propedeuse dan doctoraal studenten afvallen. Daar is de propedeuse dus ook voor bedoeld, maar het vertekent de rendementscijfers over de gehele studie in hoge mate.

- Een opleiding heeft naast een voltijd variant ook een deeltijd opleiding, mogen die studenten ook maar vier tot zes jaar over hun studie doen? Dat is onredelijk.

- Een opleiding laat afgestudeerde HBO-studenten toe. Krijgen die ook vier tot zes jaar, in weerwil van vooropleiding en de vrijstellingen die dat oplevert? Is eveneens onredelijk. - Een student schrijft zich in, maar komt na twee keer college lopen nooit meer opdraven.

Bijvoorbeeld omdat hij alsnog bij geneeskunde is ingeloot. In de wiskundige berekening moet je zo iemand meetellen, maar onderwijskundig natuurlijk niet, zo'n fenomeen zegt namelijk niets over de onderwijskwaliteit en het rendement dat daar een gevolg van is.

Kortom, verschillende studentengroepen stromen op verschillende momenten in. Bij het berekenen van de rendementen doet zich, bij de ene studierichting meer dan bij de andere, telkens de vraag voor wat er in de teller en noemer moet staan. Binnenkort verschijnt een nieuw VSNU-boekje met kengetallen over het onderwijs. Daarin zijn ook de uitkomsten van een gezamenlijk project van de universiteiten met het CBS terug te vinden. Doel van dat project was om in het vervolg met landelijk vergelijkbare rendementscijfers te werken. De eerste resultaten in het boekje laten zien dat dat aardig lukt.