Geweld in de verzorgingsstaat

CAPELLE AAN DEN IJSSEL. Het pleintje Merijntje Gijzenburg is het eindpunt van een doolhof van kronkelwegen met in serie gebouwde huizen zonder voorgevel. Zondagavond om half tien verscheurden zo'n twintig mannen en vrouwen in vijf auto's de stilte van dit voorstedelijke arcadië van Capelle aan den IJssel.

Ze hadden kaarsen en bloemen bij zich. Een buurtbewoonster die uit haar schuurtje kwam lopen, werd ruw tegen haar garagedeur gesmeten. Er werd geduwd en getrokken maar door de kalmte van sommige bewoners ontstond er een gesprek. De botte indringers wilden kaarsjes opsteken voor een overledene. Dat mocht.

Het was voor hun vriend Harold Sundermann, een professionele autodief, die vrijdagnacht in een gestolen Opeltje het voetgangerssteegje aan het einde van het plein inraasde en tegen het smalle houten voetgangersbruggetje tot stilstand kwam. Politiewagens met huilende sirenes zaten achter hem aan. Agenten stapten uit en holden het steegje in. En terwijl Sundermann met hoge snelheid achteruit op de agenten afkwam, die niet meer, zoals wel in films gebeurt, opzij konden springen, werd hij getroffen door een van de tien politiekogels die werden afgevuurd. De twee agenten brachten het er heelhuids van af, maar er was een dode. De rijksrecherche zoekt uit of de agenten hun achtervolging niet te ver voerden en de dode onnodig was.

In Capelle aan den IJssel is het herdenkingsritueel met kaarsjes voor doden genormaliseerd. Het wordt niet langer gereserveerd voor de helden die stierven omdat ze mannen van agressief gedrag probeerden te weerhouden. Sundermann was een autodief, geen slachtoffer van toevallig geweld, maar van gericht overheidsingrijpen, terecht of onterecht, om erger te voorkomen.

Precies twee jaar geleden stonden de kaarsjes en bloemen in een Hilversumse winkelstraat voor een doodgetrapte jonge man. Dat was de eerste keer. Meer bekendheid kreeg Joes Kloppenburg die een jaar geleden in Amsterdam op de bres sprong voor een ander die voor hem op straat in elkaar werd gemept. Twee weken geleden betrachtte heel Nederland een minuut stilte voor de Leeuwardenaar die zijn verbale verzet tegen een viertal vandalen met de dood moest bekopen. Het was een apolitiek massaal protest: “Dit nooit meer”.

Inmiddels verschijnen de flakkerende lichtjes overal. Afgelopen weekeinde brandden de kaarsjes in de Amsterdamse Reguliersdwarsstraat voor een onschuldige omstander bij een schietpartij. In het geval van de autodiefstal hadden de vlammetjes ook kunnen branden voor de eigenaar van de Opel. In Gouda had hij Sundermann proberen te hinderen in de uitoefening van diens ambacht. Hij kreeg rake klappen en trappen tegen zijn hoofd. Hij moest voor behandeling naar het ziekenhuis. De Gijzenburg had ook het decor kunnen zijn voor een politie-herdenking, als de achtervolgende mannen waren overreden.

De kaarsjes zijn niet langer een stil protest, maar een gewenningsritueel. Nederland is de grote wereld nog aan het inhalen in dodelijke klappen en schoten. Uiteindelijk berust de samenleving. Zo is het ook gegaan met verkeersslachtoffers. Politie-agenten hopen van hun fouten te leren, maar er zijn te veel nieuwe situaties om het hoofd te bieden. Ze worden meegesleurd in de escalatie van hardheid.

Slachtofferhulp is de taak waar de Nederlandse diender in uitblinkt. De betrokken agenten zelf kunnen stoom afblazen bij een vaktherapeut. De geschokte vrienden van Harold togen maandagavond in een optocht met toeterende auto's vol portretfoto's naar het stadhuis van Capelle en werden ontvangen door burgemeester Verbree. Na een goed gesprek mochten ze hun vriend onder politiebegeleiding nogmaals ter plekke herdenken met kaarsjes en bloemen.

En ook de bewoners zelf, die hun vrijdagnachtrust verstoord zagen, werden zaterdag grondig 'nabehandeld'. Een districtschef kwam op bezoek en vertelde hen over de toedracht van de achtervolging. Op het stadhuis weidden de hoofdcommissaris en de burgemeester nog eens verder uit. Een maatschappelijk werkster van slachtofferhulp stond klaar voor wie het allemaal te veel zou worden. Zondagnacht, na de wat wilde herdenking, waarbij de politie pas kwam toen het bijna was afgelopen, bleef de districtschef nog anderhalf uur napraten. “Hij is op een stoel gaan zitten en hij is lekker gaan luisteren. Om half een was hij pas weg”, zegt een aanwezige. “Geweldig goed.”

Op woensdagavond is nog niet iedereen er overheen. Sommigen hebben zich ziek gemeld. De werkgever heeft er begrip voor. Anderen hebben hulp gevraagd bij de huisarts. De man die naast het laantje woont, en anoniem wenst te blijven, is nog steeds niet over de schrik heen. Hij had gedacht dat er vrijdagnacht nog een tweede boef rondwaarde die een gijzelingsdrama kon veroorzaken. Van de herdenking op zondag was hij helemaal geschrokken. “Emotioneel zijn we er nog veel mee bezig”, zegt zijn vrouw. “Iedereen wil lekker tegen elkaar aan praten.”

Helaas wist Slachtofferhulp niets af van het incident, toen hij belde. Dat moeten de vrijwilligers toch beter volgen, vindt hij. Dan verrichtte de politie haar taak een stuk beter. Ook de school houdt de kinderen van de Merijntje Gijzenburg speciaal in de gaten.

De buurman kan zich nog niet concentreren op een bezigheid, want hij blijft de hele tijd met zijn gedachten bij het afgelopen weekeinde. Zijn vrouw denkt dat iedereen aan haar kan zien wat ze heeft meegemaakt. Soms trilt ze. Maar ze wonen in een veilige buurt, herhalen ze steeds tegen zichzelf. “De emoties zijn nu langzaam aan het zakken”, zegt zij. “Als het niet gebeurt, zoeken we het hogerop.”