Geldkwestie verduistert uitbreiding EU

De inkt van de handtekeningen onder het Verdrag van Amsterdam is nog maar net droog of de vijftien lidstaten van de Europese Unie zijn alweer verwikkeld in vergaande meningsverschillen over de kosten van de komende uitbreiding.

BRUSSEL, 9 OKT. De Europese Unie staat aan de vooravond van uitbreiding met lidstaten in Midden- en Oost-Europa, waarvan de kosten moeilijk te overzien zijn. Tegelijkertijd willen lidstaten als Nederland en Duitsland minder aan de EU betalen en verlangen landen als Spanje, Portugal en Griekenland dat de steun die zij uit Brussel ontvangen niet vermindert. Bovendien wijst iedere lidstaat veranderingen bij het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de grootste kostenpost van de EU, van de hand zodra dat de portemonnee van de eigen boeren raakt.

Diplomaten in Brussel zijn druk in de weer om te voorkomen dat de geldkwestie de top van Europese staats- en regeringsleiders in december in Luxemburg zal beheersen. Diplomaten van verscheidene lidstaten zijn van mening dat in het geval de regeringsleiders in Luxemburg over hun uiteenlopende financiële eisen gaan discussiëren, het risico groot is dat zij geen besluit nemen over de manier waarop de uitbreiding van de EU moet gebeuren.

Het is de bedoeling dat de regeringsleiders in Luxemburg besluiten met welke landen volgend voorjaar onderhandelingen over toetreding tot de EU beginnen. De Europese Commissie vindt dat vijf Midden- en Oost-Europese landen - Polen, Tsjechië, Hongarije, Estland en Slovenië - economisch en politiek zover zijn dat met hen onderhandelingen kunnen beginnen. Bovendien is Cyprus toegezegd dat volgend jaar besprekingen over lidmaatschap zullen beginnen. Verschillende lidstaten zijn echter van mening dat de onderhandelingen tegelijk met de andere Oost-Europese kandidaatlidstaten - Roemenië, Bulgarije, Slovakije, Letland en Litouwen - moeten beginnen. Over een aantal jaren zal dan wel blijken welk land eerder en welk land later zover aan de standaarden van de EU is aangepast, dat daadwerkelijk lidmaatschap mogelijk is.

De regeringsleiders moeten ook besluiten nemen over maatregelen voor de overgangsperiode waarbij toekomstige lidstaten nog in de kandidatenbank zitten. Frankrijk heeft voorgesteld om een Europese Conferentie in het leven te roepen. De Franse minister van Europese Zaken, Moscovici, heeft deze week de EU-ministers van Buitenlandse Zaken een uitwerking van dit voorstel gepresenteerd. Zo'n conferentie zou een permanente dialoog tussen de vijftien huidige lidstaten en de kandidaatleden mogelijk maken, waardoor het ontstaan van conflicten kan worden voorkomen. De Europese Conferentie zou komend voorjaar tegelijk moeten worden gehouden met het begin van de onderhandelingen over toetreding van nieuwe lidstaten.

Volgens de Belgische premier Dehaene zal de discussie over de uitbreiding en de financiën van de EU nog jaren moeizaam verlopen. De twee zaken zijn met elkaar verbonden doordat de Europese Commissie afgelopen zomer in de Agenda 2000 zowel de perspectieven van de kandidaatlidstaten als die van de Europese financiën na 1999 presenteerde. Op die combinatie heeft vooral Nederland aangedrongen tijdens de EU-top van eind 1995 in Madrid. Dehaene: “Ik heb altijd gezegd dat al degenen die grote pleidooien hielden voor uitbreiding, in feite aan struisvogelpolitiek deden door nooit over het prijskaartje te praten en de veranderingen die dit teweeg zou brengen bij het landbouwbeleid en bij de structuurfondsen.” Vooral de Duitse bondskanselier Kohl heeft de afgelopen jaren op dikwijls emotionele toon uitbreiding van de EU in oostelijke richting bepleit, omdat Europa degenen die tijdens de Koude Oorlog aan de andere kant van het IJzeren Gordijn werden geboren niet zou mogen uitsluiten. Volgens een Brusselse diplomaat realiseren EU-lidstaten zich pas echt de politieke problemen die aanpassing van de kandidaatlanden aan de standaarden van de EU met zich meebrengen, sinds de Europese Commissie in juli met analyses van de situaties ter plaatse is gekomen.

Hun inspanningen om te voorkomen dat de Europese regeringsleiders van het gecompliceerde uitbreidingsdebat afdwalen naar hun onderlinge meningsverschillen over geldzaken, weerhouden diplomaten in Brussel er niet van nu al met een beschuldigende vinger naar anderen te wijzen voor het geval het in december in Luxemburg misgaat. Dat gaat soms in bewoordingen die niet mis te verstaan zijn. Zo zegt een Spaanse diplomaat dat de Belgische premier Dehaene zich zelf als een struisvogel gedraagt door te doen alsof er op dit ogenblik over geld gepraat kan worden. Spanje heeft wel duidelijke financiële eisen. Het wil niet dat de steun voor de huidige armere gebieden van de EU door middel van de structuur- en cohesiefondsen vermindert als in het kader van een overgangsregeling meer geld voor projecten in de kandidaatlidstaten beschikbaar moet komen. Het vraagt zich dan ook af of het mogelijk is dat de EU-begroting beperkt blijft tot maximaal 1,27 procent van het bruto binnenlands product, zoals de Europese Commissie en de meeste lidstaten willen.

Maar volgens Spanje is een serieuze discussie hierover pas mogelijk nadat volgend jaar verkiezingen in Nederland en Duitsland achter de rug zijn en daardoor de eis van deze landen dat zij minder aan de EU-begroting behoeven bij te dragen gemakkelijker bespreekbaar wordt. Tot compromissen zullen de lidstaten volgens een Spaanse diplomaat pas bereid zijn tegen de tijd dat eind 1999 de huidige financiële afspraken aflopen.

Franse diplomaten menen dat uitbreiding en de geldkwesties onmogelijk meer gescheiden kunnen worden. Dat zou met name de schuld zijn van Nederland en Duitsland, die in december in Luxemburg niet over geld willen praten, maar zelf het onderwerp door hun financiële eisen op tafel hebben gelegd. Volgens de Fransen was het ook niet nodig dat de Europese Commissie in juli de uitbreiding en de financiële toekomst van de Unie als één pakket presenteerde.

Franse diplomaten zeggen dat hun regering na de top in Luxemburg tegen de bevolking niet kan zeggen dat aan de Duitse wens om de EU uit te breiden gevolg is gegeven maar dat op Duits aandringen over andere zaken niet is gesproken. Het is volgens hen nodig om voor december een formule over de financiële zaken te vinden, waarmee alle lidstaten kunnen instemmen. “Het kan nog een hard gevecht worden. We voelen ons er allemaal door in verlegenheid gebracht”, zegt een Fransman.

Nederlandse diplomaten verwachten optimistisch dat men er ook in zal slagen tijdig een voor iedereen aanvaardbare formule te vinden waardoor de financiële onderhandelingen definitief naar volgend jaar verdwijnen. Zo'n formulering zou het mogelijk moeten maken dat de regeringsleiders na Luxemburg allemaal thuis zeggen dat ze hebben ingestemd met de uitbreiding maar dat hun land er financieel niet op achteruit gaat. Nederland ontkent dat minister van Financiën Zalm, door de Nederlandse eis om minder aan de EU-kas bij te dragen, het risico van problemen bij de Luxemburgse top heeft vergroot. Het zou er goed aan hebben gedaan om net als andere landen de eigen positie tijdig duidelijk te maken.

Sommige Brusselse diplomaten zeggen dat de Europese Commissie een bijzondere rol speelt bij de vroegtijdige discussie over geld. In juli meldde de Commissie nog in Agenda 2000 dat pas nadat een eerste nieuwe lidstaat is toegetreden het huidige financieringsmechanisme opnieuw moet worden bekeken. Maar opgejaagd door Duitsland en Nederland die netto minder aan de EU willen bijdragen, besloot de Commissie nu al een studie te doen naar wat de lidstaten aan de EU betalen en wat zij uit Brussel ontvangen.

Tot voor kort weigerde de Commissie over netto-bijdragen van lidstaten te praten, omdat deze niet te berekenen zouden zijn. Dat laatse vinden de zuidelijke lidstaten nog. Zo zegt een Griekse diplomaat dat Duitsland er wel op kan wijzen hoeveel geld er uit de structuurfondsen naar Griekenland gaat, maar dat het dan over het hoofd ziet dat Duitse bedrijven dankzij dit geld een nieuw vliegveld bij Athene kunnen bouwen. Een Portugees zegt: “De uitbreiding kan niet door de armste lidstaten gefinancierd worden.”