De uitkomst van Oppenheims formule is 'konijn'

Tentoonstelling: Meret Oppenheim. T/m 23 nov. in het Museum voor Moderne Kunst Arnhem, Utrechtseweg 87, Arnhem. Di t/m za 10-17u, zon- en feestdagen 11-17u. Catalogus: ƒ 69,50.

Op een Parijs terras verzon Meret Oppenheim (1913-1984) in 1936 haar onsterfelijke Dejeuner en fourrure: een met bont bedekte kop, schotel en lepel. Het was een kunstwerk dat al snel tot de ikonen van de twintigste eeuw is gaan behoren. Datzelfde jaar nog zou dit object de eyecatcher zijn op de tentoonstelling Fantastic Art, Dada en Surrealisme in het Museum of Modern Art in New York tussen zevenhonderd andere werken van honderdvijftig kunstenaars, van Leonardo da Vinci tot Walt Disney.

'Ik ontdekte de surrealisten niet, de surrealisten ontdekten mij', zei Oppenheim ooit over zichzelf. Bevrijd van school reisde ze op haar achttiende haar vriendin Irene Zurkinden achterna naar Parijs. Irene, die ook uit Basel kwam, leek met haar uiterlijk zo te passen in een schilderij van Toulouse Lautrec. Meret daarentegen zag er met haar strak achterovergekamde haar heel modern uit. Max Ernst vergeleek haar met een broodje belegd met marmer.

Met haar vriendinnen was Oppenheim regelmatig te vinden op het terras van Café Le Dome op de Boulevard Montparnasse, waar de modellenmarkt voor academieschilders, die daar iedere week op maandag werd gehouden, nog maar net was afgeschaft. Hetzelfde terras was ook het verzamelpunt van de heren surrealisten. De tentoonstellingen die aan haar werk gewijd zijn, laten echter zien dat Oppenheim niet zomaar een schoonheid was die, beroemd geworden door foto's van Man Ray, bij toeval een tophit bedacht.

Op dit moment is er, naast een grote overzichtstentoonstelling in Amerika waarin haar beroemde objecten zijn opgenomen, ook een vrij uitgebreid overzicht van haar tekeningen, schilderijen en objecten ingericht in het Gemeentemuseum in Arnhem. Dat Oppenheim ook poëzie schreef, blijft onderbelicht, ook in de catalogus. In deze tentoonstelling, die nog zal doorreizen naar Zweden en Finland, ontbreekt ook haar Dejeuner en fourrure maar dat is niet zo'n bezwaar.

Oppenheim gunt ons een kijkje in haar keuken zoals je zelden ziet. In haar wispelturige oeuvre slingert ze van abstract naar naïef en van naïef naar expressief, ze neemt je kortom zonder enige pretentie mee naar alle uithoeken van de kunst. Haar mentaliteit valt goed af te lezen aan een pagina uit een schoolschrift uit haar gymnasiumtijd in Basel. Het schrift zelf is in Arnhem helaas afwezig, maar er ligt wel een replica van een bladzijde. Een konijn vormt daarop het middelpunt van een wiskundige formule met als conclusie: X = konijn.

Ze tekende in die tijd, niet zonder talent, koorddansers, heiligen als kabouters op een carrousel, een zelfportret met een grimas. Geleidelijk krijgt haar werk niet alleen wat inhoud, maar ook wat stijl betreft surrealistische trekken. Ze tekende een weegschaal met een hoofd in een schaal en verwerkt elementen uit sprookjes, magie en goochelarij. Later zou ze in een abstract expressionistische periode ook Roodkapje en de wolf tekenen. Het aardige van Oppenheim is dat ze zich niet liet strikken in stijlvastheid. Je ziet allerlei invloeden in haar werk, bijvoorbeeld van Hans Arp, maar met evenveel plezier speelt ze af en toe de heks, rijkelijk strooiend met bezwerende tekens. In het werk De kabouters verlaten het huis heeft ze bijvoorbeeld tussen Arp-achtige abstracte vormen op een zorgvuldig nagetekende houten plank een paar ladders getekend.

Ondanks de weinige stijlvaste indruk die ze maakt, is Oppenheim steeds dezelfde gebleven. Ze liet zich niet als Roodkapje opeten door de heren van het surrealisme. In de jaren zeventig kwam ze opnieuw in de belangstelling te staan. Ze werd een heldin voor de feministische kunstbeschouwing. Het licht verteerbaar maken van zware kost is haar levenswerk geweest en dat is wellicht het beste verbeeld in een van haar dadaïstisch objecten. Uit de collectie van Liesbeth Brandt Corstius, directrice van het Arnhemse Museum, ligt op de tentoonstelling een plastic margriet beplakt met havermout.