'Chapeau, Chapeaux' in het Rijksmuseum; Hoeden voor gevorderden

Chapeau, Chapeaux!, hoeden van 1650-1960. T/m 29 mrt 1998 in het Rijksmuseum (Zuidvleugel), Stadhouderskade 42, Amsterdam. Dag. 10-17u (beh 1 jan). Entree ƒ 12,50, CJP/6-18 jr ƒ 5, Pas 65 ƒ 7,50.

Op di 14 okt houdt restaurator Susan Meijer een lezing over de restauratie van hoeden. 12u30-13u. Inl 020-6732121

Op zo 26 okt (12 en 15u) is er in het Rijksmuseum een hoedenshow waar tientallen ontwerpers creaties tonen, geïnspireerd op de collectie van het museum. Aanmelding: 020-6732121

Dit stukje is een pleidooi. Een warm pleidooi voor meer hoeden op straat. Wat zou het weinig opwindende, om niet te zeggen eenheidsworsterige Hollandse straatbeeld opknappen als we ons massaal tooiden met hoed, het meest miraculeuze sieraard dat de mens tot zijn beschikking heeft. Anders dan de spreekwoordelijke gouden ring leidt de hoed namelijk wèl tot wonderbaarlijke metamorfoses. Grijze muizen krijgen kleur, lelijkerds veranderen in opzienbarende verschijningen en schoonheden verwerven zich extra distinctie.

Toegegeven: er is lef nodig om in dit blootshoofdse tijdperk een hoed te dragen. Wie kiest voor het bedekte hoofd, moet vele blikken - bewonderende, verbaasde, soms met een zweempje afkeuring over zoveel decorum - trotseren en voortdurend strijden tegen het gevoel overdressed rond te lopen. Wie deze detonatie met het alledaagse niet met elegantie, flair en een zeker gevoel voor humor weet te pareren, kan de hoed beter in de verkleeddoos laten.

Ander obstakel, moeilijker te overwinnen, is het weinig hoedvriendelijke Nederlandse klimaat. Wind en regen zijn regelrechte plagen voor hoed en zijn drager, die zich anno 1997 niet meer per koets maar per fiets verplaatst. Mijn vijf jaar oude bordeauxrode Borsalino vertoont reeds dusdanige sporen van de paar regenspatjes waaraan ik hem heb blootgesteld, dat hij eerdaags onverwijld naar de tweedehands-kledingwinkel wordt afgevoerd.

Wie de overstap naar de levensfase-met-hoed overweegt, kan inspiratie opdoen in het Rijksmuseum, dat momenteel honderdvijftig hoeden uit de periode 1650-1960 tentoonstelt. Het zijn stuk voor stuk hoeden-voor-gevorderden: het materiaal varieert van bevervilt, veren en stro tot glas en plastic. Te zien zijn onder meer huismutsen - jonge vaders droegen in de 17de eeuw na de bevalling negen dagen lang een 'kraamherenmuts' - wufte hoeden uit Parijs en hoeden van papier (in groten getale vervaardigd als provisoir hoofddeksel toen het Nederlandse leger in 1830 razendsnel in actie moest komen tegen de opstandige zuiderburen).

Sommige hoeden op de fraai ingerichte expositie - prachtig uitgelichte vitrines tonen de hoeden elk in een eigen 'lijst' - zijn slechts historisch interessant. Zoals de hoed van Ernst Casimir, graaf van Nassau-Dietz, die in 1632 te Roermond werd getroffen door een musketkogel en 'in de hoed' stierf. Zowel gat als wondvochtvlek zijn nog zichtbaar. Een eye-opener is het valhoedje - een gewatteerd mutsje met kruisvormige linten eroverheen dat kinderen moest behoeden voor vallen - dat laat zien dat het hedendaagse kinderfietshelmpje eeuwen geleden al in een andere gedaante bestond.

De ware hoedenliefhebber zal het langst stilstaan bij de haute-couture hoeden uit de eerste helft van deze eeuw - waaronder Schiaparelli's en Balenciaga's - die het museum uit privé-collecties kreeg. De hoed van gevlochten raffia met satijnen lint, de hoed van ribzijde met ibisveren - wie wil zulke juwelen niet in haar hoedendoos hebben? Maar het allermooist vond ik de bruine vilten hoed met fluwelen en zijden band en de strik aan de achterzijde: ragfijn en fragiel als een kunstig opgebouwd chocoladetaartje. Mocht het museum ooit zijn hoedencollectie inkrimpen, dan houd ik me aanbevolen.