Brussel wil Europese aanpak van pensioenbreuk

BRUSSEL, 9 OKT. De Europese Commissie wil dat werknemers die binnen de Europese Unie verhuizen hun bedrijfspensioenrechten kunnen meenemen. Met deze Europese aanpak van de pensioenbreuk wil de Commissie een belangrijke barrière voor flexibiliteit op de arbeidsmarkt wegnemen.

De Commissie nam daartoe gisteren een voorstel voor een richtlijn aan.

De mobiliteit onder Europeanen blijft nu beperkt tot ongeveer 2 procent van de beroepsbevolking. Op dit moment werken zo'n 3 miljoen Europeanen in een andere lidstaat.

Verhuizing naar een andere lidstaat betekent nu vaak gedeeltelijk of geheel verlies van het aanvullend pensioen.

De richtlijn zal zo snel mogelijke worden voorgelegd aan de ministers van Sociale Zaken. Commissaris Flynn (sociale zaken) voorspelde gisteren dat zij zich er positief over zullen uitspreken. Hij noemde de maatregel een “een belangrijke stap voorwaarts” in het vrije verkeer van werknemers.

Behalve het recht op het behoud van aanvullend pensioen regelt de richtlijn ook een garantie voor de betaling van de pensioenen over de grens heen, volgens het principe van het vrij verkeer van kapitaal. Voor de ongeveer 500.000 tijdelijk gedetacheerde werknemers wil de Commissie de mogelijkheid om in het systeem van aanvullend pensioen te blijven van het land waar ze voorheen werkten.

Ten slotte is in de richtlijn geregeld dat in een gastland dezelfde belastingvoordelen gelden voor pensioenafdracht als voor andere ingezetenen. Dat is om te voorkomen dat een werknemer die tijdelijk in het buitenland aan de slag is, nadeel voor zijn pensioen ondervindt.

Commissaris Flynn had verder willen gaan met de verbetering van de pensioenrechten, maar daar was Duitsland tegen.

De Eurocommissaris vindt dat een werknemer al na een dienstverband van vijf jaar een aanvullend pensioen moet kunnen opbouwen. In Duitsland geldt een periode van tien jaar.