Briefkaart uit Wijnjewoude; Niets dan landschap

Waarheen? Naar de Friese Wouden, die beminde plek ten zuiden van Beetsterzwaag, ten oosten van Gorredijk en ten westen van Moskou. Opsterland heet de streek. Dus niet Moskou, Rusland. Maar Moskou, Opsterland. In het hart van Opsterland vinden we het dorp met een witte kerk, Hemrik. Graven eromheen, geborgen doden, een klokkenstoel. Arm gebied van boeren en turfstekers, ooit, want er was geen geld om een toren van steen voor de klok te bouwen.

Het huis dat daar langs de weg ligt, uit baksteen opgetrokken, mooi symmetrisch van vorm, het heeft zelfs een stijlkamer in blauw, biedt uitzicht op een weide waarin struisvogels rondrennen. Schrikken ze ergens van, dan draven ze klapwiekend met vertoon van witte veren aan hun korte vleugels rond. De grond is te hard om hun kop in te boren. Telkens kijken de zwarte Friese paarden in de weide ernaast vreemd op naar dit driftig gedoe.

Er is altijd veel weelde aan luchten en wolken. Treed je 's nachts uit het verlichte huis, half verborgen onder een vlierstruik, naar buiten, dan zijn er de sterren, de uilen. En vooral een onwaarschijnlijke, onmetelijke stilte. Ver weg bestaat niets anders dan het landschap.

Dat de wereld verder gaat, is nauwelijks denkbaar; dat wil je ook niet weten. Een liniaalrecht kanaal, de Opsterlandse Compagnonsvaart, doorsnijdt de streek van bosschages, weilanden, maïsvelden, kavels met ogenschijnlijk nutteloos kreupelhout. Zo hoort het. Landschappen moeten verspilling kunnen tonen, niet elke centimeter aangeharkt en gereed voor doelmatig gebruik. Het moet de wildheid tonen van braamstruiken die zich met hun slingerende, stekelige takken om je enkels slaan.

De enige winkel van Hemrik verkoopt ansichtkaarten met achterop 'Groeten uit Wijnjewoude', dat enkele kilometers verderop ligt. Het getuigt van een charmante gulheid en rijke verbeeldingskracht waarom juist uit deze vlek groeten de wereld ingestuurd moeten worden. In de Compagnonsvaart ligt een verroeste boot, een plezierjacht als afgedankte caravan. De hond Fikkie heeft zich van ons afgewend en volgt de boerenkar met hoog opgetaste strobalen, waarvan er een bijna afvalt. De bruine Opel Kadett moet uitwijken. De majestueuze boerderij aan de overzijde, aan de Tjalling Harkeswei zoals de zuidzijde van de Compagnonsvaart heet, heb ik laatst in zijn volle glorie teruggevonden. De eikenbomen ervoor en de kastanjebomen ernaast zijn intussen koepels van groen. De ansichtkaart wordt uitgegeven door Enkabee Levensmiddelenbedrijf P. Hofstra, Wijnjewoude.

In al zijn eenvoud is de kaart spectaculair. Boerderij, strobalen, hond, kar en de weggedrukte Opel groepen samen alsof het een drukte van jewelste is, daar langs die Faert. Een bezield verband van boerenarbeid, maar er is geen mens te zien. De zon is die van de namiddag, want ze valt vanuit het westen in. De fotograaf heeft zich door geen enkele esthetiek laten leiden, dat is mooi, zijn kaart is een loflied op het onopgesmukte, op het betrappen van de werkelijkheid zoals die zich zomaar aandient, op een namiddag ergens tussen Wijnjewoude en Hemrik. Daar kan geen exotisch buitenland tegenop.