Bonden in VS zien deeltijdarbeid als bedreiging

De plannen van Philips Nederland om het personeel sneller te laten doorstro- men, hebben de discussie over flexibilisering van de arbeidsmarkt weer doen oplaaien. Voor- en tegen- standers wijzen daarbij steeds op de VS, waar flexibele arbeidscontracten al lang normaal zijn.

NEW YORK, 9 OKT. De Amerikaanse arbeidsmarkt heeft altijd bekend gestaan als flexibeler dan in andere Westerse landen. Werknemers worden gemakkelijker ontslagen maar ook gemakkelijker aangenomen. De mobiliteit op de arbeidsmarkt ligt dan ook veel hoger. Die mobiliteit is in sommige sectoren bijna een vereiste. Het staat goed op een cv als iemand veel verschillende banen heeft gehad. Die persoon wordt gezien als ondernemend en ambitieus, bereid om hogerop te komen. “Als ik opslag wilde, moest ik altijd een andere baan zoeken”, vertelde Emile Capouya, die zijn leven lang in de uitgeverijwereld werkte.

Toch betekende job-hopping in de praktijk dat de werknemer van vaste baan naar vaste baan ging, en dus gedurende zijn aanstelling verzekerd was van een vast inkomen. Meestal ging het in het verleden om een volledige baan, waar ook secundaire arbeidsvoorwaarden aan verbonden waren.

Flexibilisering op de Amerikaanse arbeidsmarkt heeft het terrein van aanzien veranderd. Er zijn meer deeltijdwerkers, er is een groter aandeel van de uitzendbureaus op de arbeidsmarkt en er zijn meer contractwerkers.

Arbeidsdeskundigen denken dat de trend van meer tijdelijk werk zich zal voortzetten. Volgens een onderzoek uit 1996 van Ray Montagno, managementprofessor aan de Ball State University in Indiana, zal omstreeks 2020 de helft van de Amerikaanse arbeidsmarkt uit tijdelijke werkers bestaan. “Het huidige model schrijft voor dat je in feite je hele leven voor één werkgever werkt”, verklaarde Montagno. “Dat idee is pas ongeveer honderd jaar oud. Daarvoor zorgde iedereen voor zichzelf.”

“Volgens mij zijn er twee belangrijke factoren die op een flexibeler arbeidsmarkt een rol spelen”, aldus Bruce Pietrykowski, als specialist in arbeidseconomie verbonden aan de Universiteit van Michigan. “De grootste onzekerheid is dat mensen hun ziektekostenverzekering verliezen. Wie op straat komt te staan en geen vast inkomen meer heeft, moet goed hebben gespaard om zich pakweg drie maanden lang een ziektekostenverzekering voor het gezin te kunnen veroorloven.”

Volgens Pietrykowski is er ook een splitsing van de arbeidsmarkt opgetreden. De arbeidsmarkt is in de VS veel minder homogeen dan dertig jaar geleden. In algemene termen spreken over ontwikkelingen is bijna niet meer mogelijk. Wie een goede opleiding heeft gehad en sociaal goed functioneert, heeft meer kansen dan wie dat niet heeft. Ook ras en geslacht spelen een rol. “Sommige groepen kunnen zich nog net zo vrij op de arbeidsmarkt bewegen als in de jaren zestig omdat ze een goede opleiding hebben”, aldus Pietrykowski. “Anderen hebben te maken met die voortdurende onzekerheid.”

Contractwerk speelt een belangrijke rol in sectoren waar grote vraag is naar goedopgeleide werknemers. Die groep kan het zich permitteren frank en vrij de arbeidsmarkt te betreden. Een bedrijf als de Eliassen Group in Wakefield, Massachusetts is een arbeidsbemiddelingsbureau voor werkers in de informatietechnologie. Het kan de programmeurs niet aangesleept krijgen. Grote bedrijven hebben een enorme behoefte aan technologisch geschoolde professionals. “Er is een verbazingwekkende groei in deze sector”, zegt Susan Yule, een van de managers binnen Eliassen. “De contractsector groei hard maar IT-staffing is een marktleider”, zegt ze.

“De vraag is groter dan wat universiteiten en andere opleidingen kunnen leveren.” Yule, die al zestien ervaring heeft in de recruterings- en uitzendwerksector, is van mening dat contractwerken op de gehele arbeidsmarkt zal toenemen. Op bezwaren ten aanzien van baanzekerheid en arbeidsvoorzieningen zegt ze diplomatiek: “Als vraag en aanbod niet op elkaar zijn afgestemd werkt het niet, maar in de praktijk is dat voorzover ik zie wel het geval.”

Intussen is er in de VS wel degelijk discussie over inrichting van de arbeidsmarkt en soorten werk. Meer flexibiliteit wordt als positief ervaren mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Vakbonden zijn zeer huiverig voor ontwikkelingen die flexibel werken mogelijk maken, omdat de verplichtingen aan de kant van de werkgever ook 'flexibel' worden. “De bonden maken zich grote zorgen over deeltijdwerkers omdat ze een bedreiging zijn voor de voltijdwerknemers op het moment dat er loononderhandelingen zijn”, aldus Pietrykowski. “Elke baan kan worden ingevuld door deeltijdwerkers, en die hebben in de VS meestal minder goede arbeidsvoorzieningen.”

De econoom Tom Lally van de overkoepelende vakorganisatie AFL-CIO in Washington denkt dat een bedrijf dat meer contractarbeid wil invoeren de kosten in tijden van een laagconjunctuur richting werknemer wil schuiven. “Het bedrijf geniet de flexibiliteit omdat in het contractmodel geen langetermijnverbintenis bestaat”, zegt hij. “Er is geen loyaliteit meer dus stop je als bedrijf om in je werknemers - of contractwerkers - te investeren. In een periode van een cyclische neergang betalen de werknemers.”

Zowel Pietrykowski als Lally noemt de UPS-staking van jongstleden augustus als een voorbeeld waarin kwesties als deeltijdarbeid en secundaire arbeidsvoorzieningen bovenaan de agenda stonden. Volgens Pietrykowski kwamen daarbij de verschillende gezichtspunten scherp naar voren.

“In de praktijk blijkt dat in de VS veel werknemers deeltijdwerk als een eerste stap beschouwen op weg naar een volledige baan”, legt hij uit. “Het is voor die mensen een tijdelijke oplossing. Gebruik van deeltijdwerkers is voor werkgevers daarentegen een permanente oplossing. Dat botste, ook al omdat UPS de volledige baan als een wortel voor de neus van deeltijdwerkers liet zweven.”

De Amerikaanse bonden hebben nog steeds grote moeite om deeltijdwerkers te organiseren. Ze worden gezien als concurrenten binnen de arbeidsmarkt, niet als volwaardige leden. Mede daarom hebben uitzendbureaus een groot aandeel op de arbeidsmarkt gekregen, omdat werkgevers daardoor de bonden konden omzeilen zonder dat die daar groot bezwaar tegen aantekenden. Uitzendkrachten vormden in 1973 0,3 procent van de werkenden, maar in 1995 was dat gestegen tot 2,1 procent. Het aandeel deeltijdwerkers steeg in dezelfde periode van 6,3 naar 18,4 procent. Wat ook toenam was het aantal mensen met meer dan één baan. In 1979, het eerste jaar dat daar betrouwbare cijfers van waren, bedroeg dat 4,9 procent. In 1995 was het 6,4 procent.