Boeren: 15 procent minder varkens

DEN HAAG, 9 OKT. De varkensstapel moet inkrimpen met ruim een miljoen vleesvarkens en 288.000 zeugen, die jaarlijks zes miljoen biggen voortbrengen. Door die ingreep neemt de binnenlandse varkensstapel met ruim vijftien procent af. Export van levende dieren moet worden beperkt tot België en Duitsland.

Dat is de strekking van het alternatief Nederlandse varkenssector kiest klantgericht, dat het bedrijfsleven heeft ontwikkeld voor de plannen van minister Van Aartsen (Landbouw, Natuurbeheer en Visserij). De minister wil de varkensstapel via een generieke maatregel met een kwart inkrimpen. Het alternatief is vanochtend gepresenteerd door de federatie van land- en tuinbouworganisaties (LTO Nederland) en de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE).

Van Aartsen gaf vanochtend tijdens de behandeling van zijn begroting in de Tweede Kamer aan dat de sector rijkelijk laat is met het alternatief. De bewindsman zei de inhoud ervan niet te kennen, al heeft hij in augustus tot driemaal toe overleg gehad over de voorstellen. Toen noemde de bewindsman de door LTO en PVE voorgestelde maatregelen 'cosmetica'. “Dat er harde maatregelen zouden worden genomen was ook vóór de uitbraak van de varkenspest al duidelijk. Waarom lag dit plan er niet in mei of juni?” De varkenssector heeft zich in het verleden uiterst stroef getoond als het ging om vernieuwing of verbetering. “En dan komt men nu met plannetje X of plannetje Y”, zei Van Aartsen tijdens het debat, terwijl hij het rapport terzijde legde.

Consequentie van de plannen van de sector zelf is dat tot het jaar 2000 van de 60.000 banen in de keten van fokker tot vleesverwerker er 10.000 verloren gaan.

Pagina 23: Derde deel van varkenshouders raakt baan kwijt

Onder varkensboeren gaat 33 procent van het aantal banen verloren. Een zelfde percentage geldt voor de veevoederindustrie. Bij slachthuizen daalt de werkgelegenheid met negen procent, in de vleeswarenindustrie met acht procent. In veehandel en veetransport verdwijnt één op de vier banen, zo voorzien de opstellers van het rapport. Op langere termijn wordt weer groei van de werkgelegenheid voorzien. In de opzet van LTO en PVE is het ook mogelijk de milieudoelstellingen van de overheid al in 2000 te realiseren, waar het kabinet streeft naar het jaar 2002.

LTO en PVE stellen dat de uitbraak van de varkenspest in februari van dit jaar een grondige bezinning op de toekomst noodzakelijk maakt. “Na een periode van dertig jaar zonder enige vorm van gestuurde herinrichting is nu heroriëntatie alleszins op zijn plaats.”

De inkrimping die LTO en PVE voorstaan wordt bereikt door varkenshouders een beperkte hoeveelheid productierechten te geven. De sector zelf stelt zich garant voor de uitvoering ervan. Als de gestelde doelen niet worden gehaald kunnen varkenshouders door sancties worden getroffen. Zo'n straf kan bijvoorbeeld bestaan uit een korting op productierechten. Daarnaast zou er tuchtrecht moeten komen, zodat boeren kunnen worden beboet.

Over de voortgang van de sanering willen LTO en PVE elke drie maanden rapporteren. Anders dan in het plan van Van Aartsen, waarin boeren een beperkt aantal mest- of fosfaatrechten krijgen, voorziet het alternatief in varkensrechten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen rechten voor zeugen en rechten voor vleesvarkens. Op die manier zou de overheid de productie kunnen sturen. Door vooral zeugenrechten uit de markt te halen vermindert het aantal biggen, die nu jaarlijks met miljoenen worden geëxporteerd. Door boeren in plaats daarvan meer rechten voor vleesvarkens te gunnen worden zij gedwongen de varkens langer te houden, waardoor transporten naar het buitenland worden verminderd. Als meer slachtrijpe varkens in Nederland blijven, kan waarde aan de productieketen worden toegevoegd. Het is immers de bedoeling dat de sector meer hoogwaardige eindproducten op de markt brengt in plaats van bulk. Om dit te bereiken wordt de minister van Sociale Zaken financiële steun gevraagd voor het opzetten van een scholingsplan om werknemers en werkgevers op te leiden voor een nieuwe functie in de bedrijfstak. Belangrijk daarbij is het uitbouwen van een systeem van Integrale Ketenbeheersing (IKB), waardoor controle bestaat op de hele 'productie-route', van big tot eindproduct. “Naar verwachting zal op wat langere termijn 75 procent van al het varkensvlees in Europa worden verwerkt door maximaal tien bedrijven. Ten minste één van deze ondernemingen moet van Nederlandse oorsprong zijn,” zo stelt het rapport.

Uitvoering van het hele plan gaat naar schatting zo'n miljard gulden kosten, naast de 2,6 miljard die de sector zelf bijdraagt. Met dat geld moeten varkenshouders, die hun bedrijf willen saneren worden uitgekocht.