Androgynie; De strijd der seksen voorbij

Mannenmode wordt vrouwelijker - en omgekeerd. Androgynie is de modetrend van de jaren negentig. Op weg naar een volledige fusie van vrouwen- en mannenkleding.

DE GOD VAN het Oude Testament laat er geen twijfel over bestaan: een vrouw mag geen mannenkleding dragen en een man geen vrouwenkleding. Eenieder die dat wel doet, is het opperwezen 'een gruwel' (Deuteronomium 22, vers 5). Wat moet diezelfde God wel niet hebben gedacht toen basketbalspeler Dennis Rodman vorig jaar een groot New-Yorks warenhuis binnenwandelde in een bruidsjurk voor de presentatie van zijn boek Bad as I wanna be? Of toen Monique van de Ven tijdens het laatste Filmfestival in smokingpak een koninklijke onderscheiding in ontvangst nam?

Crossdressing, een ver doorgevoerde vorm van androgyne mode, kan anno 1997 niet meer rekenen op het predikaat zonde. Integendeel, het is in de modewereld een must geworden. Ferry Schoew, een in Parijs woonachtige trendwatcher: “Voor een man is het nu cool, sexy en stoer zich vrouwelijk te kleden. Niet als provocatie, maar als een teken van moderniteit. Rodman is geen publiciteitsgeile travestiet, maar wil erkenning voor zowel zijn mannelijke als vrouwelijke kanten. Voor de totale mens dus.”

Vrouwen daarentegen dragen al veel langer kleding uit de garderobe van de man. Schoew: “Het begon in de jaren twintig toen vrouwen opeens broeken gingen dragen. Marlene Dietrich en Greta Garbo voerden die stijl later door op het witte doek. Tegenwoordig kijkt niemand er meer van op als een vrouw mannelijke kleding draagt. Alleen het materiaal, de kleur of de snit wijken soms wat af. Bij een vrouw in jeans en T-shirt denkt vrijwel niemand 'wat ziet die er mannelijk uit'. En toch werd dat vroeger als typisch mannelijk gezien.”

Trendwatchers, sociologen, ontwerpers en marketing-deskundigen zijn het er over eens: androgynie is hèt modewoord van de jaren negentig. Het driedelige pak is niet langer voorbehouden aan de man en de vrouw heeft geen patent meer op make-up, oorbellen en zijden broeken. Calvin Kleins CK One (het eerste sekseloze parfum) is niet voor niets een groot succes - de ontwerper komt tegemoet aan de universele vraag naar flexibiliteit en gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen, meent Schoew.

Volgens trendwatcher Schoew toont de populariteit van androgyne kleding aan dat mensen 'completer' worden. Schoew: “Weliswaar wordt het stereotiepe man-vrouwbeeld nog steeds met de paplepel ingegoten. Baby's van het mannelijk geslacht dragen overwegend blauw en meisjes roze. Maar die traditie staat op de helling. Na diverse emancipatiegolven weten mensen dat zich tussen die twee uitersten ook een heel scala aan mogelijkheden bevindt. Het is goed dat die cocktail nu ook tot uitdrukking komt in onze kleding.”

Voor de bekende trendprofeet Lidewij Edelkoort, die in 1986 haar eigen studio opende in Parijs, is androgynie zo natuurlijk dat je het nauwelijks meer een verschijnsel kunt noemen. Edelkoort: “Mannelijke en vrouwelijke mannequins lijken tegenwoordig sprekend op elkaar. Op de catwalk wordt onbeperkt gespeeld met dat gegeven: jongensachtige meisjes in sensuele jurken, stoere macho's in zijden overhemden of met fel gekleurde dassen. Je ziet het ook terug in de kleding van het nieuwe modeseizoen: alles wordt blurb.”

Eigenlijk, zegt Edelkoort, hangen we al tegen het post-androgyne tijdperk aan, want de eerste androgyne pakken van Armani, Jil Sander en Calvin Klein dateren uit de jaren tachtig. “Het androgyne beeld zal in de toekomst niet verdwijnen, maar zal zich wel in een andere vorm manifesteren. Ik denk dat we omstreeks 2030, 2040 uitkomen bij een totale fusie van man en vrouw. Mannen en vrouwen dragen tegen die tijd dezelfde kleding, alleen de accessoires verschillen dan nog. Mijn partner en ik spreken nu al van 'onze jas' en 'ons vest'. Veel van onze kleding schaffen we gezamenlijk aan en dragen we beiden.”

In eerste instantie lijkt het vreemd dat juist in het androgyne tijdperk de glamour look is teruggekeerd in de modewereld. Maar volgens Edelkoort is dat juist het bewijs dat de complete mens durft te spelen met die mannelijke en vrouwelijke eigenschappen. “In de jaren tachtig begonnen vrouwen op grote schaal actief deel te nemen aan het arbeidsproces, waardoor hun mannelijke genen sterker tot uiting kwamen. Nu vrouwen hun maatschappelijke positie hebben bevochten, kunnen ze hun vrouwelijkheid in alle rust exploreren.”

Zo bezien is het niet eens zo merkwaardig dat homofiele mannen steeds vaker strak in het pak zitten en lesbiennes lippenstift en jurken dragen, filosofeert Edelkoort: “Nu homoseksualiteit geen taboe meer is, worden de uiterlijke kenmerken ook minder extreem. Meer ingebed.”

Als kleding op termijn inderdaad sekseloos wordt, zoals Edelkoort voorspelt

vervaagt daarmee dan ook het onderscheid tussen de seksen zelf? “Allerminst”, zegt de Brit David Shah, uitgever van vakbladen als Viewpoint en Textile View. “Het geeft alleen aan dat de vrouw niet meer onderworpen is aan de man. Zij is niet meer man, maar meer zichzelf geworden. Dat geldt ook voor de man, al is die zoektocht voor hem een stuk zwaarder. Door de emancipatie van de vrouw is hem een deel van zijn macht, zijn status afgenomen - en daarmee een deel van zijn zelfvertrouwen. Vrouwen bleken betere managers en beter in bed. Mannen daarentegen werden van kostwinner tot Chippendale gebombardeerd. Vroeger keek de man naar de vrouw, nu kijkt de vrouw terug. Dat is even wennen.”

De Nieuwe Man is zachter en poëtischer, denkt Shah. Hij mag huilen, wast zijn haar vaker en bemoeit zich voor het eerst echt met de opvoeding. Langzaam is hij uit zijn strakke harnas gekropen. Shah: “Je ziet het vooral bij de nieuwe generatie man - voor hem zijn die dingen heel vanzelfsprekend. Jongens en meisjes zien elkaar niet meer als concurrenten, maar als kameraden. Ze keren zich tegen de seksestrijd van hun ouders, ze lossen de zaken gezamenlijk op. Ze dragen graag sportkleding omdat die mannelijk noch vrouwelijk is. Sportkleding staat voor een manier van leven, niet voor een geslacht. Ik voorspel dat de macht van de sportkledinggiganten met de jaren steeds groter zal worden.”

Ook Japanse kleding staat bekend om zijn sekseloze karakter. De lange en kleurige gewaden van ontwerpers als Issey Miyake en Yamamoto accentueren geenszins de vrouwelijke vormen, zijn opvallend tijdloos en toch modieus. Voor vijftiger Mieke Bal, hoogleraar literatuurwetenschappen en directeur van de Amsterdam School for Cultural Analysis (AFCA) is Miyake's bekende 'pleats'-japon' het middel bij uitstek om te ontsnappen aan het mantelpakje en parelsnoer. Bal: “Zelf heb ik altijd geweigerd aan het traditionele vrouwbeeld te voldoen. Vroeger was de tuinbroek het enige alternatief voor het vrouwonvriendelijke mantelpak. De mode van nu biedt vrouwen de mogelijkheid zich zowel comfortabel als stijlvol te kleden.”

Een van de kenmerken van de jaren negentig, zegt Bal, is dat er veel meer geëxperimenteerd wordt met het lichaam. “Dat is een verdienste van het feminisme en de homobeweging”, zegt zij beslist. De hoogleraar: “Vrouwen doen waar ze zin in hebben: de ene dag rode lippenstift en strakke kleding, de andere dag geen make-up en verhullende kleding. Ze vinden het spannend te spelen met hun sekse-identiteit.”

Het Nederlands Mode Instituut (NMI) in Amsterdam biedt stylisten en

modeproducenten al zo'n 35 jaar marketingadviezen, trend- en kleurprognoses. Ook directeur Simon Verlaat is van mening dat androgyne mode een van de belangrijkste stromingen van de afgelopen vijftien jaar is. “Maar”, zegt hij, “daarnaast zijn er ook vele andere stromingen. Mode is een vertaling van wat er in de wereld gebeurt. Tegenwoordig zie je zoveel verschillende stijlen - streetlife, sport, Zen, ethnic, nature - dat je niet van één modebeeld kunt spreken.” Toch is tot op zekere hoogte wel voorspelbaar wanneer en hoe de diverse stromingen elkaar opvolgen.

Verlaat: “De Belgische hoogleraar Gaus heeft begin jaren negentig een onderzoek gedaan naar de evolutie van de zomerjurk tussen 1964 en 1985 in Nederland en België. Uit zijn bevindingen bleek dat de kleur, de vorm en het dessin van de zomerjurk door de jaren heen sterk afhankelijk waren van de conjuncturele ontwikkeling.” Dat is niet voor niets, zegt Verlaat. “In tijden van economische voorspoed zijn de stoffen soepel, de vormen rond en de kleuren warm. Gaat het wat slechter, dan worden meteen de schoudervullingen uit de kast gehaald: mensen willen zich krachtiger voordoen dan ze zijn, ze willen overcompenseren. Een slimme trendwatcher voelt dat aan en speelt erop in.”

Ook marketing-deskundigen en reclamemakers houden de vinger aan de modepols. De meesten maken maar wat graag gebruik van de nieuwe 'blurb erotiek': het mysterieuze zinnelijkheidsspel waarbij sekse en seksuele voorkeur ondergeschikt zijn aan de verleidingstechnieken zelf. Gucci, Iceberg en Exté laten hun gekortwiekte vrouwelijke modellen tegenwoordig het liefst poseren met de handen op elkaars borsten of de lippen gescheiden door een zucht. Goed voor de commercie, of toch het begin van een sekseloos tijdperk?