Aantal wilsverklaringen leidt tot concurrentiestrijd

AMSTERDAM, 9 OKT. Vandaag zijn bij de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) twee nieuwe wilsverklaringen uitgekomen. De verklaringen zijn aangepast aan de nieuwe wetgeving waarin staat dat voor een ingrijpende medische behandeling toestemming van de betrokkene nodig is. Het aantal verschillende wilsverklaringen in Nederland is daarmee gestegen tot minimaal zeven.

Eén van de twee nieuwe wilsverklaringen van de NVVE is de Niet-reanimeerpas, een verklaring die in de portemonnee past en waaruit blijkt dat de drager iedere vorm van reanimatie verbiedt. Er bestond al een Niet-reanimeerpenning, maar die is niet rechtsgeldig omdat die niet voorzien is van een handtekening en pasfoto. De andere nieuwe verklaring is het zogenaamde Behandelverbod. Dat stelt mensen in staat om schriftelijk vast te leggen dat zij voor bepaalde behandelingen geen toestemming geven. De arts dient zich aan dat verbod te houden.

Door het grote aanbod van wilsverklaringen over gewenst medisch handelen aan het einde van het leven lijkt een concurrentiestrijd te ontstaan. Naast de vandaag gepresenteerde pas en het verbod, bestaat de euthanasieverklaring van de NVVE, waarbij de arts verzocht wordt in bepaalde omstandigheden een einde aan het leven van de patiënt te maken. Jaarlijks verstrekt de vereniging zo'n 20.000 euthanasieverklaringen. Op het moment heeft zij 73.000 leden.

Behalve bij de NVVE kan ook bij de notaris een euthanasieverklaring worden opgemaakt. De Koninklijke Notariële Broederschap vindt dat wilsverklaringen die zijn afgesloten bij notarissen meer 'authentieke waarde' hebben en daardoor meer 'bewijskracht'. Familieleden of artsen zullen minder twijfelen aan de vraag of de persoon in kwestie wilsbekwaam was toen hij de verklaring tekende, want de notaris ziet hier net als bij het opmaken van een testament op toe. Ook in het geval dat er een geschil ontstaat, is de notariële verklaring doorslaggevend. Voor alle euthanasieverklaringen geldt echter dat de arts wel moet willen meewerken. Daartoe kan hij immers niet worden verplicht.

Een tegenhanger van de euthanasieverklaringen is de Zorgverklaring. Door middel van het invullen en ondertekenen van deze verklaring kan de houder één of meer gemachtigden aanwijzen, die in het geval van eigen wilsonbekwaamheid de met hen besproken grenzen kunnen bewaken. Sinds de Zorgverklaring in januari door de stichting Maia in Rotterdam naar buiten werd gebracht, zijn er ruim drieduizend van verkocht. In de Zorgverklaring wordt in eerste instantie ingevuld wat de ondertekenaar onder een goede zorg verstaat. Maar in de verklaring kan ook de wens worden geuit om in een bepaald geval de toediening van voedsel te staken wat een rustige natuurlijke dood tot gevolg heeft.

Tegenover de euthanasieverklaringen staan de Credo-card en de Levenswensverklaring. Houders van deze kaarten vragen om 'optimale medische en verpleegkundige zorg'. Op de Credo-card, die de vorm heeft van een bankpas en uitgegeven wordt door de Stichting Katholiek Nieuwsblad in Den Bosch, staat: “De drager van deze kaart is katholiek en vraagt bij levensgevaar geestelijke bijstand van een priester en verklaart nooit in te stemmen met actieve euthanasie.”

In de Levenswensverklaring van de Nederlandse Patiënten Vereniging in Veenendaal staat dat de ondertekenaar onder geen omstandigheid enig levensbeëindigend handelen toestaat omdat, die van mening is dat “het niet aan mensen toekomt een einde aan het leven te maken”.