'Vuile oorlog': arrestatie Spanje

MADRID, 8 OKT. De Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón heeft gisteren besloten tot de aanhouding van de Argentijnse legerkapitein Adolfo Scilingo wegens zijn aandeel in de massamoord op tegenstanders van de Argentijnse junta in de periode 1976 tot 1983, nadat de man details over de zogenoemde 'vuile oorlog' had verschaft.

Het is voor het eerst dat in Spanje een Argentijnse militair is gedetineerd voor zijn aandeel in de 'vuile oorlog', waarin meer dan 4.400 mensen verdwenen.

Kapitein Scilingo getuigde gisteren in Madrid op vrijwillige basis in het onderzoek dat in Spanje geopend is naar de verdwijningen in Argentinië, waarvan ook Spanjaarden het slachtoffer werden. Volgens zijn verklaringen verdwenen veel politieke tegenstanders in de zogenaamde “vluchten des doods”. Daarbij werden de slachtoffers geïnjecteerd met een slaapmiddel, in militaire vliegtuigen geladen en vervolgens een uur vliegen buiten de kust vanaf een hoogte van twee kilometer in zee gegooid.

Op de vraag van de onderzoeksrechter of hijzelf had meegewerkt aan deze moorden antwoordde Scilingo bevestigend. De onderzoeksrechter besloot hem daarop aan te houden. Scilingo betuigde spijt over zijn daden.

Hij vertelde hoe de slapende slachtoffers werden klaargelegd om uit de vliegtuigen te worden gegooid. “De methode was nog gruwelijker dan die van de nazi's”, aldus Scilingo.

De Argentijnse juntaleiders hebben in eigen land een generaal pardon gekregen. Spanje opende evenwel vorig jaar een onderzoek. In Madrid werd dit voorjaar een internationaal aanhoudingsbevel uitgevaardigd tegen generaal Leopoldo Galtieri, oud-president en oud-juntaleider.

Volgens kapitein Scilingo was de katholieke kerk in Argentinië medeplichtig aan de 'vuile oorlog'. De militairen die de vluchten des doods uitvoerden kregen speciale absolutie van geestelijken omdat de kerk het nodig vond “het kaf van het koren te scheiden”.

Daarnaast zou de kerk hebben meegewerkt aan het weghalen van kinderen bij de slachtoffers van het bewind om deze onder te brengen in families van militairen, zodat ze “een goede katholieke opvoeding” konden krijgen.