Verleden plaagt Franse politie in zaak-Papon

ROTTERDAM, 8 OKT. Het leek een onschuldige vraag tijdens een persconferentie waarop de politiechef van Bordeaux, Bernard Fragneau, uitleg gaf over de veiligheidmaatregelen voor het vandaag begonnen proces tegen Maurice Papon, die als directeur-generaal van de prefectuur in Bordeaux verantwoordelijk wordt gehouden voor de deportatie tussen 1942 en 1944 van meer dan 1500 joden naar concentratiekampen.

Het laat echter zien hoe ongemakkelijk de Franse ambtenarij zich vaak voelt als het oorlogsverleden ter sprake komt.

Of de politiechef wilde reageren op de verklaring van de grootste politievakbond gisteren in Parijs, vroeg een van de journalisten. Daar, onder het monument voor de weggevoerde joden, vroegen politiemensen om vergeving voor de rol van de politie bij de deportaties. “Hoor onze stem, joods volk. Zij die de verachtelijke daden pleegden waren geen minderheid... namens hen vragen wij om vergeving”, aldus de dramatische woorden van de bond.

Fragneau werd door de vraag danig van zijn stuk gebracht. “Kunt u een verband leggen tussen de pers in die periode en de pers van nu?” vroeg de politiechef aan de journalist. Die reageerde door te zeggen dat collaborerende journalisten na de oorlog zijn veroordeeld, enkele zelfs tot het vuurpeloton. Woedend zei Fragneau daarop dat hij alleen nog wilde praten over de veiligheid tijdens het proces-Papon.