Verhaidert Oostenrijk nu al?

Dansen met de wolf, Ned.3, 23.23-0.25u.

'Wie met de wolf danst wordt door hem gebeten', zegt de Oostenrijkse feministische schrijfster Elfriede Jelinek in de documentaire die VPRO-Laat vanavond uitzendt. De wolf in kwestie is de rechtse populist Jörg Haider, wiens Freiheitliche nu al door rond een kwart van de Oostenrijkse kiezers lijkt te worden gesteund en die dan ook al jaren afroept dat hij streeft naar het bondskanselierschap van zijn land. Jelinek maakt haar opmerking nadat andere geïnterviewden hadden gesignaleerd dat de twee grote partijen in Oostenrijk, de coalitiepartners SPÖ (sociaal-democraten) en de ÖVP (de christen-democraten), Haider pogen te bestrijden door zijn politieke denkbeelden te omhelzen: ook zij voeren nu een harder beleid tegen buitenlanders, zij spreken meer over rechtse deugden zoals familie en vaderland en zij hebben minder op met radicale kunst- en cultuuruitingen.

De documentaire concentreert zich op het laatste punt. Verhaidert Oostenrijk nu al, vragen zij zich af. Om daarop antwoord te krijgen spraken zij uitvoerig met Claus Peymann, de directeur van het Burgtheater die in 1999 aftreedt omdat hij heeft begrepen dat Klima (SPÖ), die nu zelf 'cultuur doet', zijn contract niet verlengt. Zij spraken ook met oud-minister Scholten, kunstenaars als Marcus Binder, Martin Reiter en de filmmaker Michael Haneke en met het freiheitliche parlementslid Michael Krüger. De documentaire wordt doorspekt met o.a. fragmenten uit Thomas Bernhards Heldenplatz en Hanekes film Funny Games.

Het resultaat kan zeker interessant genoemd worden. Maar dan vooral voor de goede verstaanders, tot welk genus de makers van de documentaire niet altijd lijken te behoren. In eerste instantie wordt de kijker om de oren geslagen met de simpele clichés die over Oostenrijk en de Freiheitlichen opgeld doen. Peymann spreekt over Haiders partij in zijn openingszin al over 'een moorddadige rechtse partij', Jelinek citeert de dichter H.C. Artmann 'De vuist slaat de geest' om de cultuurpolitiek van Haider c.s. te typeren, een journalist van het enigszins alternatieve weekblad Falter zegt dat de steeds meer Oostenrijkers aansprekende freiheitliche partij aantoont dat er niets veranderd is sinds 'destijds'.

Gerelativeerd worden deze uitspraken nergens. Dat Peymann wel veel oppositie wekte in zijn elf jaar directeurschap van het Burgtheater maar teleurstellend presteerde komt er niet uit, dat Jelineks papieren als 'moraliste' (zo noemt zij zichzelf) omstreden zijn gezien haar jarenlange lidmaatschap van de communistische partij na 1974 wordt alleen zijdelings door de freiheitliche Krüger aangeduid, dat Thomas Bernhard thuishoort in de traditie van de Grote Literaire Overdrijvers en Oostenrijkse Oostenrijk-haters komt niet ter sprake.

Maar wie goed luistert komt toch wel het een en ander over Oostenrijk te weten. Bijvoorbeeld: dat het een subsidieparadijs is voor de kunsten (Peymann), dat het succes van Haider te maken heeft met het gesjoemel achter de schermen van de twee grote partijen en de sociale partners, hetgeen men stabiliteit maar ook immobiliteit kan noemen (aldus Scholten, die net vermijdt het privilegeregime van SPÖ en O aan de kaak te stellen), dat Oostenrijk sinds 1986 zichzelf met zijn historische waarheid heeft geconfronteerd dat Oostenrijkers in het Derde Rijk niet alleen slachtoffers, maar vaker nog daders waren. En natuurlijk ook, wie zou het willen ontkennen, dat de populist Haider, die zich de laatste tijd in Harvard heeft laten bijscholen in politieke wetenschappen, bewust voedsel heeft gegeven aan de angsten van vele Oostenrijkers voor buitenlanders om daar politiek kapitaal uit te slaan. En ten slotte: dat het kunstsubsidiebeleid, dat vooral in het sinds mensenheugenis door de SPÖ gedomineerde Wenen sterk gericht is op het bevorderen van politiek verwante kunstuitingen, voor de Freiheitlichen een schietschijf is waarop met grof geschut geschoten wordt.