The Young Poisoner's Handbook

The Young Poisoner's Handbook, Duitsl.1, 23.00-0.35u., tweetalig.

In Onder het Melkwoud van Dylan Thomas wordt ene Mr. Pugh ten tonele gevoerd, getrouwd met een grauwe feeks. Prachtige zinnen wijdt Thomas aan Pugh's Dr. Crippen-fantasieën: “Alleen in het sissend laboratorium van zijn wensen sluipt Mr. Pugh tussen gevaarlijke kuipen en kolfflessen, (..) - doodsstrijd danst in zijn smeltkroezen - en hij mengt speciaal voor Mrs. Pugh een gif in de havermout, dat (..) schroeit en venijnig in haar bijt tot haar oren afvallen als vijgen, haar tenen dik en zwart als ballonnen zwellen en stoom krijsend uit haar navel spuit.” Als The Young Poisoner's Handbook (1995) van debutant Benjamin Ross ook maar een paar van dit soort bizarre beelden had weten op te roepen, dan had het een morbide zwarte komedie geweest. Nu blijft het slechts bij vlagen amusant.

De productie is naar verluidt gebaseerd op het leven van Graham Young (een waargebeurd verhaal is altijd goed om lugubere onderwerpen aan de man te brengen). Deze puber zou begin jaren zestig in de Londense buitenwijk Neasden zijn bemoeizuchtige familieleden, vervelende vrienden en lastige collega's als een soort hedendaagse Lucretia Borgia om het leven hebben gebracht. Ross en scenarioschrijver Jeff Rawle maakten van dit verhaal een Hollywood-biopic. Dat wil zeggen dat de hoofdpersoon als een soort lijdend voorwerp in een opeenvolging van korte sketch-achtige scènes wordt geportretteerd. Zo zijn we getuige van zijn eerste experimenten met borrelende reageerbuisjes en explosieve stoffen, de vergiftigde mosterd die hij een concurrent in de liefde aansmeert en de langzame dood van zijn moeder. Door het gebrek aan dramatische handeling gaat die stilistisch stijlvaste en cartoonachtige manier van filmen echter vervelen. Graham (Hugh O'Connor) mag dan goed gecast zijn met zijn uitpuilende ogen, ziekelijk bleke gelaat en koelbloedige kalmte, na verloop van tijd wil je weleens wat anders zien dan dat consequent verbaasde gezicht.

De film werd in Nederland niet in de bioscoop uitgebracht, maar had in Engeland veel succes. Hij dateert uit hetzelfde jaar als Shallow Grave van Danny Boyle en beide films leken het begin in te luiden van een golf van Britse onafhankelijk geproduceerde (lowbudget) films. Deze bereikte een voorlopig hoogtepunt met het succes van Boyle's Trainspotting.