Steeds vaker stadionverbod

Het aantal stadionverboden in het betaald voetbal neemt fors toe. Dit seizoen kregen na amper twee maanden al 137 'supporters' te horen dat hun aanwezigheid in een voetbalstadion voor korte of langere duur ongewenst is. Vorig seizoen werden in totaal 371 verboden opgelegd, de competitie ervoor 240.

De stijging is vooral een gevolg van het onlangs afgesloten overeenkomst tussen de KNVB, overheid, justitie en de politie. Daarin is onder meer bepaald dat justitie meer informatie over relschoppers doorgeeft aan de voetbalbond.

Tot deze zomer werden alleen die veroordeeld waren of een bekentenis hadden afgelegd. “Nu zijn twee getuigenverklaringen of een videoregistratie al voldoende op te leggen”, aldus F. Heinis, beleidsmedewerker veiligheidszaken bij de KNVB.

Uit de cijfers blijkt ook dat de stadionverboden steeds vaker worden aangevochten. Vorig seizoen ging ruim eenderde van de personen in verweer tegen de straf. Slechts in twee gevallen mocht de supporter het stadion weer in. Bij acht personen werd de straf ingekort.

Pagina 21: 'Lik-op-stuk-beleid blijft beste methode'

Momenteel loopt onder meer een zaak van twee FC Utrecht-supporters die na het duel met Vitesse werden opgepakt, omdat ze betrokken zouden zijn geweest bij rellen. Het tweetal ontkende, maar op basis van politieverklaringen gaf justitie de namen door aan de voetbalbond, nog voordat de zaak strafrechterlijk was onderzocht. Het tweetal reageerde verbaasd toen het stadionverbod vorige week door de deurwaarder werd uitgereikt.

Advocaten zetten vraagtekens bij de manier waarop justitie opereert. Sommige vinden dat 'voetbalsupporters vogelvrij' zijn geworden en dat bij het minste of geringste een stadionverbod wordt opgelegd. Zoals bijvoorbeeld in de zaak van de Rotterdamse voetbalsupporter die buiten het stadion een bierblikje naar een voorbijfietsende vrouw zou hebben gegooid.

Zijn naam werd door justitie doorgegeven aan de voetbalbond. Het gevolg: een stadionverbod van negen maanden. Later sprak de politierechter de man vrij van strafbare feiten wegens gebrek aan bewijs, waarna hij meende dat ook het stadionverbod onterecht was. Hij spande een kort geding aan tegen de KNVB, maar verloor.

De rechter oordeelde dat vrijspraak niet automatisch betekende dat de bond geen verbod mocht opleggen. “Dat is gebaseerd op de civielrechtelijke verhouding tussen beide partijen, waarbij niet de strakke bewijsregels gelden die in een strafzaak in acht worden genomen”, zo luidde het vonnis.

“Een zorgelijke ontwikkeling”, vindt mr. B de Rooij, die dit voorjaar was betrokken bij een zaak van twee PSV-supporters die hun stadionverbod vergeefs aanvochten. “Het is vreemd dat een civiele rechter genoegen neemt met bewijsmiddelen die eerder door de strafrechter zijn afgekeurd omdat ze van een te laag gehalte waren. Dat kan eigenlijk niet door de beugel. De waarborg dat je iemand terecht straft is veel minder, terwijl je toch iemand berooft van zijn vrijheid als je hem verbiedt een voetbalwedstrijd te bezoeken. Het zou beter zijn als er hoor- en wederhoor wordt toegepast.”

De KNVB erkent dat dit al enkele keren is gebeurd. Beleidsmedewerker Heinis: “De officier van justitie maakt op basis van de gegevens een inschatting of hij een naam aan ons doorgeeft of niet. In een enkel geval bleek justitie ernaast te zitten. Dat zit ingebakken in het lik-op-stuk-beleid. Het is echter de beste methode om het voetbalvandalisme te bestrijden. De minpuntjes nemen we op de koop toe. Dat risico is bewust genomen. Daarom is ook de Commissie van Toezicht opgericht. Die moet de stadionverboden controleren. Daar kunnen personen met een stadionverbod ook terecht om bezwaar te maken.”