Silicon Valley in Engeland; In het bos met de wolven

Verschillende streken in Europa ambiëren de status van Europese Silicon Valley. Het ziet er naar uit dat de omgeving van Cambridge met het meeste recht aanspraak op de titel maakt, ook al zijn de 40.000 banen in de hi-tech industrie in die regio nog slechts een fractie van de werkgelegenheid in de Amerikaanse 'chipvallei'. Het succes van Cambridge is te vooral te danken aan gerichte hulp aan startende ondernemers.

Roger Needham, directeur van het computerlaboratorium van de Universiteit van Cambridge, houdt kantoor in een kamer die bezaaid is met papier. Bij de geringste beweging glijden dikke rapporten op de grond. Needham slijt er zijn laatste dagen als hoogleraar. Binnenkort verhuist hij naar een nieuw onderkomen in Cambridge. Dan ook treedt de 62-jarige informaticus in dienst bij Microsoft. De Amerikaanse softwaremoloch heeft eerder dit jaar dit 80 miljoen dollar geïnvesteerd in een splinternieuw laboratorium waar uiteindelijk veertig onderzoekers zullen komen te werken.

Needham: “Toen ze me vroegen of ik het laboratorium wilde gaan leiden, reageerde ik precies zoals veel andere mensen: Wat heeft Microsoft in Cambridge te zoeken? Per slot van rekening is al het onderzoek bij Microsoft geconcentreerd in Seattle.” Maar het bedrijf wil graag getalenteerde Europese onderzoekers aantrekken en omdat niet iedereen trek heeft om naar de Verenigde Staten te verhuizen komt Microsoft maar naar Europa. “Europa is de aangewezen plek om een nieuw laboratorium te beginnen,” zegt Nathan Myhrvold, hoofd technologie van Microsoft. “Je hebt er goede universiteiten, er is veel wetenschappelijk onderzoek.”

Het bedrijf beperkt zich niet tot de bouw van een laboratorium. Microsoft heeft ook nog eens 16 miljoen dollar gereserveerd voor investeringen in startende ondernemingen. Een deel van dat geld zal worden beheerd door een fonds van Hermann Hauser, mede-oprichter van Acorn Computer. Dat heeft het pittoreske Cambridge weer eens in het middelpunt der belangstelling geplaatst.

Er is geen universiteitsstad in Europa die zo hard groeit. Jaarlijks komen er zo'n honderd nieuwe hi-tech bedrijven bij, die nu al aan zo'n 40.000 mensen werk verschaffen. Hun gezamenlijke omzet wordt geschat op 2,5 miljard dollar. Voeg daar investeringen van buitenlandse bedrijven aan toe, zoals Nokia en Xerox, en het bedrag nadert al gauw de 5 miljard. “Cambridge wordt een van de motoren van economische groei in Groot-Brittannië en Europa,” verzekert David Cleevely van het Britse telecom-advieskantoor Analysys.

Cambridgeshire staat al enkele jaren tijd bekend als Silicon Fen, naar analogie van Silicon Valley. De vergelijking met deze beroemde chipvallei bij San Fransisco - vestigingsplaats van 's werelds belangrijkste hardware- en softwarebedrijven - gaat nu nog niet op, maar dat zou kunnen veranderen. “Ik kreeg laatst een foldertje in handen van het bedrijvenpark Sophia Antipolis bij Nice,” zegt Walter Herriot, directeur van het St. John's Innovation Park, een incubator waar zo'n zestig startende bedrijven gehuisvest zijn. “Zuid-Frankrijk roept al jaren dat ze het Silicon Valley van Europa zijn, maar als je naar de cijfers kijkt blijken we ze vele malen te overtreffen. En in Zuid-Frankrijk moest er ook nog eens heel veel subsidie bij. In Cambridge heerst veel meer de mentaliteit van overleven in het bos met de wolven. Werk hard en mevrouw Thatcher zal trots op u zijn.”

De onstuimige groei van het St. John's Innovation Park is een levend bewijs van de economische boom in Cambridge, zegt Herriot. Het park telt momenteel drie grote kantoorgebouwen. “Zet er vier grote gebouwen naast en ze zitten zo weer vol.”

Dat is wel eens anders geweest. Toen in de jaren zestig IBM zijn Europese laboratorium in Cambridge wilde vestigen, kreeg het nog nul op het rekest. De stad vreesde onder de voet te worden gelopen. Die vergissing werd luttele jaren later gecorrigeerd toen Cambridge als een van de eerste universiteitssteden in Europa een Science Park in gebruik nam. Daar zijn nu zo'n 72 bedrijven gevestigd die aan vierduizend mensen werk verschaffen. Het Science Park is, net als het St. John's Innovation Park aan de andere kant van de straatweg, eigendom van een van de colleges van de Universiteit van Cambridge. Die colleges hebben in vijfhonderd jaar een aanzienlijk vermogen opgebouwd. “In financieel opzicht zijn ze te vergelijken met kleine beursgenoteerde bedrijven,” zegt Herriot. “Na het verdwijnen van de kloosters hebben ze nogal wat vruchtbaar land gekregen.”

De laatste jaren zijn de contacten tussen de colleges en het bedrijfsleven geïntensiveerd. Bedrijven als Glaxo Wellcome, Rolls-Royce en Hitatchi doen onderzoek in Cambridge. Olivetti, Oracle en Xerox hebben er eigen laboratoria gevestigd. Ook heeft de universiteit inmiddels allerlei spin-offs voortgebracht. “De universiteit onderscheidt zich door zijn liberale houding,” legt Roger Needham uit. “Als je hier iets ontwikkelt, mag je het zelf exploiteren. Het is niet eigendom van de universiteit.”

Dat is bij veel andere universiteiten wel zo. De Universiteit van Oxford bijvoorbeeld heeft een belang van enkele tientallen miljoenen guldens in een groot aantal spin-offs als Oxford Asymmetry en Oxford Molecular Group. “De postieve houding van de Universiteit van Cambridge heeft zeer beslist bijgedragen tot de spectaculaire groei van startende ondernemingen in deze contreien,” zegt ook Chris Smart van het participatiebedrijf Cambridge Research and Innovation Limited (CRIL). Sommige van deze starters hebben inmiddels al een succesvolle beursintroductie achter de rug. De marktwaarde van het telecombedrijf Ionica liep na de beursgang in juli op tot meer dan 1 miljard pond. Ionica concurreert met British Telecom door telefoongesprekken niet via kabels, maar via straalzenders door te geven. Het streeft naar een dekking van tachtig procent in het jaar 2002.

Walter Herriot kan zich nog goed herinneren hoe het bedrijf is begonnen. “De oprichters werkten in het St. John's Innovation Centre voor uitgever Robert Maxwell. Die heeft op een gegeven moment al het personeel op straat gezet. Ze zaten huilend op de trap toen ze door een van de andere bedrijven in het gebouw tijdelijk onderkomen kregen aangeboden.” Inmiddels is Ionica 320 personeelsleden sterk en heeft het een eigen onderkomen op het St. John's Innovation Park. Een nieuw kantoor elders in Cambridge is alweer in aanbouw.

Ook het ontwerpbureau Symbionics, dat voor de elektronica-industrie werkt, heeft in zeer korte tijd een aardige omzet gerealiseerd. Het enthousiasme lijkt iedereen aan te steken. Acorn, dat in het verleden computers leverde aan scholen, heeft zich in de afgelopen twee jaar ontwikkeld tot 's werelds belangrijkste ontwerper van zogenoemde netwerkcomputers, uitgeklede pc's die aan netwerken gekoppeld worden. De meeste bedrijven in Cambridge houden zich bezig met informatietechnologie, waaronder telecommunicatie, multimedia en netwerken. Ook biotech en de farmaceutische industrie zijn sterk vertegenwoordigd, hoewel in mindere mate dan in Oxford. Al deze bedrijvigheid heeft een positieve invloed op de werkgelegenheid. Zo'n 3,5 procent van de lokale bevolking zit zonder baan (5,7 landelijk). Alleen al de circa 64 bedrijven in St. John's Innovation Centre bieden werk aan zo'n duizend mensen. De zestig huurders maken er gebruik van gedeelde faciliteiten als kantine en vergaderruimte.

Maar ook kunnen ondernemers bij de directie aankloppen voor advies. “Als je net met een onderneming begint, weet je vaak niet eens hoe je personeel moet aannemen,” zegt John Snyder van Muscat, een bedrijfje dat indexeersoftware ontwikkelt voor het nieuwsagentschap Reuters en het Britse Lagerhuis. “Hier kun je altijd om advies vragen.” Walter Herriot selecteert de bedrijven voor het Innovation Centre zelf. “We beoordelen ondernemers niet op marktkansen of ervaring, maar op daadkracht. Als voormalig bankier weet ik vaak al binnen twee minuten wat voor vlees ik in de kuip heb. Er is de laatste maanden één bedrijf failliet gegaan en dat was het eerste geval in twee jaar.” Wel houdt Herriot rekening met een bepaalde mix van bedrijven. Van de zestig ondernemingen die in het St. John's Innovation Centre zijn ondergebracht, is een deel werkzaam in de dienstverlenende sector. Herriot: “Daar werken veel vrouwen. Anders krijg je alleen maar bedrijven met pokdalige techies.”

De Economic & Social Research Council concludeert in een onlangs verschenen rapport dat de incubator een groot succes is geworden. In de eerste vijf jaar van het bestaan van het Innovation Centre is slechts twaalf procent van de huurders gestopt. De meeste bedrijven blijven drie tot vier jaar in het centrum voordat ze uitvliegen. En dat gaat de laatste tijd steeds beter, zo constateert Chris Smart van Cambridge Research and Innovation Limited. “Vroeger zag je in Cambridge alleen maar hi-tech, zo langzamerhand ontstaat er een financiële infrastructuur voor deze branche.” CRIL heeft daar in belangrijke mate aan bijgedragen. Het participatiebedrijf verschaft uitsluitend seed capital aan lokale ondernemers. “In het begin zorg je dat je de juiste mensen bij elkaar kunt vinden,” zegt Smart. “Zo heb ik zelf een jaar lang Cambridge Display Technology gerund, een bedrijf dat plastic beeldschermen maakt die de dure LCD's kunnen vervangen. Nu staat het op eigen benen.”

Dat neemt niet weg dat investeringen als die van Microsoft noodzakelijk blijven. “Aan venture capital is nog wel te komen,” zegt Roger Needham van Microsoft. “Maar een tweede financieringsronde wordt al heel wat moeilijker. En is je onderneming al eens naar de knoppen gegaan, dan kun je helemaal naar je centen fluiten. Dat is in de Verenigde Staten anders. Daar maak je na een mislukking juist kans op een investering. Je weet dan tenminste hoe het niet moet.”

Smart constateert dat steeds meer startende ondernemers de zaken al vanaf het begin zeer professioneel aanpakken. Een bedrijf als Advanced Rendering Technology, dat gespecialiseerde chips ontwikkelt, heeft onlangs een ondernemer uit Silicon Valley als president-directeur aangetrokken. “Er wordt meteen al internationaal gedacht”, zegt Smart. “Zeker in de informatietechnologie moet je over de grenzen kijken. Het zal mij niets verbazen als een deel van de bedrijven de activiteiten naar Silicon Valley verplaatst en hier een ontwikkelteam achterlaat.”

Het is trouwens nog maar de vraag of Cambridge de voorziene groei aankan. Niemand twijfelt aan de groeipotentie van Silicon Fen. Zo bestaan er serieuze plannen voor een nieuw Cambridge Research Park bij Landbeach aan de A10 en ook Microsoft overweegt de bouw van een campus ten westen van Cambridge. Uitbreidingen in gebieden buiten de stad zijn noodzakelijk omdat Cambridge zelf dichtslibt.

Chris Smart: “Je vindt nog steeds veel traditionele industrie in omringende steden als Huntingdon en Peterborough, maar de hi-tech bedrijven willen daar niet naar toe verhuizen. Ze willen dicht bij de universiteit blijven.” Biotechbedrijven vestigen zich al wel buiten Cambridge, in hoofdzaak rond Ely. Het feit dat Ely en Cambridge gunstig zijn gelegen bij het internationale vliegveld Stansted legt daarbij veel gewicht in de schaal.

Voorlopig heeft Cambridge nauwelijks concurrentie van andere Engelse steden te vrezen. Als er al concurrentie is, komt die van de stad die vaak in één adem met Cambridge wordt genoemd: Oxford. Cambridge en Oxford zijn ongeveer even groot en even ver van Londen gelegen. Maar Oxford had al veel eerder dan Cambridge een lokale industrie en dat heeft de economische toekomst van deze stad grotendeels bepaald, zo blijkt uit onderzoek van het Judge Institute of Management Studies in Cambridge. Het heeft dan ook heel lang geduurd voordat Oxford zijn eigen Science Park kreeg. Daarom kent Cambridge een veel groter aantal hi-tech bedrijven dan Oxford. En omdat veel van de ondernemingen in Oxford ook nog eens verspreid buiten de stad zijn gevestigd valt het hi-tech karakter van Oxfordshire nauwelijks op. Wel begint Oxford de achterstand op Cambridge snel in te halen, zo schrijft het Judge Institute of Management Studies.

In het Oxford Science Park zijn inmiddels al zo'n dertig bedrijven neergestreken, waaronder het Europees laboratorium van de Japanse elektronicareus Sharp. Recentelijk hebben ook het Japanse farmaceutische bedrijf Yamanouchi en het chemiebedrijf Dow Elanco zich in Oxford gevestigd. Ondanks deze sterke groei kunnen zowel Oxford als Cambridge zich nog altijd niet met Silicon Valley meten. “Silicon Fen blijft een zaadje vergeleken met de eik Silicon Valley,” zegt John Snyder van Muscat. Al ziet hij steeds meer overeenkomsten: “Werknemers wisselen steeds vaker van bedrijf in Cambridge. Dat zie je in Silicon Valley ook heel sterk. Alleen is de werving daar een stuk agressiever.”

Walter Herriot van het St. John's Innovation Centre twijfelt er niet aan dat Cambridge tot het Europese Silicon Valley zou kunnen uitgroeien. “Om Silicon Valley te kunnen evenaren hebben we zes bedrijvenparken ter grootte van het Science Park nodig,” zegt hij. “Die moeten in tien jaar worden volgebouwd. Theoretisch zouden dan 600.000 banen kunnen worden gecreëerd.” Maar Herriot denkt dat dit niet zo snel zal gebeuren. “De politiek staat een dergelijke ongebreidelde groei niet toe, of anders steekt de milieubeweging er wel een stokje voor. Het verkeer in de stad is nu al niet te harden en de huizenprijzen schieten de pan uit. Twintig jaar terug was Cambridge nog een marktstad. Dat verander je niet zomaar.” Zijn collega Chris Smart is het met hem eens: “Dit gebied staat ook wel bekend als de broodmand van Groot-Brittannië, zo'n agrarisch gebied zie ik niet verdwijnen.” Roger Needham heeft nu al moeite met de term 'Silicon Fen'. “We imiteren niemand, zeker niet Silicon Valley, thank you very much.”