Scholieren slecht in practicumproeven

ROTTERDAM, 8 OKT. Nederlandse scholieren in de tweede klas van de middelbare school hebben moeite met de uitvoering van wiskundige en natuurkundige practicumproeven. In vergelijking met achttien landen, delen Nederlandse scholieren de elfde plek met Canadese en Nieuw-Zeelandse leeftijdgenoten, zo blijkt uit het eerste internationale onderzoek naar de praktische vaardigheden van leerlingen bij exacte vakken. Het onderzoek is verricht door de International Association for the Evalutation of Educational Achievement.

De 437 Nederlandse tweedeklassers die meededen aan het onderzoek haalden gemiddeld een zes, terwijl de beste, Singaporese leerlingen een 7,1 haalden. Ze moesten twaalf taken maken, waaronder de grootte van een doosje berekenen waar vier pingpongballen in passen en een procedure ontwerpen waarmee de invloed van de temperatuur van water wordt gemeten op de snelheid waarin een bruistablet oplost.

De leerlingen blijken vooral tekort te schieten in de verklaring van wis- of natuurkundige verschijnselen. In het schriftelijke onderdeel van het onderzoek presteerden Nederlandse leerlingen wel goed; ze behoren tot de top tien landen.

De geringe praktische vaardigheden zijn opmerkelijk, zegt onderzoeker W. Kuiper van de Universiteit Twente, omdat de basisvorming, die sinds een paar jaar in de eerste drie klassen van de middelbare school wordt gegeven, sterk de nadruk legt op praktische toepassingen van exacte vakken. “Kennelijk komen de praktische toepassingen nog niet uit de verf in de basisvorming. We moeten bekijken wat daarvan de consequenties zijn, want de toepassing van theoretische kennis maakt een vak als natuurkunde aantrekkelijk voor leerlingen”, aldus Kuiper. Nederlandse universiteiten kampen met een groot tekort aan studenten natuurkunde en wiskunde.