Roep om vaklui in bouwnijverheid steeds luider

Rikxoort Bouwpersoneel in Rotterdam lokt timmerlui met een reisje naar Aruba. De roep om vaklui in de bouw wordt luider. Het imago moet beter. Er is best veel om trots op te zijn. “Michelangelo en Leonardo da Vinci waren per slot van rekening ook bouwvakkers”.

ROTTERDAM, 8 OKT. “Timmeren betekent bezig zijn met iets waarvan je later kunt zeggen als je er voorbijrijdt: dat heb ik gemaakt”. Een betere propagandist dan de 17-jarige leerling-timmerman Joost Keijzers uit Raamsdonksveer kan de bouwbranche zich niet wensen. Had voorzitter mr. drs. L.C. Brinkman van de bouwwerkgevers, verenigd in het Algemeen Verbond Bouwbedrijf AVBB, kort tevoren in Den Haag niet gezegd: “Bouwen is iets maken dat blijft. Iets dat je later nog eens kan bekijken en waar je trots op kunt zijn.” Hij voegde daaraan toe: “Michelangelo en Leonardo da Vinci hebben ooit als bouwvakker gewerkt. We hebben nu slimme machines die er voor zorgen dat de bouwvakker minder hoeft te tillen. Veel werk wordt in de voorfase, dus in de fabrieken, gedaan. We moeten dus af van de misvatting dat bouwplaatsen tochtige en stoffige oorden zouden zijn en dat je met een technisch beroep minder kansen hebt”.

Om mensen voor de bouw te krijgen zijn stevige inspanningen nodig. Van de 350.000 werknemers in de sector moeten er elk jaar 30.000 worden vervangen onder meer wegens pensionering, de VUT, arbeidsongeschiktheid of omdat ze in een andere branche zijn gaan werken. De jongeren moeten als het ware van de schoolbanken worden gerukt.

Joost, heldere ogen, lang blond haar dat onder zijn lefpetje uithangt en werkschoenen met stalen neuzen, zat eerst vier jaar op het voorbereidend beroepsonderwijs VBO. Dat is de vroegere ambachtsschool, maar dan een stuk minder gericht op de praktijk. Hij werkt nu vier dagen bij de bouw van een aantal seniorenwoningen in Raamsdonksveer en gaat één dag naar school. “Een prima mix”, vindt hij, “want alleen maar leren wil ik niet. Ik wil buiten zijn en me vrij voelen”. Voor het geld, zegt hij, heeft hij niet voor een toekomst als bouwvakker gekozen. Dat hij met zijn stage anderhalf maal het minimumloon verdient is echter wel mooi meegenomen. In de bouw wordt volgens werkgeversvoorman Brinkman “stevig betaald; meer dan in de meeste andere sectoren”.

“Het imago van het ambachtelijk werk is onvoldoende en dat moet dus worden opgepoetst. Wil je in Nederland meetellen dan moet je op z'n minst een HAVO-diploma hebben en dat is niet terecht”, zegt directeur R. van Rikxoort van Rikxoort Bouwpersoneel in Rotterdam. Dat is een van de uitzendbureaus die - voorlopig nog bij wijze van experiment tot mei volgend jaar - actief zijn.

Rikxoort, die al decennia geleden ervaring opdeed met het uitlenen van bouwvakkers en in de bouwwereld daarom dan ook wel de “uitzendkoning” werd genoemd, haalde afgelopen zomer de media. Een op elke tien timmerlui die zich bij zijn uitzendbureau kwamen melden kreeg als dank een reis naar Aruba aangeboden. Er zijn inmiddels 70 reizen geboekt voor begin januari. De partners mogen ook mee. Waar hij naar zijn zeggen eerst “voor tonnen” had geadverteerd, lukte het hem nu 150 vakbekwame timmerlieden te vinden. Hij wil er uiteindelijk 1.000 zien te strikken, die hij landelijk wil gaan inzetten.

“Mijn motto is: weg met het op- en neer rijden van 200.000 pendelende bouwvakkers per dag; het werk dicht bij huis doen. Dat is ook beter voor het milieu. Hoe groter je bent des te flexibeler je kunt werken”, zegt Van Rikxoort.

Werkgevers- en werknemersorganisaties in de bouw hebben verder de zogenoemde Koepelcampagne opgezet om de jeugd te laten kennismaken met de bouw en potentiële bouwvakkers te werven. De Stichting Vakopleiding Bouwbedrijf (SVB) gaat, aldus haar opleidingsadviseur J. van Oosterhout in Helmond, de scholen af. “Dan trek ik ze mijn winkeltje in met de mededeling dat het mooiste vak wat er is de bouwvak is”.

Vice-voorzitter A. Visser van de Bouw- en houtbond FNV: “Na 2002 gaan er personeelsproblemen optreden door de ontgroening enerzijds en de vergrijzing anderzijds. We moeten nu dus alle zeilen bijzetten om de mensen langer in de markt te houden.” Uit onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid EIB blijkt dat van een van de potentiële markten, namelijk die van de allochtonen, weinig te verwachten is. Weliswaar zijn er veel allochtonen die voor de bouw kiezen - meer dan in welke andere bedrijfstak ook - maar er zijn er net zoveel die na korte tijd weer afhaken. “Ik heb”, aldus Visser, “de indruk dat bij allochtonen de bouw geen al te hoogstaand imago heeft”.

Aannemer M. van der Linden in Sint-Michielsgestel, die met een omzet van 90 miljoen gulden en met 190 mensen, van wie 120 bouwvakkers, in dienst tot de grotere aannemers behoort, vreest daarentegen nu al personele problemen. “Als ik voor een nieuw werk 25 mensen nodig heb, kan ik die op korte termijn moeilijk vinden want vaklui lopen niet vrij rond. Het reservoir is een heel eind leeg. Dat jongeren op dit moment zo slecht doorstromen naar de bouw komt door de negatieve voorselectie op de basisschool. In mijn jeugd gingen er 30 van de 40 leerlingen uit mijn klas hier in het dorp in de bouw werken, maar nu vinden ouders het leuker als hun kind naar het atheneum gaat. Bovendien wordt op het VBO te veel aan theorie en te weinig aan de praktijk gedaan. Dat is ontzettend jammer. We hebben bovendien af te rekenen met het vooroordeel dat de bouw nat en vies is. Voor hetzelfde geld kun je daar tegenover stellen dat er buiten zon en frisse lucht zijn.”

Brinkman: “Als er op school niet genoeg apparaten aanwezig zijn leert men niet hoe ermee om te gaan: dan wordt het gevoel je niet bijgebracht, dus moeten de investeringsmogelijkheden van de scholen worden vergroot. Spelen met techniek zit in de meeste kinderen. De bouw is voor die kinderen leuker dan het op kantoor draaien van 4.000 rapporten door de repro.” Opleidingsadviseur Van Oosterhout: “Duitse bouwvakkers zijn zo trots op hun beroep dat ze in hun overall naar huis gaan; Nederlanders trekken dat ding eerst uit voordat ze zich op straat wagen.”

Volgens het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid EIB zal na 2002 het aantal mensen dat beschikbaar komt voor de arbeidsmarkt gaan dalen. “Dit kan”, aldus het EIB, “problemen opleveren bij de personeelsvoorziening. Deze problemen zullen voornamelijk een kwalitiatief karakter hebben.” Nu al, zegt Brinkman van het AVBB, “is er een duidelijke verschuiving waarneembaar. Steeds meer activiteiten vinden vooraf plaats in de fabriek. Het werk is ingewikkelder geworden. Dat heeft tot gevolg dat óók op de bouwplaats meer inzicht in de techniek nodig is. De mensen komen echt niet alleen maar van het voorbereidend beroepsonderwijs (VBO), maar ook van het MBO, de hogeschool of de universiteit”.

Aannemer Van der Linden: “Van een vakman wordt veel meer denkwerk gevraagd dan vroeger. Het aantal indirecte medewerkers in het uitvoerend, technisch en administratief personeel is ten opzichte van het aantal bouwvakkers heel nadrukkelijk groter geworden. De bouw vereist bovendien veel meer organisatie. Het improviseren van vroeger is voorgoed voorbij.”

Het probleem is dat de bouwsector meer dan welke andere sector ook afhankelijk is van de conjunctuur. Nu het economisch hoogtij is, trekt het werk flink aan, maar bij recessies worden veel bouwvakkers ontslagen. Van der Linden: “We moeten er voor zorgen om ook in wat minder goede tijden personeel vast te houden bijvoorbeeld door het ertoe te brengen wat verder van huis te gaan werken of ze collegiaal uitlenen aan een andere bouwondernemer. Dat is beter dan weer helemaal opnieuw op de arbeidsmarkt te beginnen, want de ervaring leert dat men daar op zo'n moment meestal niet meer de besten vangt. Het AVBB is dan ook bezig met een project bedrijfstakbinding. De uitzendbureaus kunnen meehelpen om de pieken en dalen in de sector af te vlakken. Het uitzendwerk is een heel geregelde vorm van een arbeidsovereenkomst geworden.”

“De mensen”, zegt Van Rikxoort, “willen we een vast dak boven het hoofd geven en in slappe tijden de kans bieden om zich verder te scholen.” Daarom spreekt hij ook liever in plaats van over een uitzendbureau over een detacheringsbureau. Ook het vergroten van de continuïteit door snellere besluitvormingsprocedures van overheden zou volgens Brinkman een goed ding zijn. “Dan kan er beter en over langere termijn gepland worden.”