Oud-Feyenoorder Kenneth Monkou voetbalt al negen seizoenen in Premier League; 'Gelukkig lopen hier nog gekken rond'

In de schaduw van bekende Nederlanders voetbalt Kenneth Monkou (32) al bijna tien jaar in de Engelse competitie. Eerst voor het chique Chelsea, tegenwoordig bij Southampton. “De passie zit in mijn bloed.”

SOUTHAMPTON, 8 OKT. Als populariteit een graadmeter is voor de voetbalkwaliteiten van Kenneth Monkou, heeft Terry Venables juist geoordeeld. De voormalige bondscoach van het Engelse elftal vond het jammer dat de lange voorstopper een Nederlands paspoort heeft. Venables vond het onbegrijpelijk dat Monkou nooit is opgeroepen voor Oranje. “Volgens Terry had ik onder zijn leiding veel interlands gespeeld. Ik had geen groter compliment kunnen krijgen.”

In het krakkemikkige stadion The Dell ligt de naam van 'Ken' Monkou op ieders lippen. Supporters van Southampton gaven hem tweeënhalve week geleden voor de competitiewedstrijd tegen Liverpool een staande ovatie, als waardering voor zijn uitverkiezing tot speler van de maand. Na elke kopbal en elke lange wreeftap kreeg hij een dankbaar applaus. Na afloop stond hij minutenlang met pen en papier bij de reclameborden handtekeningen uit te delen. Het is de prijs die de populaire voetballer graag betaalt. “De mensen zijn zo trouw, ze verdienen het niet om met een knikje te worden afgescheept. De passie zit in mijn bloed en die krijg je er gelukkig nooit uit.”

Monkou heeft zich de laatste negen jaar een Britse voetbalstijl aangeleerd. Hij toont een strijdlust die de Engelse supporters als vanzelfsprekend beschouwen. In geen enkel opzicht doet hij denken aan de jonge, onzekere voorstopper van Feyenoord die hij ooit was. Hij heeft zich aangepast aan zijn nieuwe woonklimaat. Hij loopt op grote bergschoenen, hij draagt een wijde broek, hij heeft de handen losjes in de zakken. Hij praat met een Britse tongval. Monkou is dermate verengelst dat hij nooit meer naar Nederland zal terugkeren.

“Dit land herken je aan de tradities, die moet je dus nooit veranderen”, zegt Monkou tijdens een lunch in een eenvoudige snackbar in het centrum van Southampton. “Ascot, Wimbledon, Wembley: dat zijn schitterende evenementen. Maar als ze niet oppassen met dat Europese gedoe wordt Engeland net zo saai als Nederland of Duitsland. Gelukkig lopen hier nog een paar gekken rond. De meeste van mijn ploeggenoten komen alleen in de pub en in een stadion. Zij gokken en drinken zich helemaal verslaafd. Zelf ben ik niet zo'n stapper. Ik houd meer van de quality of life, zoals mijn vriend dat altijd zegt.”

De meeste spitsen in de Premiership hebben problemen met zijn stugge dekking. Van Rush tot Shearer, van Riedle tot Klinsmann, van Vialli tot Asprilla, van Bergkamp tot Overmars. Zij vergissen zich in de ogenschijnlijk houterige motoriek van Monkou. Hij is verrassend snel en wendbaar voor iemand van één meter negentig. En hij heeft een dominante stijl ontwikkeld. Bij elke uittrap van de doelman van de tegenpartij spreidt Monkou ter hoogte van de middenlijn de armen in de lucht. Het heeft allemaal te maken met charisma, zegt een bejaarde supporter van The Saints.

Monkou: “Ik speel elke week tegen de beste spitsen ter wereld. Daarom had ik zo graag een keertje voor het Nederlands elftal gespeeld. Eén interland, dan waren al mijn dromen uitgekomen. Waarom is er nog nooit een bondscoach komen kijken? Omdat er allemaal politiek wordt gespeeld in Zeist. Waarom dacht je dat jongens als Stam en Van Gastel pas werden opgeroepen toen ze bij PSV en Feyenoord gingen voetballen? Omdat een kleine club niet meetelt.”

De woorden van Monkou suggereren een bitterheid die tijdens het vraaggesprek wordt gelogenstraft. De zoon van een Indiaanse vader en een Surinaamse moeder vertelt met zichtbaar genoegen over zijn Engelse voetbalperiode. “Ik heb nog meegemaakt dat we gezamenlijk in bad gingen voor een wedstrijd. Zodra de wedstrijd begon stroopten we de mouwen op, regardless hoe de voorbereiding was. Door de invloed van buitenlanders wordt er tegenwoordig veel serieuzer naar een wedstrijd toegeleefd. Alle clubs hebben een diëtist in dienst. Dat was een paar jaar geleden nog ondenkbaar. Toen aten we hamburgers voor de wedstrijd.”

Monkou is somber gestemd over de invloed van het televisiestation Sky, dat jaarlijks tientallen miljoenen in de Premiership investeert. Hij constateert een verzakelijking van de typische volkssport. “Als ze niet oppassen blijven er straks zes rijke clubs over en speelt de rest in de eerste divisie. Clubliefde bestaat niet meer. De managers bepalen waar jij volgend jaar gaat spelen. Noem het van mijn part slavenhandel. Onze nieuwe manager heb ik dit seizoen drie keer gezien op de training. Die is altijd naar nieuwe spelers op zoek. Ik moest vorig jaar ook zonodig verkocht worden, omdat het niet boterde met Graeme Souness, de vorige manager. Maar ik heb mijn poot stijf gehouden en gezegd dat ik per se hier wilde blijven.”

Bij de arbeidersclub Southampton draaiden sommige fans deze zomer hun spaarpot ondersteboven om een trainingskamp in het Duitse Kaiserslautern te bezoeken. “Ik wist niet wat ik zag. Wij zaten daar in de middle of nowhere. Stonden er opeens vijftig supporters van Southampton voor het hek. Die waren daar op vakantie, omdat wij daar trainden. Voor die mensen zal ik in het veld altijd honderd procent geven.”

Bij Chelsea begaf Monkou zich vier seizoenen tussen “aristocraten en filmsterren”. De Londense club staat van oudsher bekend om haar chique achtergrond. “Daar gaan ze eerst winkelen bij Harrod's en daarna tussen de glazen champagne een voetbalwedstrijd bekijken. Chelsea was ook een racistische club, hoewel ik nooit ben aangesproken op mijn huidskleur. 'Jij bent anders', zeiden ze dan. Ik heb eindeloze discussies gevoerd over zwart en blank, maar kon de meeste mensen niet overtuigen. De laatste jaren is het wel een stuk verbeterd, ook weer door de vele buitenlanders. Wat denk je van Ruud Gullit? Die zullen ze niet zo gauw uitjoelen om zijn huidskleur.”

Monkou denkt nog zeker drie jaar door te voetballen op het hoogste niveau. Daarna gaat hij met vrienden een kledinglijn opzetten. Een paar jaar geleden werkte hij als model en maakte hij indruk met zijn lange, donkere gestalte. “Een van de grootste designers in Engeland wil met mij gaan werken. Lijkt me even leuk als voetballen in zo'n knus stadion zonder hekken. Engeland heeft zoveel te bieden, ongelooflijk gewoon.”