Kramnik loopt half punt in op Kasparov

TILBURG, 8 OKT. De nadruk waarmee Gary Kasparov bij het verlaten van de speelzaal over alles behalve zijn partij tegen Michael Adams begon te praten, maakte afdoende duidelijk wat hij dacht over zijn eigen bijdrage aan de negende ronde van het Fontys Schaaktoernooi. Niet eerder was hij zo karig in zijn commentaar. Pas na enig aandringen gaf hij een verklaring: “Ik speelde alsof ik een rating van 2200 had. Hij trouwens ook. Meer wil ik er niet over zeggen.”

De schade die Kasparov leed met de remise die hij bij elkaar schraapte viel uiteindelijk nog mee. Alleen Vladimir Kramnik kroop een half punt dichterbij dankzij een zwaarbevochten overwinning op Jeroen Piket. Aan de vooravond van zijn sleutelduel tegen de wereldkampioen voegde de Moskoviet zich met een minimale achterstand van een half punt op de koploper bij Peter Svidler op de gedeelde tweede plaats.

De ontmoeting tussen Kasparov en Adams was een botsing tussen twee sterk uiteenlopende speelstijlen. Waar Kasparov in de opening tot in de verste uithoekjes op bekend terrein wil zijn, is de Engelsman al heel tevreden wanneer hij een stelling bereikt die prettig in de hand ligt. Kasparov koestert zijn openingsrepertoire als een tamagotchi, die dagelijks om aandacht vraagt. Het kleinste scheurtje wordt vakkundig gepleisterd, de geringste oneffenheid nauwgezet gladgestreken. Die perfectionistische toewijding kan mooie punten opleveren, maar ook verwarrend werken. Kasparov kent de schaduwzijden van zijn aanpak maar al te goed: “In feite speel je ook steeds tegen jezelf. Je weet niet alleen hoe goed een variant is, maar kent ook alle problemen die je onderweg kunt tegenkomen.”

Het is een ballast die Adams niet met zich meedraagt. Handig gaat de Engelse nummer één de hoofdvarianten uit de weg en zoekt zijn heil in zijstraatjes die goed aansluiten bij zijn natuurtalent. Zijn gedeelde elfde plaats op de wereldranglijst biedt hoop voor iedere schaker die terugdeinst voor al te veel theoriestudie. Zeker omdat Adams ook nog eens de schijn weet op te houden dat hij weinig tijd doorbrengt in de studeerkamer. Bronnen uit zijn naaste omgeving vertellen dat hij zelden of nooit iets bekijkt, maar veel van zijn collega's geloven daar niets van. Zelf houdt de Londenaar met weinig verhelderende uitspraken de twijfel in stand.

Zoals viel te verwachten zette Adams de partij ogenschijnlijk pretentieloos op. In werkelijkheid lokte hij Kasparov met een geraffineerde zetverwisseling op onontgonnen terrein. Verbaasd zat iedereen te kijken hoe na honderdduizenden partijen zo snel iets nieuws op het bord kon verschijnen. Kasparov had het er moeilijk mee. Alleen al over zijn twaalfde zet dacht hij meer dan een half uur na. De oplossingen die hij bedacht speelden de critici in de hand die graag beweren dat Kasparov zonder zijn openingenarsenaal niet meer dan een sterk schakende sterveling is. Adams bereikte veel, maar schikte zich uiteindelijk in een remise door zetherhaling. Somber stelde hij dat hij veel meer uit de stelling had moeten halen.

Op dat moment ging Kasparovs aandacht volledig uit naar de andere partijen en dan vooral de partijen van zijn directe rivalen Svidler en Kramnik. Het zwaar positionele werkstuk dat Svidler samen met Lautier aan het boetseren was wekte weinig andere verwachtingen dan een degelijke remise. Heel wat meer viel er te beleven bij Kramnik en Piket, die verwikkelingen op het bord hadden gebracht die zelfs Kasparov voor heel wat vraagtekens plaatsten.

Kramnik verraste Piket met het Konings-Indisch, een opening die hij tijdens het toernooi in Las Palmas zonder veel succes aan zijn repertoire toevoegde. Uit drie partijen haalde hij tot nog toe slechts een half punt. Kramnik kwam tot zijn besluit na overleg met Peter Svidler, de Russische kampioen die in Tilburg als zijn praatpaal fungeert. Ze besloten dat alleen het Konings-Indisch geschikt was om met zwart een winstpoging te wagen. Het duurde een hele tijd voordat er schot kwam in dat streven.

Piket speelde de opening zoals dat van een kenner verwacht mocht worden en kon na een zet of twintig bogen op een aangenaam plusje. In het vervolg dwong Kramnik respect af met zijn vechtlust. Hij brak de stelling open en dreef Piket tot uiterst alert spel. Lange tijd bleef de spanning te snijden totdat Piket op de 52ste zet alsnog jammerlijk in de fout ging. In de ontspannen analyse na afloop toonde Kramnik zich een groot winnaar. Vermoeid, maar zonder een spoor van grootspraak zocht hij samen met Piket naar de kritieke momenten in de partij. Tekenend was zijn oordeel over de opening die hem op weg had geholpen naar dit belangrijke punt: “Nee, ik vind het nog steeds niks.”