James Bond ingevroren en weer ontdooid

Austin Powers: International Man of Mystery. Regie: Jay Roach. Met: Mike Myers, Elizabeth Hurley, Robert Wagner. In: 13 theaters.

Na twee keer op bioscoopformaat het tv-succes Wayne's World - de triomf van puberale meligheid - te hebben vertoond, heeft de Amerikaanse komiek Mike Meyers voor zichzelf een nieuw filmpersonage geschapen. Nu is hij de blitse hartenbreker Austin Powers uit het swingende Londen van de jaren zestig, die overdag fotografeert (zoals David Hemmings in Blow Up), in zijn vrije tijd de Electric Psychedelic Swingers Pussycat Club frequenteert en daarnaast ook nog een soort 007 voor de Britse geheime dienst is.

Ook speelt hij, razendknap vermomd, de bijbehorende aartsvijand, de Blofeld-achtige Dr. Evil die uit is op de wereldmacht en intussen op schoot een dikke witte poes aait.

De parodie op swingend Londen mag er zijn. Austin Powers doet me, met zijn Beatle-kapsel, bril met zwaar montuur, nauwsluitend pak van blauw fluweel en kanten bef, een beetje denken aan het toenmalige popgroepje Freddie and the Dreamers. En als hij slapstick-achtig wordt achtervolgd door tientallen meisjes in mini-jurken met hippe grafische patroontjes, roept de film bovendien herinneringen op aan de Beatle-film A hard day's night.

Het is één groot feest in de straten; tussen de met een Britse vlag versierde auto's, etalages en draagtassen danst zelfs de bobby met het jonge volkje mee.

Maar lang duurt het niet, want in 1967 hebben Powers en zijn vijand zich laten invriezen en pas in 1997 worden ze weer ontdooid. Nog steeds staan ze tegenover elkaar, maar alletwee zijn ze een anachronisme geworden.

Powers vangt nu bot met zijn jacht op de vrije seks uit de sixties. Al zijn avances stuiten af op zijn nieuwe compagnon, de Emma Peel-achtig uitgedoste Elizabeth Hurley, die vanzelfsprekend een zelfstandige vrouw is. Dr. Evil staat eveneens voor gek: hij wil de Verenigde Naties een losgeld van één miljoen dollar afdwingen, niet wetend dat de wereld nu door miljarden worden beheerst.

De grap is daarna snel uitgemolken. Wat nog rest, zijn voornamelijk flauwe kwinkslagen die ook bijna allemaal met omhaal van woorden worden uitgelegd. Een weelderig uitgevoerde jongedame heet Alotta Fagina, ik bedoel maar. En met die schaapachtige grijns begint Austin Powers op den duur behoorlijk onuitstaanbaar te worden.