In deze wereld sjokken af en toe kamelen voorbij

Jeugdtheater: Tom, door Stella Den Haag. Regie, tekst en film: Hans van den Boom; Muziek: Paul Reijn; Spel: Erna van den Berg, Peter Reijn. Vanaf acht jaar. Gezien: 2/10, Stella Theater Den Haag. Nog te zien t/m 25/1 1998. Inl. 070-3307070.

Twee acteurs aan weerszijden van een televisie. Het blijkt genoeg om hele werelden op te roepen: een afgelegen boerderijtje met kippenhok, kale woestijnen en onderaardse labyrinten. In het laatste deel van zijn trilogie voor kinderen bij Stella Den Haag combineert regisseur Hans van den Boom opnieuw theater, televisie en muziek. Voor zowel kinderen als volwassenen is Tom een verrassing.

Wie zou verwachten dat het zó echt lijkt, twee volwassen acteurs, die kinderen spelen, die op twee stoelen doen alsof ze door de lucht vliegen? Op het televisiescherm is te zien hoe hun propeller draait, hoe de grond onder hen door schuift.

Het is even wennen, maar al snel begin je het te 'geloven': de beelden op de televisie vormen meer dan een decor, meer dan een illustratie. Het is de reële omgeving waarin dat wat de acteurs spelen en vertellen gebeurt. De kale speelvloer rond de televisie valt niet langer op, het beeld op tv is werkelijkheid.

Peter Reijn praat als Tom geenszins als een kind. “Mama, mama... het is een veronderstelling”, zegt hij bijvoorbeeld, drammerig en afgemeten tegelijk.

Zijn moeder (Erna van den Berg) reageert al even archaïsch: “Er zijn twee kardinale fouten die je nu maakt, Tom.” Merkwaardig genoeg blijven moeder en zoon geloofwaardig, ondanks de stroeve dialogen met hun vaak komische, soms absurde effect.

Net als het tweede deel van de trilogie, Venetië, gaat Tom over een tocht, ditmaal niet per boot maar per vliegtuig. Of de kinderen het echt meemaken of verzinnen, moet elke toeschouwer zelf uitmaken. Op de televisie is in ieder geval de stuivende zandwoestijn te zien, onder imponerende luchten, waar zij zich (denken te) bevinden. Een vreemde wereld met af en toe een rij langssjokkende kamelen, bereden door zwijgzame, in doeken gewikkelde mensen, of een enger woestijnbeest zoals een slang of een immense spin.

De spanning is af en toe te snijden. Op de film en in werkelijkheid maken de acteurs synchrone bewegingen. Erna van den Berg houdt zo dubbelop haar adem in en kromt tweemaal een licht trillende arm naar voren, waar alleen op het scherm een spin tastend zijn acht harige poten overheen laat trippelen. De soms vurige, soms aarzelende muziek onderstreept de zo zorgvuldig dubbel uitgespeelde stemmingen nog eens extra.

Toms ouders hebben hem achtergelaten bij oma, om naar een congres over eekhoorns te vertrekken. Oma (Sacha Bulthuis) leeft alleen op de televisie, vanaf het scherm mummelt zij haar versleten herinneringen aan de reis naar de stad die zij eens maakte.

Tom beklaagt zich eerst bij de kippen (op tv zie je hem het hok binnengaan), maar kip Geeltje, een echte kip met de kinderlijke stem van Redouan Yahyaoui, denkt alleen aan krentenbrood.

Hij is woedend op zijn ouders, dreigt er zelf vandoor te gaan naar verre oorden en doet dat prompt. Met het meisje Paula waar hij houterig van verliefdheid omheen draait, kruipt hij in een vliegtuig dat zomaar ergens staat en stort neer in de woestijn.

Dit is allemaal even overtuigend en meeslepend. Jammer is dat hun spannende avontuur uiteindelijk leidt tot zoiets als het diepste van de wereld. In een al te kitscherige hel zingt de duivel en schildert een onschuldige, geboeide sterveling fresco's.

Het hoogste punt van de in Tom zo zorgvuldig opgebouwde spanningsboog had suggestie moeten blijven. De precieze uitwerking had Stella beter kunnen overlaten aan de verbeelding van de toeschouwers.