Geen belasting op vakantiegeld terug

AMSTERDAM, 8 OKT. De fiscus is voorlopig niet verplicht een deel van de belasting op vakantiegeld aan een grote groep werknemers terug te betalen. Dit volgt uit een beslissing van het Amsterdamse Gerechtshof gisteren in een proefproces aangespannen door belastingadviseur mr. R. Vliese.

Vliese eiste op grond van het gelijkheidsbeginsel terugbetaling van een deel van de betaalde belasting op zijn vakantiegeld over 1996 en 1997, omdat werknemers in de bouw en de agrarische sector die hun vakantiegeld opbouwen via het systeem van vakantiebonnen een kwart minder aan de fiscus afdragen dan andere werknemers. Het Amsterdamse hof wees die eis echter af omdat het zich niet bevoegd acht over de belastingheffing op het vakantiegeld van alle Nederlandse werknemers te oordelen.

Vliese kondigde direct aan in cassatie te gaan bij de Hoge Raad omdat hij vindt dat er zo snel mogelijk een algemene uitspraak over deze kwestie moet komen. Hij meent dat de ongelijke behandeling door de fiscus ook leidt tot discriminatie, die verboden is op grond van het internationaal verdrag over burgerrechten en politieke rechten. Bij de Belastingdienst zijn al meer dan een miljoen bezwaarschriften binnengekomen van mensen die net als Vliese een deel van hun belasting op het vakantiegeld terugeisen. Staatssecretaris van Financiën W. Vermeend heeft al eerder dit jaar beloofd dat alle belanghebbenden, ook degenen die niet geklaagd hebben, het geld terug krijgen als de Hoge Raad tot het oordeel komt dat de ongelijke belastingheffing geen pas geeft.

Het Gerechtshof beriep zich ook op het feit dat Vermeend de regeling met vakantiebonnen met ingang van dit jaar voor alle nieuwe gevallen heeft afgeschaft. De betrokken belastinginspecteur voerde aan dat er goede redenen waren voor een lager tarief voor bouwvakkers en agrarische werknemers. Hij bestreed de eis ook aan de hand van een uitspraak van de Hoge Raad van 1995, dat het gelijkheidsbeginsel slechts van toepassing is als er sprake is van “vergelijkbare regelingen” voor de belastingheffing.