Geef Nobelprijs aan een Portugese schrijver

Portugal heeft verschillende zeer grote schrijvers voortgebracht. Waarom heeft er dan nog nooit iemand de Nobelprijs voor literatuur gewonnen? Vertaler Harrie Lemmens dient de Zweedse Academie van advies voor hun morgen te nemen beslissing. Kies António Lobo Antunes of José Saramago.

Morgen maakt de Zweedse Academie bekend welke schrijver dit jaar de Nobelprijs voor literatuur wint. Er is alles voor te zeggen dat dit deze keer iemand is die in het Portugees schrijft. Niet alleen is het Portugees met zijn bijna tweehonderd miljoen sprekers in en buiten Europa een van de grote taalgebieden op de wereld. Er zijn ook verschillende zeer goede kandidaten beschikbaar die in het Portugees schrijven.

Eigenlijk is het een groot raadsel waarom er in de 94-jarige geschiedenis van de Nobelprijs nog nooit een Portugees of Braziliaan bekroond is. Wie de prijs natuurlijk al lang geleden verdiend had was de inmiddels ook in Nederland zeer invloedrijk geworden Portugees Fernando Pessoa (1888-1935). Maar in zijn geval is zijn afwezigheid in het rijtje winnaars misschien nog te verklaren uit het feit dat hij tijdens zijn leven vrijwel niets gepubliceerd heeft. Zijn meeste werken zijn postuum verschenen.

Dat kan niet gezegd worden van de bijna tien jaar geleden overleden Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade. Die heeft echt de Nobelprijs ten onrechte niet gekregen. Hij is in zijn land de grootste dichter van de twintigste eeuw geweest die aan de wieg heeft gestaan van het modernisme.

Gelukkig zijn er ook onder de levenden een paar hele grote namen. Maar wie te kiezen? Zwei Seelen wohnen, ach! in meiner Brust. Een luxeprobleem wellicht, maar desalniettemin een probleem: twee schrijvers van wie ik veel heb vertaald worden nu als kansrijke kandidaten voor de Nobelprijs genoemd.

In beide gevallen is dat terecht. Ze zijn sinds meer dan vijftien jaar de belangrijkste schrijvers van Portugal en zijn in veel talen vertaald. Beiden hebben een oeuvre dat 'staat', ieder schreef een stuk of twaalf boeken, en of je er nu van houdt of niet, het is in beide gevallen grote literatuur. Ik heb het natuurlijk over de Portugees José Saramago en zijn landgenoot António Lobo Antunes.

In leeftijd verschillen de beide schrijvers twintig jaar. En ook hun achtergrond verschilt nogal. Saramago werd in 1922 geboren in een arm daglonersgezin uit Ribatejo, het weidse vlakke land langs de Taag met zijn runderen, paarden en stierengevechten.

António Lobo Antunes werd later geboren, in de destijds duurste wijk van Lissabon, Benfica, als zoon van een arts en als telg uit een oude, rijke familie met lijnen naar Duitsland en Brazilië. Saramago kon wegens geldproblemen zijn opleiding als bankwerker niet voltooien en moest op jeugdige leeftijd al zijn arbeidskracht verkopen. Lobo Antunes doorliep het gymnasium, speelde rolhockey en voltooide een studie medicijnen met als specialisatie psychiatrie.

Deze achtergrond was bepalend voor hun loopbaan. Saramago kwam als drukker te werken in de krantenwereld, kreeg banden met de (onder Salazar verboden) communistische partij, ontwikkelde zich via zelfstudie en mocht geleidelijk ook zelf artikelen bijdragen aan de krant. Lobo Antunes kreeg de literatuur met de paplepel ingegoten en begon al jong te schrijven, zonder aanvankelijk iets te publiceren.

De ommekeer kwam voor Saramago bij de Anjerrevolutie, toen hij uit de illegaliteit kon treden en, na eerder al gedichten te hebben gepubliceerd, zijn sociale en politieke overtuigingen ook in literatuur kon verwoorden. Voor Lobo Antunes kwam de ommekeer bij de vervulling van zijn tweeëneenhalfjarige dienstplicht in de oorlog in Angola, eind jaren zestig. Het was een ervaring die in al zijn werk zou doorklinken.

Rond 1980 werden beide schrijvers in één klap beroemd door één boek, Saramago door Memoriaal van het klooster, een later ook in het Nederlands vertaald breed opgezet epos over de bouw van het klooster van Mafra in het begin van de achttiende eeuw, Lobo Antunes door de introspectieve, sombere monoloog van een eenzame man die in Lissabon zijn oorlogsverleden niet van zich kan afzetten.

Ook in hun werk verschillen de beide schrijvers. Hun stijlen hebben weinig met elkaar gemeen. Saramago hanteert een stijl van lange meanderende volzinnen waarin alles met alles wordt verbonden, een aanzwellende symfonie met vele solisten en orkestpartijen. Lobo Antunes schrijft kamermuziek of laat een eenling soleren, verbindt een inslikkend staccato met hallucinerende beelden en vergelijkingen.

Na De Judaskus, een roman die bijna schreeuwt om bewerkt te worden tot een toneelmonoloog, schrijft Lobo Antunes nog enkele romans over de oorlog en de psychiatrie, waarin hij ook nu nog werkzaam is. Later verbreedt hij zijn thematiek tot kleurrijke schilderingen van Portugal tijdens en na de revolutie, een burleske opwekking uit hun dood van Portugals helden, meer filosofisch getinte bespiegelingen. Maar ook al verschuift het accent in de thematiek, zijn stijl blijft onveranderd: metaforen buitelen over elkaar heen, de vertelstructuur is complex, omdat verschillende perspectieven 'tegelijkertijd' aan het woord zijn, de cadans is dwingend. In zijn laatste roman, Het handboek van de inquisiteurs, laat hij vijf personages aan het woord, onderbroken door 'bijfiguren' die de verhalen van commentaar voorzien. Zo zet hij de tijd onder Salazar uiteen, schrijft zijn Verdriet van Portugal, een boek dat wie het leest altijd bijblijft. Om dat indringende, dat tijdloze bezweren van de tijd, om zijn kreten van pijn en onvermogen, om zijn eindeloze beeldendans, om zijn stijl en zijn oeuvre, verdient António Lobo Antunes de Nobelprijs.

Na Memoriaal van het klooster, een roman die in Italië tot opera werd bewerkt, heeft Saramago nog over zulke uiteenlopende onderwerpen geschreven als het Nieuwe Testament, het beleg van Lissabon in de twaalfde eeuw, het Iberische isolement en Fernando Pessoa. Steeds in dezelfde golvende stijl, waarbij alle dialogen geïncrusteerd worden in het verhaal. Een verhaal dat wordt verteld door een alwetende verteller die personen en gebeurtenissen graag van commentaar voorziet. Een uitzonderlijke stijl die de lezer meesleurt. Van Saramago's latere boeken werden Het evangelie volgens Jezus Christus en Het beleg van Lissabon tot nu toe in het Nederlands vertaald. Saramago's laatste boek, Over de blindheid, waarvan volgend voorjaar een Nederlandse vertaling verschijnt, is een apocalyptische evocatie. Door een geheimzinnige ziekte wordt Lissabon getroffen door blindheid, eerst een kleine groep, die in quarantaine gaat en waar al gauw de nodige problemen ontstaan en de tegenstelling tussen solidariteit en machtsmisbruik de kop opsteekt. Later valt heel Lissabon ten prooi aan de ziekte en schetst Saramago een huiveringwekkend beeld van een verdoemde stad. Over de blindheid is een boek dat je, als je er eenmaal aan begint, niet meer loslaat. Om dat epische, dat grootse, dat humanistische en 'begane', om zijn stijl en zijn oeuvre verdient ook de Portugese schrijver José Saramago het dit jaar zeker om de Nobelprijs te krijgen.

Zwei Seelen wohnen, ach!...