Festival Cinekid verhuist naar echte bioscoop; Chinese braafheid en Zweedse kwaliteit op vernieuwd kinderfilmfestival

Cinekid 1997, Internationaal film- en televisiefestival voor de jeugd. In: Alfa en De Balie, Amsterdam, 11 t/m 19 okt. Ook in 28 bioscopen en filmtheaters door het hele land (Cinekid op locatie). Inl. en res. 020-6266946.

Napoleon. Nederlands gesproken, vanaf 4 jaar. Regie: Mario Andreacchio. In: 22 theaters.

Oog van de adelaar. Nederlands ondertiteld, vanaf 8 jaar. Regie: Peter Flinth. In: vijf theaters.

Enkele minder gelukkige omstandigheden hebben ertoe geleid dat de elfde editie van het jaarlijkse Cinekidfestival in Amsterdam noodgedwongen veranderen moest. In februari overleed festivaldirecteur Hans Klap; vorige week werd bekend dat hij per 1 januari zal worden opgevolgd door Sannette Naeyé, die de functie zal combineren met de directie van het Kindermuseum in het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Omdat de vaste festivallocatie, De Meervaart in Amsterdam-Osdorp, verbouwd wordt, wijkt Cinekid uit naar het Leidseplein, waar gebruik wordt gemaakt van bioscoop Alfa en theater De Balie, de vaste stek van het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA). Op het Leidseplein kunnen films beter geprojecteerd worden en lijkt ook de festivalambiance beter tot haar recht te kunnen komen.

Na een uitermate kinderachtige ruzie tussen de jury van de Kinderkastprijs voor het beste jeugdtelevisieprogramma en de publieke omroepen moest bovendien besloten worden de band met de stichting Kinderkast te verbreken. Het voorlopige resultaat is dat er dit jaar geen televisieprijzen zijn, maar ook dat het slotgala niet uitgezonden wordt en dus, bij gebrek aan financiering, helemaal niet doorgaat. Maar net als de verhuizing naar het Leidseplein zou de loskoppeling van de Kinderkast en van de omroepen op de langen duur wel eens gunstig kunnen werken voor Cinekid.

Het door Harry Peters (film) en Leontien Petit (televisie) samengestelde Cinekidprogramma bevat traditiegetrouw weer het beste wat er het afgelopen jaar in de hele wereld aan jeugdfilms gereed is gekomen. Het is bekend dat in Scandinavië de beste voorwaarden bestaan voor het maken van jeugdfilms, dus komen daar ook weer de meest in het oog springende producties vandaan.

Onder het motto 'Chinakid' worden ook vijf films uit de Chinese Volksrepubliek vertoond. Kraanvogels van Ge Xiaoying is een representatief voorbeeld van de even stichtelijke als poëtische toon die daar in jeugdfilms aangeslagen wordt. Het verhaal over de vriendschap tussen een jongetje en een kraanvogel die Prins heet is mooi verstild gefilmd, maar soms ook akelig braaf en opvoedkundig.

Uit Nederland komen een aantal nieuwe korte jeugdfilms, die voor het grootste deel ook al tijdens het Nederlands Film Festival te zien waren. Poldermol van Erik de Goederen doet denken aan de beste films van Karst van der Meulen: helder en zonder te moraliseren verplaatst de film zich in het hoofd van een jongetje dat een landmijn opgraaft en doodgemoedereerd mee naar school neemt voor zijn spreekbeurt. Ook de liefde blijkt explosief en volhardend.

In Vrijmarkt beziet Hans Hylkema een Amsterdamse Koninginnedag door de ogen van een jonge Afrikaanse asielzoeker, die leert dat in dit land het gezag soms partij kiest voor de zwakste. Minder geslaagd is Vreemde vrienden van Kay Mastenbroek, een in de trant van sommige Iraanse kinderfilms gegoten relaas van de speurtocht naar een gestolen beeldje van een Mexicaanse jongen.

Met de vertoningen van drie oudere films met het nieuwe Amerikaanse jeugdidool Leonardo DiCaprio (Romeo in Baz Luhrmanns recente verfilming van William Shakespeare's Romeo & Juliet) tracht Cinekid ook kinderen van boven de twaalf te lokken. Sommige van de festivalfilms zullen iets later in de bioscoop uitgebracht worden, zoals de voortreffelijke Zweedse road movie Selma en Johanna van Ingela Magner.

Twee films gaan zelfs al in landelijk roulement tijdens het festival: de kolderieke Australische openingsfilm Napoleon van Mario Andreacchio, waarin een golden retriever in een luchtballonmandje terechtkomt en bizarre conversaties voert met vertegenwoordigers van de Australische wildfauna (Vlaams nagesynchroniseerd) en de Deens-Zweeds-Noorse coproductie Oog van de adelaar (›rnens ⊘je) van Peter Flinth.

De laatste is een grootscheepse middeleeuwse productie in de trant van Paul Verhoevens legendarische tv-serie Floris: niets minder dan spannende avonturen in de dertiende eeuw van een inventieve koningszoon, goede en slechte ridders en een reddende arend, maar ook niets meer dan dat.