Een wel zeer mysterieuze moordaanslag in Amman

Wat aanvankelijk niet meer dan een vechtpartij op straat in Amman leek, was een mislukte aanslag op een Hamas-leider met vergaande gevolgen. Over de precieze toedracht van de zaak doen in Jordanië talrijke theorieën de ronde.

AMMAN, 8 OKT. Op de ochtend van 25 augustus stapte Hamas-leider Khaled Meshal (41) met drie van zijn zeven kinderen in een auto. Hij wilde iets ophalen op zijn kantoor in de Jordaanse hoofdstad Amman en dan met de kinderen naar de kapper. Zijn chauffeur reed hen naar het nieuwe zakendistrict Tlaa Ali.

Dat, en het feit dat Meshal even later bijna vermoord werd met een shot gif in zijn oor, is het enige wat de Jordaniërs zeker weten over een van de spectaculairste missers van de Israelische veiligheidsdienst Mossad in tijden. Over wat volgde, blijven zij speculeren. In Jordanië noch Israel zijn de autoriteiten loslippig over de de affaire. Waarom was Meshal het doelwit, die volgens ingewijden niets met de steeds eigenzinniger militaire tak van Hamas, Ezzedin al-Qassam, te maken heeft? En wat was de inzet van de onderhandelingen tussen koning Hussein en de Israelische minister Ariel Sharon, die leidden tot de uitlevering, maandag, van de twee (of vijf, of acht?) Mossad-agenten aan Israel? Het enige dat men hier kan doen is getuigenverslagen en uitgelekte informatie aan elkaar breien en er een politieke draai aan geven.

De vrouw van Meshal, die de auto nakeek, zegt dat zij haar man snel over de mobiele telefoon vertelde dat hij niet alleen - zoals elke dag - door de Jordaanse geheime dienst werd gevolgd, maar ook door een groene gehuurde Hyundai met kenteken 5374. De chauffeur had het al door. Maar de Hyundai haalde hem in en spurtte weg. Twee mannen op de achterbank keken om. Eenmaal bij Meshals kantoor aangekomen (het handelskantoor van een vriend, waar volgens Hamas-kenners “vooral wordt koffie gedronken”, want Hamas is illegaal in Jordanië), stond de Hyundai daar geparkeerd. Een blonde en een donkere man, in pak, stonden de etalages onder het kantorencomplex te bekijken. Een derde lummelde bij de auto rond. Toen Meshal de hal inliep, sprong de blonde op hem af en hield zijn hand tegen Meshals oor. Een verkoopster zag dat hij iets loodkleurigs in zijn handpalm had vastgebonden, alsof de man bang was dat hij het zou verliezen. Dat 'iets' produceerde een plop-geluid en, zo zei Meshal later, “er ging een sensatie door mijn lijf alsof ik een elektrische schok kreeg”.

De chauffeur sloeg de blonde man tegen de grond. Meshals lijfwacht, die net kwam aangereden, rende erop af. Maar in de verwarring die ontstond vluchtten de twee mannen in de Hyundai die de derde had gestart. De Jordaanse veiligheidsagent stond erbij en keek ernaar.

De lijfwacht ontfermde zich over Meshal, die snel opstond en met zijn kroost terugging naar huis. De chauffeur hield intussen een taxi aan en volgde de Hyundai. Na twee rotondes zag hij de twee mannen uitstappen en om zich heenkijken, wachtend op de volgende vluchtauto die niet kwam. De Hyundai spurtte weg. De blonde had niets meer in zijn hand. De chauffeur greep de donkere man bij zijn hemd en liet hem niet meer los. De blonde sloeg hem met een scherp voorwerp op het hoofd. De wond moest later met 18 hechtingen worden dichtgenaaid. Maar de chauffeur slaagde er met een toegerende passant toch in om de twee een taxi in te sleuren en naar het politiebureau te brengen. De passant was bizar genoeg de zoon van Naem al-Khatib, de leider van het Palestijns Bevrijdingsleger in Jordanië.

De politie identificeerde de mannen als Canadezen. Een Canadese diplomaat, die snel arriveerde, bood aan hun families in te lichten. Dat sloegen de mannen af. Op hetzelfde moment belde het hoofd van de Israelische inlichtingendienst Mossad in Amman, 'M.K.', zijn Jordaanse collega Battikhi en zei: “Die twee zijn van ons. We zullen dit met de koning afhandelen.” Hij zou ook hebben gezegd: “Sorry, ik was tegen deze actie.”

Volgens een lid van het koninklijk huis “belde de Israelische premier Netanyahu de koning onmiddellijk op.” Over het gesprek is niets bekend. Wel liet koning de getuigenis van de twee mannen filmen. De banden gaf hij later aan kroonprins Hassan mee, die naar Washington reisde om Amerikaanse hulp te zoeken toen de crisis uit de hand dreigde te lopen. Op grond van die banden, waaruit bleek dat de paspoorten vals waren, trok de Canadese regering haar ambassadeur in Israel terug.

Een paar uur later na de aanval werd Meshal misselijk. In het ziekenhuis raakte hij 's middags bewusteloos. De doktoren konden niets vinden en gaven hem op. De koning vreesde een mysterieus gif en belde Netanyahu. Die wilde de naam van het gif niet geven; dat was 'staatsgeheim'. Hussein belde de Amerikaanse president Clinton. Als Netanyahu geen tegengif zou sturen, dreigde hij - de enige Arabische leider met enigszins warme betrekkingen met Israel - de Mossad-mannen te laten veroordelen en ophangen en de betrekkingen met Israel te verbreken. Clinton kreeg uiteindelijk de naam van het gif los.

Volgens sommigen kwam Mossad-chef Danni Yatom, een persoonlijke vriend van de koning, naar Amman met het tegengif. De naam van het gif is niet openbaar gemaakt. Het spuitapparaat is volgens de Jordaanse autoriteiten 'spoorloos' - evenals de Hyundai, hoewel die bij het bedrijf is gehuurd waarvan de Israelische ambassade haar auto's betrekt. Men fluistert hier dat het een traag gif was, dat pas toeslaat als de slaap intreedt en geen sporen in het bloed achterlaat. Het slachtoffer wordt nooit meer wakker. Als dat klopt, moet Meshal een overdosis hebben gekregen - waarom, vraagt men zich af, begon hij anders al na twee uur over te geven?

Meshal werd snel beter. Hij en zijn collega's begonnen met de pers te praten. Zonder fiat van de koning hadden ze dat niet kunnen doen. Hussein, die net als Netanyahu zweeg over het incident - hij zei enkel dat er een “misverstand” was geweest tussen Meshal en twee Canadese “toeristen” - wilde kennelijk de druk op Israel opvoeren. De onderhandelingen over de vrijlating van de gearresteerde Mossad-agenten waren al in volle gang. Op 28 september vlogen de ministers Sharon en Mordechai (van Defensie) naar Jordanië. Netanyahu, zegt men, ging ook mee , maar de koning weigerde hem te ontvangen. Netanyahu zou wel prins Hassan gesproken hebben, die hem te verstaan gaf dat de eerste stap naar een oplossing de vrijlating van de 61-jarige sjeik Yassin moest zijn, oprichter en geestelijk vader van Hamas, die sinds 1989 in een Israelische gevangenis zat.

Zo niet, zei de prins, dan zou Jordanië geen controle meer kunnen uitoefenen op Hamas-leiders als Meshal en Moussa Abu Marzouk in Amman, en zou Israel en Jordanië een tijd van politieke instabiliteit en Hamas-terreur te wachten staan. De prins, die bezorgd is over het feit dat de Moslimbroeders in zijn land de verkiezingen op 4 november willen boycotten, noemde de mislukte aanslag een “ongelooflijk stomme actie”. Op 1 oktober werd Yassin vrijgelaten en per koninklijke helikopter naar Jordanië gevlogen. De koning zei dat Yassin na een oogoperatie naar zijn geboorteplaats Gaza zou terugkeren.

In Israel begon men Netanyahu te beschuldigen van eigenmachtig handelen. Het gerucht ging dat Mossad-chef Yatom de premier had afgeraden Meshal te vermoorden. Meshal zou bovenaan een 'dodenlijst' staan die Netanyahu had opgesteld na de bomaanslag in Jeruzalem op 31 juli. De Mossad zou te verstaan hebben gekregen dat de premier voor de joodse feestdagen van eind september resultaat wilde zien. In Jordanië begon men weer te speculeren over de mislukte aanslag van twee weken eerder op twee lijfwachten van de Israelische ambassade. Israel houdt vol dat dit het werk van Hamas is geweest, maar veel Jordaniërs geloven dat de lijfwachten elkaar in de dij hebben geschoten. “De Mossad had een aanleiding nodig”, zegt een journalist, “voor de aanslag op Meshal.”

Premier Netanyahu weigerde het afgelopen weekeinde sjeik Yassin naar Gaza te laten gaan; dat was volgens hem geen onderdeel van de deal. Volgens ingewijden wilde de koning echter meer concessies - meer Palestijnse en Jordaanse gevangenen op vrije voeten, toezeggingen op het gebied van water en een soepeler toelatingsbeleid voor Jordaanse produkten op de Westelijke Jordaanoever. Begin deze week vloog minister Sharon (die ook water in zijn portefeuille heeft) weer naar Amman. Een Jordaniër beweert dat Sharon blufte “de koning te laten vermoorden” als hij de Mossad-mannen niet meekreeg. In elk geval mocht Yassin naar Gaza en beloofde Israel meer gevangenen vrij te laten. Sharon kreeg de agenten mee; zij vlogen maandag achter de helikopter van sjeik Yassin aan naar Israel. Daar wordt nu verder geruzied en gespeculeerd over de affaire.