De pijnlijke gevolgen van het asielbeleid

Het asielbeleid is complex en vaak pijnlijk. De politieke partijen formuleren hun wensen, maar bij de uitvoering van het beleid schrikt men vaak van de consequenties.

DEN HAAG, 8 OKT. Wat hebben de Raad van Kerken en de interkerkelijke stichting Inlia bereikt met hun actie om in de bossen van Drenthe een tentenkamp voor uitgeprocedeerde asielzoekers in te richten? Natuurlijk, ze hebben aandacht gekregen. Maar onbedoeld hebben de kerken ook staatssecretaris Schmitz (Justitie) een steuntje in de rug gegeven. Vóór de zomer immers pleitte de bewindsvrouw ervoor uitgeprocedeerde asielzoekers die niet terug kunnen naar hun land van herkomst, een verblijfsvergunning te geven. Het leidde tot gemor van coalitiepartner VVD en oppositiepartij CDA.

Nu, ná de zomer, zijn alle partijen het erover eens dat mensen die niet terug kunnen naar hun land van herkomst, hier mogen blijven. Statenloze Palestijnen bijvoorbeeld, moeten van het Tweede-Kamerlid Rijpstra (VVD) “na zo'n acht jaar in Nederland te hebben gewacht” een verblijfsvergunning krijgen. De discussie over de vorm van de vergunning - de PvdA wil een nieuwe, VVD en CDA willen de bestaande gebruiken - is slechts van technische aard.

Toch verschillen Schmitz (voormalig secretaris van Pax Christi) en de kerken ook van mening. De kerken vinden dat geen enkele uitgeprocedeerde asielzoeker op straat mag worden gezet - of hij nu wel of niet meewerkt aan zijn uitzetting.

Schmitz meent daarentegen dat de opvang van iemand die zijn eigen uitzetting frustreert, uiteindelijk ophoudt. Daarbij wordt ze niet alleen gesteund door de coalitiepartijen PvdA, VVD en D66, maar ook door het CDA. Zo keren de christen-democraten zich tegen een deel van de eigen achterban en ontstond de afgelopen weken een situatie, waarin GroenLinks de grootste pleitbezorger van de kerken werd.

Schmitz heeft bij tijd en wijle zichtbaar moeite met de hardheid van haar beleid. Al eerder liet ze weten in een volgende kabinetsperiode het asielbeleid, bijgenaamd de 'hoofdpijnportefeuille', graag aan iemand anders over te laten. Het asielbeleid bracht de afgelopen jaren ook alleen maar problemen. De opvang: in 1993 sliepen asielzoekers in tenten in maisvelden. De beoordeling: in 1995 ontstond chaos bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De uitzetting: in 1997 richten de kerken een tentenkamp in Lheebroek op.

“De actie van de Raad van Kerken heeft duidelijk gemaakt dat het terugkeerbeleid faalt”, stelde Tweede-Kamerlid Verhagen (CDA) gisteren in een debat met de staatssecretaris vast. “Het sluitstuk van ons asielbeleid is immers dat de afgewezen asielzoeker daadwerkelijk terugkeert naar zijn land van herkomst”. En dus niet in Nederland op straat wordt gezet.

Maar het beleid dat Verhagen voorstaat, heeft wel consequenties. Marechaussees bijvoorbeeld, die vader en moeder uit hun huis halen en de kinderen uit de klas. Gezinnen die in twee uur hun spullen bij elkaar moeten zoeken en in een blauw busje met de deur op slot naar Schiphol worden gebracht. Mensen die wanhopig krijsen in hun vliegtuigstoel. Geen enkele politieke partij lijkt op dit moment bereid zulke consequenties te dragen, ook het CDA niet.

En dan leidt het terugkeerbeleid ook elders nog tot problemen. Zo puilen de asielzoekerscentra uit met mensen die er niet thuis horen. Op dit moment telt Nederland 33.000 plaatsen voor asielzoekers, die bedoeld zijn voor hen wier asielaanvraag nog in behandeling is. Maar in de centra wonen ruim vijfduizend mensen met een verblijfsvergunning. Deze zogenoemde 'statushouders' wachten op een huis in een gemeente, ergens in Nederland. Van de overgebleven 28.000 plaatsen schatten ingewijden dat ongeveer de helft wordt bezet door uitgeprocedeerde asielzoekers. Zij mogen niet blijven, maar de overheid zet hen ook niet uit.

Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) liet eergisteren weten dat de gemeenten in de eerste helft van het volgende jaar 12.400 statushouders moeten huisvesten. “Om dit tijdig te kunnen realiseren, is een forse inspanning van alle gemeenten in Nederland nodig. Ik doe dan ook een dringend beroep op uw actieve medewerking hierbij”, zei de minister.

De bewoners van het tentenkamp in Lheebroek blijven voorlopig in hun tenten. Staatssecretaris Schmitz zegde de Raad van Kerken en de interkerkelijke stichting Inlia gisteren toe de dossiers nogmaals te bekijken, maar ze wilde geen opvang bieden. Ze blijft van mening dat de mensen in Lheebroek weigeren mee te werken aan hun uitzetting.