Daling 1-maands interbancaire rente gaat sinds augustus door

AMSTERDAM, 8 OKT. Vergeleken met de overige Nederlandse geldmarkttarieven vertoont het 1-maandstarief sinds half augustus jongstleden een opvallend verloop. De 1-maands interbancaire rente is vanaf de tweede helft van augustus per saldo met 11 basispunten (honderdste procentpunten) gedaald naar 3,28 procent nu, terwijl de overige geldmarkttarieven sindsdien hun stijgende pad hebben vervolgd.

Hoe kan dit uiteenlopende patroon worden verklaard? Mogelijk zijn de markten, mede op grond van het nog altijd beperkte herstel van de Duitse economie, de kans op een spoedige substantiële verhoging van het Duitse repotarief geringer gaan inschatten. In dat geval zal ook de kans op een spoedige verhoging van het vergelijkbare Nederlandse speciale beleningstarief kleiner worden geacht.

Er is echter ook een andere verklaring mogelijk. In de nog korte historie van het nieuwe geldmarktinstumentarium (sinds eind mei) is gebleken dat banken aan het begin van een kasreserveperiode een besparing willen opbouwen, dit wil zeggen meer aan willen houden op de kasreserverekening dan gemiddeld noodzakelijk is. Hiertoe probeerden zij middelen te lenen op de geldmarkt (dus bij elkaar). Dit leidde dan tot een stijging van de 1-maands rente.

Maar omdat De Nederlandsche Bank sinds kort aan het begin van de kasreserveperiode wat ruimere speciale beleningen ter beschikking stelt, kunnen banken nu een besparing opbouwen zonder de 1-maands rente op te drijven. Aan het einde van de kasreserveperiode roomt DNB het overschot dan weer grotendeels af.

Dit besparingpatroon zien we ook terug in de Weekstaat, de verkorte balans van DNB. De eerste dagen van de verslagweek hielden banken tussen de 5,3 en 5,7 miljard per dag aan op de kasreserverekeningen, aanzienlijk meer dan de minimaal aan te houden gemiddelde kasreserve van 5.043 miljoen gulden. Ook het grotere beroep op de vaste voorschotfaciliteit van De Nederlandsche Bank en de vermindering van de bij banken uitstaande Nederlandsche Bank Certificaten (NBCs) verschaften het bankwezen een wat ruimer jasje.

Andere mutaties leidden per saldo evenwel tot een geldmarktverkrappend beeld. Zo nam het aantal bankbiljetten in omloop met 129 miljoen gulden toe en verlaagde De Nederlandsche Bank de omvang van de speciale belening met 601 miljoen gulden. Mede door deze mutaties hielden de banken als collectief afgelopen maandag 415 miljoen gulden minder aan op de kasreserverekening dan de week ervoor.

Bron: ING Economisch Bureau