Blazers Ensemble en Future Shock komen niet tot een synthese

Concert: Nederlands Blazers Ensemble en Future Shock. Werken van Maarten Altena, Gerard Brophy, Paul Termos, Van Norden en Jan Kuiper. Gehoord 7/10 de Doelen Rotterdam. Herhaling 9/10 Paradiso Amsterdam. Opname door de VPRO voor latere uitzending op Radio 4.

Componeren is een moeilijk vak. Blijkens het concert van het Nederlands Blazers Ensemble met de jazzrock-formatie Future Shock, dinsdag in de Doelen, geldt dit vooral voor componisten die zijn voortgekomen uit de improviserende praktijk. Het concert is te beschouwen als een bekroning van de serie 'Grensverleggers' uit het voorgaande seizoen, met eveneens steeds twee contrasterende ensembles op het podium in een combinatie van gecomponeerde en geïmproviseerde muziek. Tot een synthese kwam het ditmaal nauwelijks.

Maarten Altena schrijft in Mouthpiece alles uit, hetzelfde geldt voor Paul Termos' Nonet, de Australiër Gerard Brophy biedt in New Blood slechts ruimte voor improvisatie in een miniem slagwerksolootje en Jan Kuiper die beide ensembles combineert in Turiya/Let's kick some ass met Afrikaanse muziek als uitgangspunt, laat de mogelijkheid tot improviseren in het middendeel geheel open.

Componeren blijkt een moeilijk vak. Altena stelt zijn uitgangspunt (één stijgende beweging) glashelder, maar allengs wordt het stijgen schokken en het neuzelend gonzen van de blazers snerpen, zonder dat dit ergens heen voert. Ook Termos' Nonent blijft een statisch stuk, in scherp gesneden fragmenten als een soort Anhang bij Stravinsky's Petrouchka, maar hier zijn wel de aardigste momenten voor het slot bewaard.

Grosso modo van Van Norden bevat meer afwisseling: een impressionistisch begin met een fraaie solo voor hoboïst Bart Schneemann, wat jazzy elementen en neoklassiek, veel te lang durend geneuzel - weinig vormbewust. Helaas, ook Brophy's stuk verzandt in een nauwelijks uitgewerkt idee.

Een cd-speler biedt new age-muziek in bourdonwolken en tegen deze glazige kitsch poneert hij precies andersom heel strikte korte pulsjes in een popmuziekstijl, een vervreemdend effect dat even boeit, maar niet meer wanneer Brophy in herhaling vervalt. Kortom, aan ideeën was er geen gebrek, maar de discipline om daar ook iets verrassends mee te doen bleek te veel gevraagd.

Overigens werd er uitstekend gemusiceerd, ook in het funkjazz-repertoire dat Future Shock na de pauze bracht. Zo'n gitaarsolo van Jan Kuiper bijvoorbeeld klinkt opwindend, jammer dat het ensemblespel dan weer zo voorspelbaar uitvalt.

Ik had het me minder clichématig voorgesteld, meer tegendraads. Waarom niet zo nu en dan het betoog andersom gepresenteerd, het koper begeleidend en de gitaren eroverheen, ik noem maar iets.