Bewindslieden botsen over academici, MBO'ers en basisscholen; Wie is de baas op Onderwijs?

Staatssecretaris Netelenbos van Onderwijs viel vorige week tweemaal haar minister Ritzen af. “De staatssecretaris was aan het spookrijden. Ze werd net op tijd door Ritzen aangehouden.”

DEN HAAG, 8 OKT. Een staatssecretaris valt zijn minister niet in het openbaar af. Het is een ongeschreven wet die de bewindslieden uit het kabinet nimmer bruuskeren. Tot vorige week dinsdag. “Ramsjpolitiek” noemde staatssecretaris Netelenbos het plan van haar minister om academici na een spoedcursus van drie maanden in te zetten als onderwijzer-in-opleiding op de basisschool. En nog geen dag later hekelde zij Ritzens voornemen de hogeschoolopleiding voor afgestudeerde MBO'ers te verkorten. Ambtenaren, onderwijspolitici en bondsbestuurders verkeerden een week lang in verwarring. Wie is nu eigenlijk de baas op Onderwijs? Minister Ritzen (PvdA) of zijn staatssecretaris en partijgenoot Netelenbos?

Het antwoord moest gisteren komen, van de minister en zijn staatssecretaris. Beiden waren op aandringen van Kamerlid M. Rabbae (GroenLinks) over de kwestie naar de Kamer geroepen. Ritzen beweerde dat er van onenigheid nooit sprake was geweest - “dat is een spookbeeld”. Hij zei dat hij nooit bedoeld had dat academici na drie maanden al zelfstandig voor de klas staan. “Ze studeren nog 21 maanden door naast de praktijkervaring die ze opdoen.” Netelenbos, op haar beurt, erkende dat Ritzen over het inkorten van hogeschoolprogramma's gaat en wuifde ook haar verwijt van ramsjpolitiek weg. Ze had hiermee willen zeggen dat het tekort aan leraren niet opgevangen moet worden met “paniekmaatregelen” zonder Ritzen daarvan te beschuldigen.

Twee mensen die ruzie hadden, zeggen dat ze geen ruzie hadden: dat was de werkelijkheid volgens Kamerlid Rabbae. Hij dacht er het zijne van: beide bewindslieden zijn na de confrontatie “in een kamertje tot elkaar gekomen”. Netelenbos met basisonderwijs in haar portefeuille heeft zich geschikt naar de minister die gaat over academici, hogescholen, lerarenopleidingen en MBO. “De staatssecretaris was aan het spookrijden. En Ritzen, de politieman, heeft haar net op tijd aangehouden.”

Strikt formeel heeft Netelenbos haar hand overspeeld. Het staatsrecht geeft de staatssecretaris geen politieke ruimte. Een staatssecretaris is ondergeschikt aan de minister, ontbeert constitutionele zelfstandigheid. Een staatssecretariaat is een beklagenswaardig ambt omdat je bent overgeleverd aan de grillen van een minister, zei bestuurskundige R. in 't Veld al, zelf een blauwe maandag PvdA-staatssecretaris onder Ritzen. Maar verklaarbaar was de oprisping van Netelenbos wel. De staatssecretaris heeft er immers nooit een geheim van gemaakt dat ze in een volgend kabinet graag zelf minister van Onderwijs wil worden.

Het was niet de eerste keer dat Netelenbos en Ritzen botsten. Zo wond Netelenbos zich al eerder in besloten kring op over een plan van Ritzen leerlingen op basisscholen in de grensstreek Duits te laten leren. Dat strookt niet met het overvolle lesprogramma op de basisschool, was haar afgemeten reactie. Netelenbos kreeg gedeeltelijk haar zin. Tot een verplichting kwam het nooit. Sinds mei 1995 geven alleen basisscholen die dat zelf willen in Kerkrade en Enschede op experimentele basis Duits.

De minister en zijn staatssecretaris verschillen niet alleen inhoudelijk. Ze hebben elk hun eigen benadering. Ritzen ziet het onderwijs vooral als een financieel-economisch vraagstuk, Netelenbos wil met het onderwijs iedereen uitdagen de top te bereiken. Ook bedienen ze zich ieder van hun eigen werkwijze. Allebei zijn ze bewindslieden met een uitgesproken mening, die liever hun eigen opvattingen poneren dan dat ze samen op zoek gaan naar oplossingen. Waar Ritzen zijn beleid nauwelijks baseert op werkbezoeken, laat Netelenbos zich graag voorstaan op de dagelijkse schoolpraktijk die haar beleidslijn zou bepalen. En waar Ritzen zich wel eens een spontaan een idee laat ontvallen, heeft Netelenbos als een behendig onderwijspolitica haar plannen zorgvuldig voorgekookt in overlegrondes.

Partijgenoten zoals onderwijskundige Nijs Lagerweij zeggen dat de verschillen tussen Ritzen en Netelenbos teruggaan op een “identiteitscrisis” in sociaal-democratische gelederen over onderwijs. In feite valt volgens hem beide bewindslieden niets te verwijten: ze kunnen zo van mening verschillen doordat een gemeenschappelijk visie op onderwijs ontbreekt. Vooraanstaand partijlid Bart Tromp ziet dat anders, zo schreef hij in zijn column in Het Parool. “De staatssecretaresse is zeer behendig als onderwijspoliticus, maar een absolute nitwit als het om onderwijs gaat. Dit is op zichzelf niet bijzonder. De tragiek van het Nederlandse onderwijs is dat het al twintig jaar wordt bestierd door politici en beleidskundigen (van PvdA-huize red.) die niet eens beseffen dat zij van onderwijs geen benul hebben.”

Intussen vragen ambtenaren, onderwijspolitici en bondsbestuurders zich af hoe de staatssecretaris haar laatste jaar zal doorkomen. De eerste drie jaar verliepen voorspoedig. Dit parlementaire jaar lijkt het voor haar zwaarder te worden. Twee wetsvoorstellen - over de samenwerkingsschool en de verplichte schoolgids - heeft ze nog voor de Kamerbehandeling afgezwakt of aangepast.

En gisteren moest ze ten overstaan van de Tweede Kamer inbinden. Mede in dat licht zou het voor Netelenbos in de ogen van ambtenaren en politieke vrienden een lastige klus kunnen worden om haar invloed in Kamer en op departement te handhaven en tegelijkertijd haar ministeriële ambities te verwezenlijken.