Voorstel opvang van asielzoekers naar de Kamer

DEN HAAG, 7 OKT. Staatssecretaris Schmitz (Justitie) zal de Tweede Kamer vanmiddag een aantal voorstellen doen over het terugkeerbeleid voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Dat bleek vanmorgen na afloop van een gesprek tussen Schmitz en een delegatie van de Raad van Kerken.

Schmitz heeft de Raad van Kerken vanmorgen toegezegd dat er een vervolggesprek komt over het terugkeerbeleid. Secretaris I. Bakker van de raad sprak na afloop van een “open en constructief” gesprek. “Ik merk bij de staatssecretaris een zekere bereidheid om aan een oplossing te werken”, aldus Bakker.

Het tentenkamp voor uitgeprocedeerde asielzoekers van de Stichting Inlia nabij Dwingeloo blijft voorlopig gehandhaafd, maar Bakker tekende wel aan dat het “als tijdelijk is opgezet en op enig moment gesloten zal worden”. Op de korte termijn zullen de inwoners van het kamp volgens haar niet naar een bungalowpark in de buurt worden overgebracht. Een aantal kerken in het noorden van het land heeft volgens Bakker aangeboden de asielzoekers onderdak te verlenen.

Intussen heeft voorzitter J. Scholten van Vluchtelingenwerk ervoor gepleit uitgeprocedeerde asielzoekers toch onderdak te bieden. Volharden zij in hun weigering mee te werken aan hun uitzetting, dan kan hun zakgeld worden gekort of moeten ze zich twee keer per dag bij de vreemdelingenpolitie melden, aldus Scholten.

In een brief aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft staatssecretaris Schmitz gisteren gemeenten dringend gevraagd meer ruimte voor de opvang van asielzoekers beschikbaar te stellen. Het centraal orgaan opvang asielzoekers (COA), verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers, kampt op dit moment met een tekort aan plaatsen, onder meer door de onverwacht snelle stijging van het aantal asielzoekers uit Irak en Afghanistan.

Een andere oorzaak is dat een deel van de uitgeprocedeerde asielzoekers moeilijk is uit te zetten omdat hun land van herkomst hen niet terugwil, aldus een woordvoerder van de COA. Daardoor blijven zij in de centra wonen.

Pagina 2: Dijkstal bezorgd over huisvesting

Ook verhuizen vluchtelingen mét verblijfsvergunning te weinig naar een woning in een gemeente. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van deze zogenoemde statushouders. Volgens de COA verblijven op dit moment ruim vijfduizend mensen met een status in de overvolle centra.

Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) heeft daarom de gemeenten gisteren opgeroepen meer vluchtelingen met een verblijfsvergunning te huisvesten. De bewindsman sprak op een bijeenkomst in Arnhem zijn “bezorgdheid” uit over de achterstand van 2.300 plaatsen voor asielzoekers met een status. Dijkstal wees erop dat in de afgelopen twee jaar bijna 32.000 van de 34.000 mensen met een status zijn gehuisvest. Maar, zo zei hij, dit hoge percentage (93 procent) komt grotendeels voor rekening van “slechts eenderde van alle gemeenten”.

De toestroom van vooral Irakezen en Afghanen baart het kabinet zorgen. Gemiddeld 25 procent van het totaal aantal asielzoekers dat tussen maart en september naar Nederland kwam, kwam uit een van beide landen. In augustus dienden 1.256 Irakezen een asielaanvraag in; 41 procent van het totaal aantal aanvragen. Twee weken geleden lieten de staatssecretarissen Schmitz en Patijn (Buitenlandse Zaken) doorschemeren dat sommigen zich voordoen als Irakezen. Nederland stuurt asielzoekers namelijk niet terug naar Irak.

Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) riep gisteren op een bijeenkomst in Luxemburg zijn Europese collega's op de nationaliteit van Iraakse asielzoekers extra goed te onderzoeken. Hij kreeg daarbij steun van Duitsland, dat ook te maken heeft met een onverwachte toeloop van vluchtelingen die zeggen uit Irak te komen.

Inmiddels maakt Justitie gebruik van deskundigen van de Zweedse immigratiedienst om een zogenoemde taalanalyse uit te voeren. Deze deskundigen controleren aan de hand van een gesprek op band of een asielzoeker daadwerkelijk uit Irak afkomstig is.