Vezels Akzo naar Turks concern

ROTTERDAM, 7 OKT. Het chemie- en farmacieconcern Akzo Nobel brengt zijn te weinig winst opleverende industriële vezels onder in een combinatie met het Turkse conglomeraat Sabanci Holding.

Akzo Nobels industriële vezels zijn goed voor 1,6 miljard gulden omzet met 4500 werknemers. Het concern zocht al lange tijd naar mogelijkheden om de resultaten van de sector, die kampt met een wereldwijde overcapaciteit en een sterke druk op de verkoopprijzen, te verbeteren.

Sabanci neemt in de joint venture een belang van 50 procent en zal daarvoor in contanten betalen. Beide partijen hebben een intentieverklaring ondertekend. Volgend voorjaar volgt een definitief akkoord. Over de overnamesom moet nog verder worden onderhandeld. Parallel aan die onderhandelingen loopt een boekenonderzoek.

Als de zaken succesvol lopen is Sabanci volgens Akzo Nobel op termijn bereid om een meerderheid in de combinatie te nemen en mogelijk op den duur zelfs geheel eigenaar te worden.

De stap heeft geen negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid, zei algemeen directeur F. Blaisse van Industrial Fibers gisteren. In Nederland werken bij dit bedrijfsonderdeel 860 mensen, van wie 700 in Emmen en 160 in Steenbergen. Ook 135 man stafpersoneel in Arnhem verhuist naar de nieuwe combinatie.

“De huidige activiteiten worden voortgezet en verder ontwikkeld”, aldus Blaisse. “Wel gaat Akzo gewoon door met zijn lopende kostenbesparingen, die bijvoorbeeld in Emmen nog zo'n zeventig banen kosten.”

Akzo is al enige tijd naarstig op zoek naar oplossingen voor zijn probleemkinderen in de vezelsector, en dan met name de industriële en textiele vezels. “We hebben voor industriële vezels met heel veel kandidaten gesproken”, zegt Blaisse. “Deze combinatie leverde de minste problemen, bijvoorbeeld in de zin van kartelrecht en doublures. En we doen de hele business unit in één hap over.”

Industriële vezel is goed voor de 45 procent van de totale vezelomzet van Akzo Nobel van 3,4 miljard gulden. In zowel textiele als industriële vezels heeft de onderneming de afgelopen jaren herhaaldelijk gesaneerd. Zo zijn onder meer activiteiten vanuit Nederland overgeheveld naar Polen. Jaar op jaar scoren deze sectoren een te laag rendement op het geïnvesteerd vermogen. Afgelopen jaar was dat bij vezels slechts 3,2 procent tegen 15,2 procent voor het hele concern. Voor vezel geldt als norm 7 à 10 procent.

De transactie met Sabanci heeft betrekking op industriële polyester-, polyamide- en rayongarens en -weefsels in Duitsland, Nederland, de Verenigde Staten en Brazilië. De industriële garens en weefsels vinden hun toepassing in onder meer autobanden, autogordels en airbags.

Voor de bulkonderdelen van textiele vezels sluit Blaisse verdere allianties evenmin uit. “Die draaien eveneens met onvoldoende rendement.” Akzo Nobel wil zich richten op activiteiten met een hoge groei en een hoge bijdrage aan het resulataat. Membranen, non-wovens en aramide zijn voor Akzo te interessante onderdelen om van de hand te doen.

De Sabanci groep is een van de twee grootste industriële en financiële conglomeraten in Turkije met meer dan 27.000 werknemers. De groep, weliswaar beursgenoteerd maar overwegend in familiehanden, behaalde vorig jaar een omzet van 7,8 miljard dollar en een resultaat vóór belastingen van 1,5 miljard dollar. Sabanci is actief op velerlei gebied, variërend van verzekeringen, textiel en synthetische vezels tot autobanden, tabakswaren en auto-import. In Londen heeft de groep een bank.

Sabanci is vooral uit op het bereiken van groei buiten Turkije. Volgens een woordvoerder van Akzo Nobel vormt de vezelfabricage voor Sabanci een kernactiviteit terwijl het Turkse concern daarnaast een groot aantal activiteiten ontplooit die nauw aan vezels zijn gerelateerd.

Akzo Nobel is er daarom van overtuigd dat de toekomst van industriële vezels met Sabanci beter verzekerd is dan wanneer deze sector binnen het Nederlandse-Zweedse concern zou blijven. Het is duidelijk dat Akzo Nobel op korte termijn verder had willen saneren. Het concern zei deze zomer op zoek te zijn naar “aanvullende herstructureringsmaatregelen”.