Uitslag definitief ongeldig; Servië moet opnieuw naar de stembus

BELGRADO, 7 OKT. De Servische presidentsverkiezingen zijn gisteren definitief ongeldig verklaard omdat de opkomst zondag lager was dan 50 procent. Binnen twee maanden moeten nieuwe verkiezingen worden gehouden. Tot die tijd blijft Dragan TomiEÉc, de voorzitter van het Servische parlement, interim-president.

Alle partijen gaven gisteren toe dat Vojislav Šešelj, de leider van de ultranationalistische Servische Radicale Partij (SRS), meer stemmen heeft gekregen dan Zoran LiliEÉc, de kandidaat van de regerende Socialistische Partij (SPS). Volgens een woordvoerder van de Servische verkiezingscommissie leidde Šešelj na telling van 85 procent van de stemmen met 50 tegen 47 procent.

Šešelj zelf leek zich gisteren impliciet neer te leggen bij nieuwe presidentsverkiezingen. “Nergens ter wereld is een opkomst van 50 procent nodig in een tweede verkiezingsronde”, zei hij in een vraaggesprek voor het radiostation Index. Partijgenoten hadden eerder op de dag nog dreigende taal geuit richting socialisten. Aleksandar VuciEÉc, een jonge Radicale politicus, beweerde 's ochtends nog dat de opkomst bijna 51 procent was geweest. “Als er met dat resultaat wordt gerommeld, gaan wij de straat op. En niet alleen met fluitjes”, verklaarde VuciEÉc.

De Amerikaanse afgezant in voormalig Joegoslavië Robert Gelbart waarschuwde Servië gisteren voor de gevolgen als Šešelj president wordt. De slechte relatie met de Verenigde Staten zou dan nog aanmerkelijk verslechteren. “Ik denk dat hij een fascist is”, aldus Gelbart. Šešelj's bewind zou voor Servië “polarisatie, achterlijkheid, duisternis” betekenen.

Šešelj heeft in de campagne succes geboekt met een boodschap van “werk, orde en discipline”. Zijn programma behelst een combinatie van kapitalisme en extreem nationalisme, waarbij hij de confrontatie zoekt met het Westen en Kroatië. De afgelopen weken richtte Šešelj zijn aandacht op lokale radio- en televisiestations op het platteland. Harde kritiek reserveerde hij voor de democratische oppositie, confrontaties met de socialisten vermeed hij. Zo bood hij de socialistische kandidaat Zoran LiliEÉc vorige week tijdens een televisiedebat een baan als minister aan in zijn toekomstige kabinet. Zoran DjindjiEÉc, de vorige week afgezette burgemeester van Belgrado, voorspelde gisteren dat Šešelj de macht zal overnemen van MiloševiEÉc. “De mensen zien Šešelj als de 'potente' MiloševiEÉc van tien jaar geleden, toen hij nog een Groot-Servië nastreefde”, aldus DjindjiEÉc.

Ook in Montenegro, de kleine staat waarmee Servië samen de Joegoslavische Federatie vormt, is dit weekeinde geen beslissing gevallen. Daar stond de presidentsverkiezingen in het teken van een nek-aan-nekrace tussen Momir BulatoviEÉc, een bondgenoot van MiloševiEÉc, en Milo DjukanoviEÉc, die nauwere samenwerking met het Westen nastreeft. Met bijna alle stemmen geteld leidde BulatoviEÉc met 2.000 stemmen meer. Door de deelname van enkele minder belangrijke kandidaten behaalde geen van beide kandidaten echter 50 procent van de stemmen, waardoor over twee weken een tweede ronde gehouden zal worden.

De uitslag betekent hoe dan ook een nederlaag voor de socialisten van MiloševiEÉc, die alle verkiezingen in Servië en Joegoslavië sinds 1990 met grote meerderheid wonnen. (AP, Reuter)