'Toots' is nar en musicus tegelijk

Dubbelconcert: De trio's van zangeres Betty Carter en mondharmonicaspeler/gitarist Jean 'Toots' Thielemans. Gehoord: 6/10 Concertgebouw, Amsterdam.

Meeklappen met de beat is bij grote jazzconcerten intussen gewoon maar meeneuriën en meefluiten zijn nog nieuw. Die laatste vormen van publieksparticipatie werden gisteren uitgelokt door Jean 'Toots' Thielemans die in het Concertgebouw een echte Januskop toonde.

Het ene gezicht is dat van een serieuze musicus die uit die kleine mondharmonica de fraaiste melodieën weet te toveren. Heel stemmig, soms bijna als Piazolla op bandoneon, klonk Thielemans bijvoorbeeld in 'Momentos', een compositie van de Braziliaanse pianiste Eliane Elias. Ook in 'Solar', in '54 door Miles Davis op de plaat gezet en later nog eens door pianist Bill Evans, liet zijn spel nauwelijks te wensen over.

Het andere Thielemans-gezicht is dat van de nar, met opvallend veel trekjes van wijlen Sjef van Oekel. Het zwaaien met de beentjes op de te hoge barkruk, de met veel handgebaren onderstreepte communicatie met de (blinde) pianist Bert van de Brink, het had veel van slapstick à la Wim Schippers. Gezien Toots' schrijnend valse tweede stem bij een stuk op gitaar, was het eigenlijk alleen maar winst dat hij het mondfluiten verder overliet aan de zaal, bijvoorbeeld in zijn lijflied 'Bluesette'. Het neuriën bewaarde Thielemans voor het laatst: de sentimentele meedeiner 'Hard to say goodbye'.

Ook zangeres Betty Carter had moeite met het nemen van afscheid, waardoor haar optreden, gepland tot op omstreeks half elf, pas drie kwartier later werd afgesloten. Een deel van het publiek was toen al weggesprint om nog op tijd een verbinding te halen en miste daardoor de fraaie toegift 'I'm Yours, You're Mine', de titelsong van haar laatste cd.

Zo gemengd als de verrichtingen van Thielemans waren, zo duidelijk was de boodschap van Carter: ik ben hier gekomen om u te verleiden maar reken niet op een vluggertje. De draperieën die de vocaliste draagt hebben niets verleidelijks, maar muzikaal lijkt haar optreden op een striptease. Het rekken van de tijd tot de melodie even blootkomt, de neiging om alles rond en vloeiend te maken en nooit iets staccato te doen. Behalve als de goede zaak erom vraagt zoals in de protestsamba 'Amazona' dat wordt doorsneden door het trefwoord 'stop'.

Dat de 'bitch' Betty Carter (67) er opnieuw in geslaagd is drie onbekende jonge musici, pianist Bruce Flowers, bassist Neal Gaine en drummer Eric Harland, samen te smeden tot een zeldzaam hecht trio is op dat moment al geen nieuws meer, dat is al eerder ruimschoots bewezen. Bijvoorbeeld in de compositie 'Love Notes' van een anonieme Canadees waarin al het goede was samengevallen: de vaardigheid van het trio om ook in een traag tempo en op het allerlaagste volume te blijven swingen, de akoestiek van het Concertgebouw en de leidende kracht van Betty Carter.

Haar uitstel van bevrediging heeft iets calvinistisch, aan het kneden van haar musici lijkt sadisme niet vreemd maar het eindresultaat heeft desondanks iets laconieks, net als in de titelsong boven genoemd: 'Gee Baby, it's nice to see you again.'