Sjeik Yassin glimlachend weer thuis in Gaza

Hamas-leider sjeik Ahmed Yassin is weer in de Gazastrook. Na een tumultueuze persconferentie in Amman, kreeg hij een heldenontvangst in een stadion in Gaza. Maar de Palestijnse leider Yasser Arafat was er niet bij.

TEL AVIV/AMMAN, 7 OKT. De vereerde oprichter en geestelijk leider van de Palestijnse moslim-fundamentalistische beweging Hamas, sjeik Ahmed Yassin (61), heeft gistermiddag na bijna negen jaar Israelische gevangenis en een kort verblijf in de Jordaanse hoofdstad Amman bij zijn terugkeer naar Gaza een heldenontvangst gekregen van zijn aanhangers.

De sjeik werd op 1 oktober uit de Israelische gevangenis naar Jordanië gestuurd als doekje-voor-het-bloeden na de mislukte aanslag van de Mossad op Hamas-leider Khaled Meshal in Amman. Toen hij gisteren in zijn rolstoel op het podium in het Yarmuk-stadion in Gaza werd gedragen gingen de armen van de juichende massa als teken van de overwinning omhoog. Naar schatting waren er tegen de 15.000 inwoners van de Gazastrook naar het stadion gestroomd. Dat was overigens wel aanzienlijk minder dan in juli 1994 bij de komst van de Palestijnse leider Yasser Arafat uit Tunis naar Gaza.

Op het gezicht van sjeik Yassin kwam een gloed van trots en blijheid toen hij het gejuich van de massa over zich heen liet gaan. Zijn stem klonk na de tumultueuze persconferentie in Amman en de helikoptervlucht naar Gaza vermoeid toen hij zei “te huilen voor al diegenen die hun leven hebben geofferd. Ik dank hen, hun vrouwen en families. Op dit bijzondere moment roep ik het Palestijnse volk op te werken voor eenheid.”

Yasser Arafat ontbrak in Gaza. Officieel was hij voor een gesprek met de Amerikaanse bemiddelaar Dennis Ross gisteren in Ramallah gebleven. Namens het Palestijnse Gezag werd sjeik Yassin bij de landing van de helikopter ontvangen door Taib Abdel Rahim, de secretaris van het kabinet van Arafat. “Wij hopen dat de komst van de sjeik een positieve invloed zal hebben op het vredesproces”, zei hij. Suha Arafat, de vrouw van de Palestijnse leider, was er ook, samen met sjeik Yassins vrouw Halima. Suha Arafat zei later dat de manier waarop de sjeik werd ontvangen “wijst op nationale eenheid waarnaar mijn man altijd heeft gestreefd”.

De welkomstceremonie in het Yarmuk-stadion was van korte duur. Een ambulance reed sjeik Yassin naar zijn huis.

In zijn uitspraken voor en na zijn terugkeer naar Gaza toonde sjeik Yassin zich tamelijk verzoenend. Het hoofdthema in zijn uitspraken blijft dat vrede met de joodse staat om religieuze redenen onmogelijk is. Maar er kan wel een wapenstilstand met Israel worden gesloten in afwachting van de bevrijding van Palestina, ooit. “De islam staat een bestand toe, maar niet een permanente verzoening”, zei sjeik Yassin vanochtend in Gaza. “Een wapenstilstand met Israel is mogelijk als Israel zich volledig uit de Westelijke Jordaanoever en Gaza terugtrekt en alle nederzettingen ontruimt.” Gisteren sprak hij zich tegenover het Libanese blad An-Nahar uit voor een “bestand met de joden voor een overgangsperiode waarin stappen worden ondernomen om een eind aan geweld te maken in samenwerking met het Palestijnse zelfbestuur en de VS”. Sjeik Yassin zei echter ook slechts een permanente oplossing te aanvaarden welke Palestina situeert “tussen de rivier (de Jordaan) en de zee.”

“Takbir! Allahu Akbar!” Vlak voordat sjeik Yassin gistermiddag in een Jordaanse militaire helikopter naar Gaza vloog, scandeerde een handjevol van zijn bebaarde aanhangers islamitische leuzen. Maar hun geroep stierf snel weg. De sjeik leek niet van plan om van zijn vertrek een militante reclameboodschap voor Hamas te maken. Hij zat sereen in zijn rolstoel op de stoep van het Queen Alia Medical Institute even buiten Amman, en glimlachte enkel. De zon scheen door de overkapping op zijn grijze baard.

Hoewel de bijna blinde sjeik zojuist een oogoperatie had ondergaan, volgde hij met zichtbare precisie de twee helikopters die aan de einder kwamen aanronken. De eerste, een Jordaans toestel, was de escorte voor zijn vlucht naar Gaza. De tweede was een helikopter uit Israel. Aan boord zat, maar dat wist toen nog bijna niemand, de Israelische minister Ariel Sharon met de twee Mossad-agenten die Khaled Meshal op 25 september een langzaamwerkend gif in zijn oor hadden gespoten. Koning Hussein liet hen teruggaan naar Israel in ruil voor de sjeik en tientallen Palestijns-Jordaanse Hamas-gevangenen in Israel die deze weken successievelijk worden vrijgelaten.

De helikopters landden een heuvel verder. Ze wachtten op de sjeik. Of Yassin de spectaculaire gevangenenruil, net als veel Jordaniërs, als een 'knieval' van koning Hussein aan de Israelische premier Netanyahu beschouwt, viel intussen uit niets af te leiden. Geheel in lijn met de toon die politieke leiders van Hamas de laatste tijd aanslaan - zowel in Gaza en de Westelijke Jordaanoever als in Jordanië - was zijn taal mild. Hoewel premier Netanyahu gisteren in Jeruzalem weer zei dat hij er niet over peinst om ooit met Hamas te onderhandelen, liet de sjeik die deur wagenwijd open. Hij dankte de koning voor de goede zorgen, sprak de hoop uit dat het vredesproces een goede afloop zou krijgen en zei opmerkelijk weinig lelijke dingen over Israel. “Wij willen vrede”, begon hij, toen hij door soldaten met doktersjassen over hun beige uniform het bordes op werd gerold. “Ik roep de Israeliërs op om in vrede met ons...” De rest van de zin ging vooralsnog in tumult verloren.

Uren hadden journalisten en zo'n honderd sympathisanten van de in Amman verboden fundamentalistische beweging gewacht op de verschijning van de oprichter en geestelijk vader van Hamas. Oude vrouwen in geborduurde jurken en mannen met doeken om hun hoofd hurkten tegenover de entree van het ziekenhuis. Er was veel politie, maar de slagbomen van het enorme Hussein-ziekenhuiscomplex waren voor iedereen open. Verplegers met blauwe mutsen en patiënten met baby's op de arm dromden achter de ramen om niets van de ontknoping te missen van de grootste cloak and dagger-operatie sinds jaren.

Maar wat ze tegen twee uur 's middags zagen, was weinig opzienbarend: een oude man die wat mompelt voor hij in de helikopter werd gedragen. De massa's liepen later in Gaza uit, niet hier. Omdat de meeste aanwezigen niet wisten dat de Mossad-agenten in een van de helikopters in de verte zaten - de koning had dat niet aangekondigd - ging zelfs het idee van een historische gevangenenruil aan hen voorbij. De enige sensatie was dat alle cameramannen zich op de sjeik stortten om het beste beeld te krijgen. Ze scholden, beukten collega's met hun camera's tegen de grond. Microfoons en snoeren vlogen in het rond. Een vrouw krabbelde uit de kluwen op met een gescheurde jurk. De politie deed niets. Sjeik Yassin sloeg kalm de ogen ten hemel. Achter de glazen deuren in de hal schemerde een levensgrote foto van de glimlachende koning.

Terwijl een karretje twee lelijke kunststof koffers naar de helikopter reed die voor hem klaarstond, bezwoer de sjeik dat hij in Gaza met PLO-leider Arafat zou samenwerken en dat niemand een wig tussen de Palestijnen kan drijven. Alleen als het vredesproces spaakloopt, zei hij, “zullen wij dingen tegen Israel doen, in alle richtingen”. Een Hamas-leider naast hem herhaalde zijn uitspraken met harde stem. Al diende deze man als luidspreker, diens gezicht verried de blijdschap van een politicus in de marge die eindelijk weer eens wat luisteraars heeft. Naar Khaled Meshal, de man die dankzij tegengif de Mossad-aanslag overleefde en die hier monter rondliep, keek niemand om.

Toen werd de sjeik naar het heliveldje gerold. Op een brancard werd hij het toestel in gedragen. Mannen omhelsden elkaar. De deur sloeg dicht. Wieken gingen draaien.

“Leve de Koning!”, riep iemand, maar dat verstierf in het geronk. Een storm zette op. Plastic en papier vlogen in het rond. Zwaaiend zocht men zijn toevlucht hogerop in het gras. De andere twee helikopters kwamen ook omhoog. Er schoof een wolk voor de zon. Daardoor kon iedereen de sjeik en de Mossad-agenten minutenlang volgen - tot ook de stipjes van de held en de twee anti-helden van de jongste Midden-Oosterse samenzwering achter de horizon waren verdwenen.