Proces tegen Papon rakelt Frans verleden op

Morgen begint in Bordeaux het proces tegen de van oorlogsmisdaden verdachte Maurice Papon. Met hem staat de hele Franse ambtenarij uit de Tweede Wereldoorlog terecht.

PARIJS, 7 OKT. Hij noemt het “een schandelijk politiek proces”. Dat moet blijken, maar één argument van Maurice Papon (87) is steekhoudend: met hem wordt niet alleen een hoge collaborateur berecht, in feite staat de hele generatie Franse ambtenaren terecht die tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Duitsers heeft samengewerkt. Frankrijk kijkt de alledaagse realiteit van zijn opportunistische verleden in de ogen.

Het strafproces tegen Maurice Papon, dat morgen in Bordeaux opent voor het Hof van Assisen van de Gironde, is de slotakte van een naoorlogs drama dat op zijn minst zestien jaar heeft geduurd. Als het niet 52 jaar ontkenning, verdringing en gegêneerde stilte zijn die om de zuivering vragen die vlak na de oorlog te snel werd gegeven. Papon staat terecht wegens misdrijven tegen de menselijkheid, die niet kunnen verjaren.

Dat Maurice Papon de sleutelverdachte zou zijn van dit symbolische proces was tot 1981 niet te voorspellen. In dat jaar, vier dagen voordat François Mitterrand werd gekozen als president van de Republiek, publiceerde het weekblad Le Canard Enchaîné belastende feiten over de onberispelijke dienaar van de staat Papon, die toen minister van Begrotingszaken onder president Giscard d'Estaing was. Tot verbijstering van velen stond te lezen hoe Maurice Papon tussen 1942 en 1944 als secretaris-generaal van de prefectuur Bordeaux verantwoordelijk was geweest voor de systematische deportatie van vele honderden joden, die via het Parijse kamp Drancy zijn afgevoerd naar de Duitse vernietigingskampen.

Mitterrand won, misschien mede dankzij de joodse stemmen die hoopten dat links meer recht zou doen dan rechts. De verzamelde conservatieve partijen hadden, nota bene met de zegen van verzetsheld en later president De Gaulle, deze typische topambtenaar zo hoog laten stijgen. Maar het heeft tot na Mitterrands dood moeten duren voordat de nabestaanden van de slachtoffers via een eindeloze procedurele odyssee dit proces hebben kunnen afdwingen. Als het aan de justitie (en de politiek) had gelegen, was het er nooit van gekomen.

Maurice Papon heeft het ongeluk dat hij nog leeft terwijl drie hoger geplaatste ambtenaren van het met de Duitsers samenwerkende Franse regime van maarschalk Pétain in Vichy de zaak rustig uit de hemel kunnen volgen. René Bousquet, hoofd van de politie in Vichy, werd in 1993 vermoord door een geestelijk gestoorde, kort voordat hij terecht zou staan. Zijn rechterhand, Jean Leguay, stierf een natuurlijk dood in 1989. Ook hij was kort tevoren in staat van beschuldiging gesteld. Maurice Sabatier ten slotte, de prefect die in Bordeaux de 'joodse kwesties' aan Papon had gedelegeerd, ontliep berechting met een beroep op zijn 'hoge ambtelijke verantwoordelijkheden', tot ook hij in '89 stierf.

Hiermee is Papon de eerste en waarschijnlijk de laatste hoge ambtenaar van Vichy die zich moet verantwoorden voor een werkelijkheid die met veel pijn en moeite is ingezien en erkend. Tot nu toe had Frankrijk een aantal leiders van Vichy snel berecht en pas veel later de schaal van het civiele collaboratie-verschijnsel tot zich laten doordringen. Twee jaar geleden nam president Chirac de door al zijn voorgangers geweigerde stap om de verantwoordelijkheid van de Franse staat voor het leed van 76.000 gedeporteerde joden te accepteren.

Generaal De Gaulle, tijdens de oorlog het symbool van het Frankrijk dat zich verzette tegen de Duitse overheersing, heeft na de bevrijding Pétains doodstraf omgezet in levenslang. Ook nadat hij in '58 was teruggekeerd als staatshoofd, heeft De Gaulle zijn vroegere mentor op de militaire academie postuum de hand boven het hoofd gehouden. 'Vichy' was Frankrijk niet, hield hij vol. Latere presidenten Pompidou, Giscard d'Estaing en Mitterrand volgden die lijn, in naam van de nationale verzoening. Mitterrand (die zelf in het begin van de oorlog Vichy diende) bleef kransen leggen op het graf van de maarschalk, 'de man die in de Eerste Wereldoorlog Frankrijks eer had gered in de slag bij Verdun'.

Vorige week kwamen de rooms-katholieke bisschoppen van Frankrijk tot het uitspreken van een openbare verklaring van berouw die er niet om loog. Hun verzoek om vergiffenis deed de joodse gemeenschap veel goed. Vanavond volgt een grote politievakbond met een verklaring bij het Parijse monument voor de weggevoerde joden. Ook hij erkent dat door het gewetenloos gehoorzamen van bevelen onzegbaar leed is berokkend.

Maurice Papon doet voorlopig niet mee met de berouwgolf. Hij houdt staande dat hij een verzetsrol van belang heeft gespeeld en zijn positie heeft gebruikt om velen het leven te sparen. Niettemin moet hij vannacht slapen in het Huis van Bewaring. Zijn advocaat zal onmiddellijke vrijlating vragen: met zijn drievoudige bypass zou hij beter in het ziekenhuis dan in de gevangenis de nachten kunnen doorbrengen tijdens het proces dat tot Kerstmis zal duren.

Morgen worden de leken(jury)-leden van het Assisen Hof gekozen en wordt een dossier van inmiddels 50.000 pagina's geopend. Getuigen uit binnen- en buitenland zullen elkaar opvolgen. Na de Duitse beul Klaus Barbie (Lyon, '87) en de Franse fascist Paul Touvier (Versailles, '94) staat voor het eerst een keurige Fransman terecht.