Na snelle carrière in de politiek: 'Ik moet maar weer eens gewoon gaan werken'; Wethouder Peer houdt het voor gezien

Tot schrik van zijn partij, de VVD, heeft de Amsterdamse wethouder Peer zijn vertrek aangekondigd. Hij wil niet gaan “genieten van de macht”.

AMSTERDAM, 7 OKT. Voor zijn partij kwam het aangekondigde afscheid van de Amsterdamse wethouder Edgar Peer (36) als een donderslag bij heldere hemel. De VVD moest in de hoofdstad spoorslags op zoek naar een andere lijsttrekker voor de komende gemeenteraadsverkiezingen. Maar Peer wist vier jaar geleden al dat hij maar één raadsperiode wethouder zou blijven. “Als je langer blijft zitten, verkleef je aan je stoel, ga je genieten van de macht. Ik moet maar weer eens gewoon gaan werken.”

Peer was tot een week geleden de 'coming star' van de VVD. Een jaar geleden nam hij als wethouder nog de zware portefeuille financiën over van Frank de Grave, die de afgetreden staatssecretaris Linschoten opvolgde. Hij zou zo als boegbeeld van de VVD in Amsterdam de verkiezingen in kunnen gaan. Nu zegt Peer dus al lang geweten te hebben uit de politiek te zullen stappen. Niet Peer maar oud-NCM-directeur H. Groen wordt lijsttrekker.

Peer is jong, maar hij heeft al veel politieke ervaring. Collega's vinden hem eigengereid, brutaal, open, direct, soms een flapuit. Omdat Peer wist dat hij niet zou terugkeren, kon hij er naar eigen zeggen een uitgesproken mening op na houden. “Ik hoef geen rekening te houden met een vervolg in de politiek en geen compromissen te sluiten om mijn politieke carrière veilig te stellen.”

De bliksemcarrière die hij tot nu toe maakte zou zich waarschijnlijk in hoog tempo hebben voortgezet. Peer is van oorsprong arts, maar hij gaat het bedrijfsleven in. Aanbiedingen genoeg. Hij wordt in verband gebracht met Schiphol, maar Peer zegt nog geen beslissing te hebben genomen. “Ik ben voor diverse functies gevraagd. Tegen de meesten heb ik nee gezegd, tegen een paar: bel over een paar maanden eens terug.”

Politiek is voor hem geen vak, maar een roeping. Hij ging de politiek in uit onvrede met de manier waarop de stad werd bestuurd. Op zijn 24ste kwam hij voor de VVD in de raad van het Amsterdamse stadsdeel Noord. Nog geen jaar later was hij fractievoorzitter en vier jaar later stadsdeelwethouder. Daarna werd hij wethouder van economische zaken en ruim een jaar geleden kreeg hij de portefeuille financiën.

Liever was hij de hele periode wethouder van economische zaken geweest, maar toen in de zomer van vorig jaar De Grave vertrok, had de VVD in Amsterdam geen ervaren kracht voorhanden voor de zware post van financiën. Toen de PvdA er lucht van kreeg wat de VVD van plan was, brak er een grote ruzie uit. De gematigde en sociale De Grave opgevolgd door de rechtse Peer, dat zou de verhouding in het paarse college zwaar onder druk zetten, vond de PvdA. Peer kijkt met weinig genoegen terug op de zomer van 1996. “Mijn pasgeboren zoon Enzo lag op de intensive care. Ik was dus met hele andere zaken bezig, toen de PvdA op de man begon te spelen. Daar kan ik nog altijd weinig waardering voor opbrengen.” De ruzie werd uiteindelijk bijgelegd en het plan van de VVD ging door. “Maar het was een rotperiode, die mijn besluit om na 1998 niet door te gaan heeft bevestigd.”

De samenwerking met de ambtenaren, de steun van zijn fractie, de contacten met de burgers. Het is hem de afgelopen ruim drie jaar goed bevallen. Hij laat het college van B en W uit het rijtje positieve punten. “De sfeer was best goed, maar ik mis het gevoel van saamhorigheid, dat we als één team naar een doel toewerken.” Van buitenaf worden de wethouders onderling volgens hem te veel tegen elkaar afgezet. Dat zorgt volgens Peer voor een grote politieke druk.

Peer vindt dat hij veel heeft kunnen doen. Hij zorgde voor zondagopening van de winkels in Amsterdam, Sail 1995 was zeer geslaagd en kort nadat hij De Grave opvolgde, presenteerde en verdedigde hij met succes de begroting voor 1997. Dat hij in 1995 de Y-markt, een werkgelegenheidsproject voor allochtonen, niet heeft kunnen redden, vindt hij nog altijd “vreselijk”.

Het versterken van de binnenstad in Amsterdam, een belangrijke doelstelling van dit college, is niet goed gelukt, erkent Peer. De werkgelegenheid loopt achteruit in het centrum. Bedrijven trekken naar de schil van Amsterdam. “We moeten oppassen dat de binnenstad geen slaapstad wordt.” De marktontwikkeling is te sterk, zegt Peer. “Je bent als wethouder van economische zaken best machtig, maar je kunt niet in twee jaar de markt sturen.”

Dat hij als wethouder van financiën riep dat Amsterdam zestig miljoen gulden over heeft, werd hem niet in dank afgenomen, omdat zo pogingen om geld uit Den Haag te krijgen werden bemoeilijkt. “Door de affaire met het Gemeente Vervoerbedrijf was een beeld ontstaan dat we bijna failliet waren. Dat wilde ik bijstellen. Als we weer zestig miljoen over hebben, zal ik zeggen dat dat bedrag enorm tegenvalt.”

Een terugkeer in de politiek laat hij open. Het zal dan wel een landelijke functie worden. “Ik word geen wethouder van Winschoten. En ook niet van Rotterdam.” Een snelle carrière in het openbaar bestuur, een mooie baan in het bedrijfsleven en dan terugkeren in de landelijke politiek, misschien wel als staatssecretaris of minister, het lijkt erg doordacht.

Dat is het niet, zegt Peer. “Een politieke carrière gebruiken om in het bedrijfsleven terecht te komen is veel te onzeker. Als je het goed doet heb je plenty mogelijkheden, maar je kan ook geweldig afgebrand worden. Ik vind dat je als politicus nooit mag wennen aan de macht en altijd middenin de samenleving moet staan. Je moet weten wie je vertegenwoordigt.”

In de komende maanden wil hij er voor zorgen dat de gemeenteraad meer te zeggen krijgt over de begroting.

“We hebben een omzet van zeven miljard gulden. Dit jaar kan de raad zich bemoeien met 49 miljoen gulden voor nieuwe prioriteiten. Dat is te weinig. De raad moet zich veel meer met de hoofdlijnen van het beleid kunnen bemoeien.”