Museveni is mentor van nieuwe leiders Afrika

President Yoweri Museveni van Oeganda geldt als de geestelijke vader van een reeks recente revoltes in Midden- en Oost-Afrika. Hoewel nieuwe leiders in het gebied naar hem opkijken, wordt zijn rol als stokebrand overdreven.

KAMPALA, 7 OKT. “Ja er bestaat in Afrika vrees voor de jonge leiders met nieuwe ideeën”, zegt de Oegandese minister voor Regionale Samenwerking Rebecca Kadaga. “De internationale gemeenschap was gewend Afrikaanse leiders de wet voor te schrijven, maar met onze president Museveni is dat onmogelijk.”

Wat zijn dat voor leiders, die nu opkomen in Afrika? Ze laten zich niet meer indelen in francofoon of anglofoon maar zijn, in de woorden van Museveni, bantufoon. Ze kwamen door guerrillastrijd aan de macht en introduceerden afwijkende democratische modellen. Ze voeren een pragmatisch economisch beleid en ontvangen aanzienlijke Westerse hulp, maar prefereren investeringen boven ontwikkelingshulp. Tot de groep worden gerekend de Ethiopische premier Meles Zenawi, de Eritrese president Issayas Aferworki, de Rwandese vice-president Paul Kagame en Museveni. In de wachtkamer zitten de Soedanese guerrillaleider John Garang en de kersverse Congolese president Laurent-Désiré Kabila. Hun ideeën zijn grensoverschrijdend en worden met militaire middelen kracht bijgezet. Als mentor van de groep geldt Museveni.

Is de rond 1944 geboren Yoweri Kaguta Museveni een arrogante Afrikaanse Napoleon of een leider die invloed ontleent aan zijn goede voorbeeld? Is hij het intellectuele kompas voor de ontwikkelingen in Oost- en Midden-Afrika of destabiliseert zijn militaire politiek de regio? De grote rol die hem wordt toegeschreven bij de omverwerping van de Zaïrese president Mobutu, een van de dinosaurussen onder de Afrikaanse politici, lijkt overtrokken. “We zitten tot onze nek in de oorlog van Soedan, maar onze rol in Congo wordt schromelijk overdreven”, verklaart in de hoofdstad Kampala een vriend van de Oegandese president. Hij is tevens minister en naaste medewerker van het eerste uur van Museveni.

De razendsnelle opmars naar de macht in Kinshasa door de troepen van Laurent-Désiré Kabila betrof niet slechts een volksopstand tegen de autocratische en doodzieke Mobutu. De buurlanden Angola, Rwanda en Oeganda gaven aanzienlijke militaire steun. Museveni wordt wel beschouwd als het brein. Hij zou de architect zijn van de opstanden in Rwanda in 1990 en in Congo en Zuid-Soedan. De bestuurders in Kampala laten zich graag prijzen voor hun binnenlandse politieke en economische successen, maar dergelijke aanprijzingen wijzen zij van de hand. Binnenslands lijkt Museveni's regionale rol nauwelijks omstreden.

De inname van Kampala in 1986 door Museveni en zijn guerrillastrijders was voor Afrika een historische gebeurtenis: voor het eerst sinds de onafhankelijkheid was een regime ten val gebracht door binnenlandse bevrijdingsstrijd. Museveni gooide zijn socialistische ideeën in de prullenbak en ging een pragmatisch economisch beleid volgen. Met het principe van de vrije markt als leidraad en veel Westerse hulp bracht hij de verwoeste economie weer op gang. Na vele jaren van gewapende anarchie brachten zijn soldaten rust en orde in het grootste deel van het land. Museveni en zijn groep jonge en goed opgeleide vertrouwelingen maakten een einde aan Oeganda als het slachthuis van Afrika.

Stammentegenstellingen gingen in de politiek een minder voorname rol spelen. Museveni introduceerde het 'geen-partijsysteem': politici stellen zich in vrije verkiezingen kandidaat op persoonlijke titel en niet namens een partij. Oeganda onderscheidt zich door behoorlijk bestuur en een levendige democratie. “We weten hoe het in Afrika is gesteld met machtsmisbruik”, zegt professor Tarsis Kabwegyere, speciaal afgezant van Museveni. “Afrika is na dertig jaar wanbestuur rijp voor een nieuw soort leiderschap, dat zelfvertrouwen heeft en hoop geeft. Museveni is de pionier.”

James Tumusiine is uitgever en ex-journalist bij de regeringskrant New Vision. Hij zegt: “Museveni dicteert de ontwikkelingen in de regio, hij is een katalysator door het goede voorbeeld te geven. Hij maakte van het krankzinnige Oeganda weer een normaal land. Dat is zijn kracht. Hij liberaliseerde de economie en tolereert een vrije en kritische pers. Of zo'n beleid ook kan werken in Rwanda en Congo lijkt minder zeker. Ik geloof niet dat de leiders daar zich willen laten kritiseren.”

Museveni draagt een pan-Afrikaanse visie uit, gebaseerd op economische integratie. Na zijn machtsovername in 1986 begon hij de oude idealen van een Oost-Afrikaanse federatie nieuw leven in te blazen. De Oegandese, Rwandese en Congolese regeringen presenteerden onlangs gezamenlijk een plan voor de aanleg van een uitgebreid wegennet in de nog woeste grensgebieden. Na het einde van de oorlog in Congo legden bussen en vliegtuigen verbindingen tussen Kampala en Goma. Een toenemend aantal Oegandese zakenlui trekt naar Oost-Congo en een Oegandese bierbrouwerij verkoopt 35 procent van zijn productie aan de Congolezen. Onlangs bereikte goud uit Congo ter waarde van honderd miljoen dollar Kampala. Naar verluidt was dit de prijs die Kabila betaalde aan Oeganda voor Museveni's oorlogsinspanningen.

Volgens James Tumusiine begon Museveni in 1979 op te vallen, na de val van Idi Amin. “Hij bepleitte een niet-tribale politiek. Oude leiders in de regio die stammentegenstellingen uitspeelden, begonnen zich zorgen te maken, vooral toen hij een guerrillabeweging begon. Na Museveni's intocht in Kampala in 1986 vloog een bezorgde Keniase president Moi voor topoverleg naar Mobutu, die vervolgens Museveni in de oostelijke stad Goma op het matje riep. Ook de Rwandese president Habyarimana was verontrust. Want Museveni gaf vrijheidsstrijders in Afrika nieuwe moed. “Oorlog is volgens Museveni de hoogste vorm van politiek”, aldus Tumusiine.

“Landsgrenzen zijn een relict van het verleden”, verkondigt een medewerker van Museveni. Afrika negeerde het lot van de Oegandese bevolking onder de moorddadige regimes van Amin en Milton Obote. Niet-inmenging in binnenlandse aangelegendheden gold als heilig beginsel van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE). Museveni hekelde dit als hypocrisie. Afrikaanse leiders hebben niet alleen het recht, maar ook de plicht in te grijpen om een rechtvaardige zaak te steunen, vindt Museveni, die zijn militaire opleiding kreeg bij het anti-koloniale Frelimo in Mozambique en studeerde aan de Universiteit van Dar es Salaam in de hoogtijdagen van Tanzania's president Julius Nyerere.

Rwandese Tutsi-ballingen in Oeganda hielpen Museveni bij diens strijd in de bush. In 1990 was hun tijd gekomen om met wapens van het Oegandese regeringsleger Rwanda binnen te vallen. Museveni's toeverlaat Paul Kagame leidde het verzet in Rwanda en door zijn militaire campagne tegen de genocide in 1994 kwam hij uiteindelijk naar voren als de sterke man in Kigali.

Museveni's studiegenoot en guerrillaleider John Garang verplaatste begin jaren negentig de uitvalsbasis van zijn Soedanese Volksverzetsleger (SPLA) van Ethiopië en Kenia naar Noord-Oeganda. Kabila verbleef enige tijd in ballingschap in Oeganda. Keniase oppositieleiders trokken in 1992 naar Kampala voor advies. De Pan-Afrikaanse beweging vestigde haar hoofdkantoor in de Oegandese hoofdstad. Amerika beschouwt Oeganda als een bondgenoot en trainde vorige maand het regeringsleger in vredestaken. Het aanzien van Museveni als de 'leider van de verandering' werd dit jaar nog eens versterkt door de regelmatige contacten met Nelson Mandela. “Museveni is de ster van Afrika”, kopte de New Vision onlangs boven een uit het Amerikaanse weekblad Time overgenomen artikel.

De architect van Mobutu's ondergang was echter niet Museveni, maar Rwanda's vice-president Paul Kagame. Oeganda zond de eerste maanden troepen en wilde halt houden toen Oost-Zaïre goeddeels was gezuiverd van anti-Rwandese en anti-Oegandese verzetsbewegingen. “Na de nederlaag van de Zaïrese regeringstroepen in Kisangani, in maart, wilde Museveni stoppen”, vertelt een goedingelichte Oegandese bron. “Museveni argumenteerde dat Kabila's troepen hun positie eerst moesten consolideren en civiele structuren opzetten alvorens naar Kinshasa door te stoten.”

Kagame, in een recent vraaggessprek afgedrukt in de Zuid-Afrikaanse krant Mail&Guardian, onderschrijft deze analyse. “Wij (Rwandezen) zeiden: 'Laten we een omwenteling in Zaïre steunen, zelfs als dat betekent dat we er direct bij betrokken raken'. Hoe had de situatie anders kunnen veranderen? Op hun eigen houtje zouden de (Zaïrese) verzetsgroepen niets hebben veranderd, de ervaring sinds 1960 heeft dat geleerd” (...) “We vroegen de Angolezen en Oegandezen te helpen, (...) maar wij droegen de zwaarste lasten.”

Oeganda bracht bezwaren in tegen Kagame's strategie. Kagame: “Niet alleen de Amerikanen, maar ook anderen in de regio gingen twijfelen” (...) “Ik ging Museveni in Oeganda opzoeken. Er was ook een door een veiligheidsagent geleide Zaïrese delegatie aanwezig. Er werd gepraat over een compromis om spanningen met de Fransen te voorkomen.”

De nieuwe politiek van militaire interventie in andermans zaken in Afrika lost de problemen slechts ten dele op. De Amerikaanse invasie in Somalië, de Ethiopische militaire activiteiten in dat land, die van Eritrea en Oeganda in Soedan en de betrokkenheid van buurlanden bij de oorlog in Congo waren geen onverdeeld succes. De scepsis binnen het Oegandese regime over de ontwikkelingen in Congo blijft bestaan. Museveni reisde naar Kinshasa om Kabila te adviseren meer politieke tegenstanders in zijn regering op te nemen, zoals hij zelf deed in zijn eerste Oegandese kabinet in 1986. De bevrijding van Congo is te snel gegaan, de nieuwe leiders ontbrak het aan tijd om tijdens de strijd ervaring op te doen, verwoordt men in Kampala de zorgen over de ontwikkelingen in Kinshasa.

Museveni kent de gevaren en kan verwijzen naar een historisch precedent. De ondergang van Amin in 1979 was het gevolg van een Tanzaniaanse militaire interventie, onderling verdeelde Oegandese verzetsgroepen speelden maar een beperkte rol. De invasie gaf aanleiding tot strijd tussen binnenlandse groepen en het machtsmisbruik ging door. Een nieuwe, en nu louter door Oegandezen gevoerde bevrijdingsstrijd van vijf jaar bleek nodig om de revolutie in Oeganda te voltooien. Museveni concludeert in zijn boek Sowing the mustard seed over deze episode: “Dit laat zien hoe moeilijk het is om binnenlandse problemen op te lossen door op buitenlandse steun te rekenen, zelfs als die steun van kameraden komt.”