Morzel

In het Belgische volkslied - overigens totaal onbekend bij de massa hier - komt een zin voor: 'Nooit zal men ons een morzel gronds ontwringen', vrij vertaald 'de grond blijft de onze, altijd!'

Dat moet men alleszins tegenspreken, want de Nederlandse inwijkeling heeft intussen al duizenden 'morzels' gekocht en erop gebouwd. Want de vermogende Nederlander huurt niet, maar koopt en bouwt groots. Het zijn trouwens geen Lotto-winnaars of rijken door erfenis die komen, maar hardwerkende ondernemers met aangeboren koopmansgeest en zakentalent. Voor de grondaankoop neemt men zijn tijd, makelaarsbezoek, bordjes met 'Te koop' aanstippen, maar vooral contact opnemen met reeds uitgewekenen, zo van “Buurman, weet je nog een leuk stukje grond te koop?”

Op het Belgisch thuisfront stelt zich voor de verkopers een ernstig dilemma: grond verkopen aan Nederlanders of aan de autochtoon prioriteit verlenen? Die zaak lost zich zelf probleemloos op, want rationele motieven wegen snel op tegen de emotionele.

De grond of het betere pand is verworven en dan moet er gebouwd of gerenoveerd worden. Zoekt men daarvoor Belgische of Nederlandse aannemers? Eigenlijk vinden ze de Nederlandse aannemer toch weer beter, zekerder, eigener, vertrouwder, misschien wel fiscaal voordeliger. De Belgische aannemer valt wel niet helemaal uit de boot, maar die dient dan wel rekening te houden met Nederlandse stiptheid en de kritische alomtegenwoordigheid van de bouwheer. Want zuiderse nonchalance en het inroepen van heirkracht, dat neemt men niet.

Over prijzen van gronden, huizen of renovatie wordt zelden gekibbeld, wel krijgt de autochtoon vragen die men niet verwacht: zijn er hier krakers, wordt er veel gestolen, bestaan er coffeeshops, wonen er gekleurde medemensen, genre Turken of Marokkanen? Dat blijkt voor de Nederlander allemaal van meer belang dan de rauwe koersen van frank of gulden.

En dan verschijnen de landhuizen in alle maten en gewichten - de gustibus non disputatur - maar met balkons naar de zuiderzon gericht en met ramen naar het noorden want er moet toch uitzicht zijn op wolken en luchten van dat lage land daar in het noorden.